Lang en gelukkig?
Ahoi gij daar. Lang geleden, ik weet het, maar er is aanleiding toe. Een aantal van u opperde immers om eens wat schrijfsels te bundelen en na lang nadenken en overwegen, heb ik dan ook besloten om er eens werk van te maken.
Het nadeel is echter wel dat de nieuwe pennenvruchten voorlopig niet hier worden neergepoot - u begrijpt dat ik niet enkel met oude stukjes kan gaan leuren.
Ondertussen mag u - indien u weten wil hoe het de bekendste sprookjesfiguren vergaan is - zich in stilte ledig houden met onderstaande onzin.
Lees verder »
Het nadeel is echter wel dat de nieuwe pennenvruchten voorlopig niet hier worden neergepoot - u begrijpt dat ik niet enkel met oude stukjes kan gaan leuren.
Ondertussen mag u - indien u weten wil hoe het de bekendste sprookjesfiguren vergaan is - zich in stilte ledig houden met onderstaande onzin.
Lees verder »
Belgenfail
Aangezien ik naast mijn vaste job voor een baas ook een zelfstandige activiteit uitoefen als programmeur, wordt me wel eens gevraagd om ook hardware te leveren, vrijwel altijd in functie van de software die de klant wenst.
Zo bestelde iemand een klein programmaatje waarin men via internet recepten kan opslaan en weer raadplegen, en dit op een industrieel, ingebouwd touchscreen-driven systeempje in de keuken.
Prima, systeempje geregeld, database in elkaar gebokst en clientapplicatie in elkaar gespaghettied, de dag van installatie kwam in zicht.
De klant belt twee dagen voor afspraak met de vraag of hij ook toetsenbord en muis kan bestellen, aangezien het opslaan van recepten geschiedt door te surfen, tekst te selecteren en via contextmenu naar de database te sluizen. Het moest echter een goedkoop ding zijn, want moeder de vrouw vond het bestede budget al de spuigaten uitlopen. Prima, geen probleem, klant is koning.
Ondergetekende gaat - voor zijn Belgische klant - op menig webshop op zoek naar een goedkoop toetsenbord met azerty-lay-out en vindt dat ook al gauw. Vandaag werd het geleverd. Vreugde in mijn hartje...
Aanschouw mijn azerty toetsenbord:

Volgende keer beter op de naam van de webshop letten. Iemand een qwerty-toetsenbordje hebben?
Zo bestelde iemand een klein programmaatje waarin men via internet recepten kan opslaan en weer raadplegen, en dit op een industrieel, ingebouwd touchscreen-driven systeempje in de keuken.
Prima, systeempje geregeld, database in elkaar gebokst en clientapplicatie in elkaar gespaghettied, de dag van installatie kwam in zicht.
De klant belt twee dagen voor afspraak met de vraag of hij ook toetsenbord en muis kan bestellen, aangezien het opslaan van recepten geschiedt door te surfen, tekst te selecteren en via contextmenu naar de database te sluizen. Het moest echter een goedkoop ding zijn, want moeder de vrouw vond het bestede budget al de spuigaten uitlopen. Prima, geen probleem, klant is koning.
Ondergetekende gaat - voor zijn Belgische klant - op menig webshop op zoek naar een goedkoop toetsenbord met azerty-lay-out en vindt dat ook al gauw. Vandaag werd het geleverd. Vreugde in mijn hartje...
Aanschouw mijn azerty toetsenbord:

Volgende keer beter op de naam van de webshop letten. Iemand een qwerty-toetsenbordje hebben?
Wraak zoet als vanille
Ik trap woest op het gaspedaal en nader de ijscokar wiens eigenaar ervan gaat lusten. O nee, ik schat zijn toekomst niet bijster frambooskleurig in.
De agent zou zijn armen kruisen op zijn borst en zijn gewicht op de achterpoten van de stoel laten balanceren.
‘Meneer vindt dat blijkbaar doodnormaal, zo iemand even vrolijk bijeenmeppen? Een gebroken neus en maar liefst twaalf hechtingen!’
Ik zou de lippen stijf op elkaar houden, want hoe leg je zoiets uit aan de rationele arm der wet? Enkel een moeder of vader kent de knagende woede die opflakkert wanneer je nazaat - nog te jong om zich er zelf tegen te bewapenen - onrecht wordt aangedaan. Enkel een moeder of vader...
‘Twaalf hechtingen!’ zou hij herhalen, waarbij hij me als een volslagen idioot slechts tien vingers zou voorhouden. meteen gevolgd door een verwarde blik wegens het gebrek aan een elfde en twaalfde.
