Lava
Gisteren zat ik in de wachtzaal bij de dokter. Ik had tevens dringend een nieuwe grasmaaier nodig, maar het was niet daarom dat ik daar vertoefde. Wees gerust - niets ernstigs, meneer Bloeddruk zet de laatste tijd wel eens een polonaise in en dan is daar altijd lollige oom Hyperventilatie die enthousiast aansluit. En ondergetekende houdt niet zo van polonaises, dus rekende ik op mijn arts om als uitsmijter van dienst een einde te maken aan dit misselijkmakende feestje. Dit volledig terzijde.
Naast mij zaten twee dames, laat ik hen Annie en Jeanine noemen. Ik weet niet wat u ervan denkt, maar persoonlijk vind ik die namen erg goed gevonden.
Annie en Jeanine waren verwikkeld in een druk gesprek, terwijl ze onderling iets uitwisselden wat op kaartjes leek. Geen idee wat het waren, maar om de haverklap werden 'ooooh' en 'aaaah'-kreetjes geuit, allemaal zeer vertederd en blij, dus ik liet mijn eerste gok varen. Doodsprentjes zouden het vast niet zijn. En daar ze beiden op gezegende leeftijd schenen, liep ook mijn denkpiste 'Panini EK 2012 stickers' uit op een dood spoor.
Mijn nieuwsgierigheid werd aangewakkerd, dus liet ik een stiekem oog vallen op de oorzaak van hun gekir.
Ze bleken elkaar te imponeren met kiekjes. Van hun kleinkinderen. Kinderfoto's. Help!
Mensen zijn trots op hun nageslacht. En dat mag. Echt waar. Serieus, het mag van Coltrui.
Maar kersverse ouders en grootouders lijken wel losgeslagen vulkaanuitbarstingen. Bij elke banale vorm van geringste vooruitgang van hun 'wondertje', hun epicentrum, móeten ze hun lava in de rondte spuien en daarbij zoveel mogelijk mensen meesleuren, bij voorkeur ook diegenen die het geen snottebel interesseert. En ik ben zo iemand die het zelfs geen halve snottebel interesseert.
Daar zat ik dan, gevangen in een wachtkamer, naast twee vulkanen, gewapend met foto's van beginnende mensjes. Wrong place, wrong time.
Annie koos een foto uit het bundeltje en schoof die haar gezellin onder de neus.
'En hier is onze Kevin. Elf maanden. Het is een kwestie van dagen voor hij zijn eerste stapje zet!'
'Heb ik even geluk! Ik zit samen met de grootmoeder van de nieuwe Ben Johnson in de wachtkamer. Kan niet wachten tot ik kleinkinderen heb om hierover te pochen,' dacht ik.
'Zo, da's ook snel! O, dat doet me denken aan ons Tamara!' repliceerde Jeanine, druk zoekend in haar eigen familiekiekjes, 'Die loopt al van haar negen maanden!'
O God, grootouders die concurreren om wiens kleinkind de grootste kans had om als eerste van de trap te vallen...
'Op deze foto had ze juist haar eerste tandje. Kijk!'
Hoera! Een tandje, zeg! Nou, gefeliciteerd. Ik heb er tweeëndertig en wacht tot op heden nog steeds op een medaille...
Annie geraakte zichtbaar gefrustreerd. Ze had de benen gekruist ter hoogte van de knieën en kon ze niet stilhouden. Haar ogen schoten gejaagd heen en weer over de foto's die ze als een waaier voor haar gezicht had gespreid. Elke paar tellen leek ze met haar wijsvinger haar brilletje keihard door de brug van haar neus te willen rammen.
Plots klaarde haar gezicht op. Ze had blijkbaar nog een troef.
'Hier! Thomas! Pas vijf en maakt al puzzels van twintig stuks!'
Allemachtig! Aanstaande moeders! Stop het persen! Dit is Mensa Material! Laat deze nieuwe Einstein niet verdwijnen in de anonimiteit! Ik investeer in dit wonder! Ik sponsor! Wat kosten luiers tegenwoordig?
Ik kreeg het erg benauwd en was derhalve blij dat ik mijn doktersbezoek voorrang had gegeven op de aanschaf van mijn nieuwe grasmaaier. Maar ik had nooit aan luiers mogen denken...