‘Nou, gefeliciteerd, je mag er echt trots op zijn!’
Trots zou ik niet zijn. Jeukende spijt zou me tergen, want een koppel dichtgemepte ogen zou een bevredigend extraatje geweest kunnen zijn.
Het gewraakte voertuig rijdt nu vlak voor me. IJscoman heeft zijn laatste bolletje ijs geschept, wat mij betreft.
Ik zie mijn dochtertje van vier weer op de stoep staan. Blote voetjes die trappelen van ongeduld om het felbegeerde ijsje te bemachtigen. Ze laat haar tong zenuwachtig van links naar rechts dansen op haar bovenlip, waar een snottebel hangt en laat het kleingeld in haar tot een kommetje gevouwen handjes rinkelen.
En dan komt de tingelingende klootzak met zijn kar vol lekkers; het meisje met de blote voetjes straalt.
‘Daar issie papa! Daar issie! Moet jij ook een ijsje?’
Ik schud glimlachend mijn hoofd en kan niet verklaren hoe haar groot, maar o zo eenvoudig verlangen me iets doet wegslikken dat er niet is.
Plots gejoel. Een uitbundige bende kleutertjes komt een van de huizen helemaal aan het einde van de straat uitgestormd. Ze zijn met z’n tienen, schat ik van ver en hebben allemaal verjaardagshoedjes op.
IJscoman ruikt de jackpot. Hij geeft gas bij en negeert het kleingeld dat mijn dochter voor hem is.
Haar gezicht schrijft aarzelend een alinea die ik lees als verbazing. Heeft ie me niet gezien dan? Ja, dat kan toch niet anders?
‘Meneer! Meneeeeeer!’
Ze springt en zwaait met haar handje vol kleingeld, maar meneeeeeers hart blijkt zo koud als zijn koopwaar.
‘Die stopt nie!’ pruilt ze.
M’n kleine meisje kijkt me aan met mondhoeken die ik nog nooit zo laag heb zien hangen en hoewel ze haar schouders quasi-onverschillig ophaalt, gommen tranen van onmacht de twijfel van haar gezichtje en herschrijven ze haar verhaaltje met de pen van ontgoocheling.
Ik geef haar een troostende zoen, duw haar zachtjes weer naar binnen en zeg dat ik zo terug ben. Dan spring ik in mijn wagen en net als ik start, zie ik tien gelukkige feesthoedjes terwijl ijscoman de straat uitrijdt.
Ik bal mijn vuisten en warm ze alvast even op door een paar maal op de claxon te meppen. De mistlichten krijgen het ook hard te verduren. Het rechterpedaal gaat diep en met gierende banden passeer ik de ijsventer, waarna ik door een ruk aan het stuur en een krachtige stoot op de rem de kar klemrijd. Ik gooi het portier open en been naar de zijkant van de ijscokar, terwijl ik mijn knokkels een voor een laat kraken. Eindelijk..
Een gedaante kruipt moeizaam vanachter het stuur, neemt een ijslepel en kijkt me glimlachend aan.
‘Goedemiddag, meneer. Zegt u het maar…’
Jezus!
Ik voel de verbazing zó over mijn gezicht glijden, van boven naar beneden, en ze neemt mijn onderkaak mee. De ijsventer wiens façade ik me reeds lelijk toegetakeld voorstelde tijdens mijn dolle achtervolging, zag er in mijn gedachten uit als een puisterige achttienjarige met zo’n ontluikend schaamhaarsnorretje. Deze ijscoman zag er verdraaid anders uit.
‘Gaat het?’ vroegen twee bezorgde ogen van de zichtbaar zwangere vrouw.
Enkel een moeder of vader kent de knagende woede die opflakkert wanneer je nazaat - nog te jong om zich er zelf tegen te bewapenen - onrecht wordt aangedaan. Enkel een moeder of vader...
‘Ehm ja, doe maar een hoorntje met twee bolletjes chocola,’ aarzel ik.
Terwijl ik terug in mijn wagen stapte, ebde mijn woede bijna helemaal weg.
Bijna, want die twaalf hechtingen wenste ik haar stiekem toch nog toe.
Misschien na haar bevalling, zo ter hoogte van waar de onderbuik verandert van naam.
De agent zou zijn armen kruisen op zijn borst en zijn gewicht op de achterpoten van de stoel laten balanceren.
‘Meneer vindt dat blijkbaar doodnormaal, zo iemand even vrolijk bijeenmeppen? Een gebroken neus en maar liefst twaalf hechtingen!’
Ik zou de lippen stijf op elkaar houden, want hoe leg je zoiets uit aan de rationele arm der wet? Enkel een moeder of vader kent de knagende woede die opflakkert wanneer je nazaat - nog te jong om zich er zelf tegen te bewapenen - onrecht wordt aangedaan. Enkel een moeder of vader...
‘Twaalf hechtingen!’ zou hij herhalen, waarbij hij me als een volslagen idioot slechts tien vingers zou voorhouden. meteen gevolgd door een verwarde blik wegens het gebrek aan een elfde en twaalfde.
‘Nou, gefeliciteerd, je mag er echt trots op zijn!’
Trots zou ik niet zijn. Jeukende spijt zou me tergen, want een koppel dichtgemepte ogen zou een bevredigend extraatje geweest kunnen zijn.
Het gewraakte voertuig rijdt nu vlak voor me. IJscoman heeft zijn laatste bolletje ijs geschept, wat mij betreft.
Ik zie mijn dochtertje van vier weer op de stoep staan. Blote voetjes die trappelen van ongeduld om het felbegeerde ijsje te bemachtigen. Ze laat haar tong zenuwachtig van links naar rechts dansen op haar bovenlip, waar een snottebel hangt en laat het kleingeld in haar tot een kommetje gevouwen handjes rinkelen.
En dan komt de tingelingende klootzak met zijn kar vol lekkers; het meisje met de blote voetjes straalt.
‘Daar issie papa! Daar issie! Moet jij ook een ijsje?’
Ik schud glimlachend mijn hoofd en kan niet verklaren hoe haar groot, maar o zo eenvoudig verlangen me iets doet wegslikken dat er niet is.
Plots gejoel. Een uitbundige bende kleutertjes komt een van de huizen helemaal aan het einde van de straat uitgestormd. Ze zijn met z’n tienen, schat ik van ver en hebben allemaal verjaardagshoedjes op.
IJscoman ruikt de jackpot. Hij geeft gas bij en negeert het kleingeld dat mijn dochter voor hem is.
Haar gezicht schrijft aarzelend een alinea die ik lees als verbazing. Heeft ie me niet gezien dan? Ja, dat kan toch niet anders?
‘Meneer! Meneeeeeer!’
Ze springt en zwaait met haar handje vol kleingeld, maar meneeeeeers hart blijkt zo koud als zijn koopwaar.
‘Die stopt nie!’ pruilt ze.
M’n kleine meisje kijkt me aan met mondhoeken die ik nog nooit zo laag heb zien hangen en hoewel ze haar schouders quasi-onverschillig ophaalt, gommen tranen van onmacht de twijfel van haar gezichtje en herschrijven ze haar verhaaltje met de pen van ontgoocheling.
Ik geef haar een troostende zoen, duw haar zachtjes weer naar binnen en zeg dat ik zo terug ben. Dan spring ik in mijn wagen en net als ik start, zie ik tien gelukkige feesthoedjes terwijl ijscoman de straat uitrijdt.
Ik bal mijn vuisten en warm ze alvast even op door een paar maal op de claxon te meppen. De mistlichten krijgen het ook hard te verduren. Het rechterpedaal gaat diep en met gierende banden passeer ik de ijsventer, waarna ik door een ruk aan het stuur en een krachtige stoot op de rem de kar klemrijd. Ik gooi het portier open en been naar de zijkant van de ijscokar, terwijl ik mijn knokkels een voor een laat kraken. Eindelijk..
Een gedaante kruipt moeizaam vanachter het stuur, neemt een ijslepel en kijkt me glimlachend aan.
‘Goedemiddag, meneer. Zegt u het maar…’
Jezus!
Ik voel de verbazing zó over mijn gezicht glijden, van boven naar beneden, en ze neemt mijn onderkaak mee. De ijsventer wiens façade ik me reeds lelijk toegetakeld voorstelde tijdens mijn dolle achtervolging, zag er in mijn gedachten uit als een puisterige achttienjarige met zo’n ontluikend schaamhaarsnorretje. Deze ijscoman zag er verdraaid anders uit.
‘Gaat het?’ vroegen twee bezorgde ogen van de zichtbaar zwangere vrouw.
Enkel een moeder of vader kent de knagende woede die opflakkert wanneer je nazaat - nog te jong om zich er zelf tegen te bewapenen - onrecht wordt aangedaan. Enkel een moeder of vader...
‘Ehm ja, doe maar een hoorntje met twee bolletjes chocola,’ aarzel ik.
Terwijl ik terug in mijn wagen stapte, ebde mijn woede bijna helemaal weg.
Bijna, want die twaalf hechtingen wenste ik haar stiekem toch nog toe.
Misschien na haar bevalling, zo ter hoogte van waar de onderbuik verandert van naam.
Een heel lief, klein, blauw vogeltje
Ik stond daarstraks buiten mijn longen te voorzien van een dosis verlichtende nicotine toen een heel lief, klein, blauw vogeltje aan kwam vliegen en op mijn schouder landde. Maar echt zo’n héél lief, klein, blauw vogeltje.
‘Hey, dag lief, klein, blauw vogeltje!’ zei ik aangenaam verrast.
‘Hou je rotkop, stinksmoel!’ repliceerde het lief, klein vogeltje.
‘Oei, scheelt er iets?’
‘Moet je jezelf hier eens zien staan. Belachelijk gewoon!’
‘Hoezo?’
‘Je staat hier buiten in de regen jezelf met behulp van een staaf vetzakkerij het graf in te zabberen. En waarom? Vind je’t stoer misschien?’
Ik weet niet waarom, maar ik moest het lief, klein vogeltje gelijk geven.
‘Nou, stoer vind ik het niet echt. Maar ‘t is wel lekker..’
‘Lekker? Lolly’s met colasmaak, die zijn lekker! Kap toch met die onzin!’
‘Je moest eens weten hoe vaak ik al geprobeerd heb, o edel, lief, klein, blauw vogeltje!’
‘Je bent een gore vetzak zonder ruggengraat. Ik kak op mensen als jij!’
Het lief, klein, blauw vogeltje voegde de daad bij het woord en perste uit alle macht zijn darminhoud in mijn nek. Toen hij daarmee klaar was, nam hij weer het woord.
‘Al wat je moet doen op de moeilijke momenten is een lolly met colasmaak tussen uw gore gele tanden proppen en “neen” zeggen.’
‘Neen?’
‘Ja, "neen". Simpel toch?’
‘Ik zal het nog eens proberen,’ stotterde ik beschaamd, terwijl ik mijn peuk weggooide.
‘Het is je geraden!’
Hij keek me even dreigend aan en steeg weer op. Weg was het lief, klein vogeltje.
Dus mensen, onthoud en verkondig de boodschap: stop met roken of voel de wraak van het lief, klein blauw vogeltje. En rook gezond: eet een lolly met colasmaak.
Ik ga alvast poging negen aanvatten.
‘Hey, dag lief, klein, blauw vogeltje!’ zei ik aangenaam verrast.
‘Hou je rotkop, stinksmoel!’ repliceerde het lief, klein vogeltje.
‘Oei, scheelt er iets?’
‘Moet je jezelf hier eens zien staan. Belachelijk gewoon!’
‘Hoezo?’
‘Je staat hier buiten in de regen jezelf met behulp van een staaf vetzakkerij het graf in te zabberen. En waarom? Vind je’t stoer misschien?’
Ik weet niet waarom, maar ik moest het lief, klein vogeltje gelijk geven.
‘Nou, stoer vind ik het niet echt. Maar ‘t is wel lekker..’
‘Lekker? Lolly’s met colasmaak, die zijn lekker! Kap toch met die onzin!’
‘Je moest eens weten hoe vaak ik al geprobeerd heb, o edel, lief, klein, blauw vogeltje!’
‘Je bent een gore vetzak zonder ruggengraat. Ik kak op mensen als jij!’
Het lief, klein, blauw vogeltje voegde de daad bij het woord en perste uit alle macht zijn darminhoud in mijn nek. Toen hij daarmee klaar was, nam hij weer het woord.
‘Al wat je moet doen op de moeilijke momenten is een lolly met colasmaak tussen uw gore gele tanden proppen en “neen” zeggen.’
‘Neen?’
‘Ja, "neen". Simpel toch?’
‘Ik zal het nog eens proberen,’ stotterde ik beschaamd, terwijl ik mijn peuk weggooide.
‘Het is je geraden!’
Hij keek me even dreigend aan en steeg weer op. Weg was het lief, klein vogeltje.
Dus mensen, onthoud en verkondig de boodschap: stop met roken of voel de wraak van het lief, klein blauw vogeltje. En rook gezond: eet een lolly met colasmaak.
Ik ga alvast poging negen aanvatten.
Frans en Greta
Vrijdag. Dus waarom geen absurd parodietje. Mét Mega Mindy, deVlaemsche Roze Poedel. Ik heb u gewaarschuwd.
Lees verder »
Lees verder »