'En Thomas had trouwens al heel vroeg geen luier meer nodig overdag! Hij was pas twee toen hij op het potje ging! Weet je, hij had die dag spinazie gegeten, en...'
'De volgende! Mevrouw Verwijs? Annie Verwijs?' De deur van de praktijk ging open en de dokter stak zijn reddende hoofd naar buiten, voor ik het relaas van een flink keutelende peuter in geuren, kleuren en waarschijnlijk ook in stereo moest aanhoren.
Wat ik eigenlijk wil zeggen, Lieve Blogleeskindertjes: niemand is geďnteresseerd in de dagdagelijkse beslommeringen van uw uk. Tenzij er expliciet naar gevraagd wordt - en zelfs dán is het meestal uit beleefdheid - of uw spruit pakweg een slurf op zijn voorhoofd ontwikkelt. Voor u het zich in uw bovenkamer haalt intieme foto's van de bevalling te posten op Facebook, voor u vol enthousiasme uw peuters eerste potjesoogst op Twitter gaat posten: denk na. Hou uw lava bij.
Gaandeweg dit schrijven voel ik alweer een polonaise opborrelen.
Ik moet de drang onderdrukken om de baan op te gaan met mijn grasmaaier, op zoek naar een wagen waarbij aan de achterruit het ultieme symbool van lava hangt te bungelen en die dan keihard te rammen. 'Baby on board'. Ja en?
Gelukkig heb ik nu pillen. Edoch evenwel nog steeds geen grasmaaier.
Naast mij zaten twee dames, laat ik hen Annie en Jeanine noemen. Ik weet niet wat u ervan denkt, maar persoonlijk vind ik die namen erg goed gevonden.
Annie en Jeanine waren verwikkeld in een druk gesprek, terwijl ze onderling iets uitwisselden wat op kaartjes leek. Geen idee wat het waren, maar om de haverklap werden 'ooooh' en 'aaaah'-kreetjes geuit, allemaal zeer vertederd en blij, dus ik liet mijn eerste gok varen. Doodsprentjes zouden het vast niet zijn. En daar ze beiden op gezegende leeftijd schenen, liep ook mijn denkpiste 'Panini EK 2012 stickers' uit op een dood spoor.
Mijn nieuwsgierigheid werd aangewakkerd, dus liet ik een stiekem oog vallen op de oorzaak van hun gekir.
Ze bleken elkaar te imponeren met kiekjes. Van hun kleinkinderen. Kinderfoto's. Help!
Mensen zijn trots op hun nageslacht. En dat mag. Echt waar. Serieus, het mag van Coltrui.
Maar kersverse ouders en grootouders lijken wel losgeslagen vulkaanuitbarstingen. Bij elke banale vorm van geringste vooruitgang van hun 'wondertje', hun epicentrum, móeten ze hun lava in de rondte spuien en daarbij zoveel mogelijk mensen meesleuren, bij voorkeur ook diegenen die het geen snottebel interesseert. En ik ben zo iemand die het zelfs geen halve snottebel interesseert.
Daar zat ik dan, gevangen in een wachtkamer, naast twee vulkanen, gewapend met foto's van beginnende mensjes. Wrong place, wrong time.
Annie koos een foto uit het bundeltje en schoof die haar gezellin onder de neus.
'En hier is onze Kevin. Elf maanden. Het is een kwestie van dagen voor hij zijn eerste stapje zet!'
'Heb ik even geluk! Ik zit samen met de grootmoeder van de nieuwe Ben Johnson in de wachtkamer. Kan niet wachten tot ik kleinkinderen heb om hierover te pochen,' dacht ik.
'Zo, da's ook snel! O, dat doet me denken aan ons Tamara!' repliceerde Jeanine, druk zoekend in haar eigen familiekiekjes, 'Die loopt al van haar negen maanden!'
O God, grootouders die concurreren om wiens kleinkind de grootste kans had om als eerste van de trap te vallen...
'Op deze foto had ze juist haar eerste tandje. Kijk!'
Hoera! Een tandje, zeg! Nou, gefeliciteerd. Ik heb er tweeëndertig en wacht tot op heden nog steeds op een medaille...
Annie geraakte zichtbaar gefrustreerd. Ze had de benen gekruist ter hoogte van de knieën en kon ze niet stilhouden. Haar ogen schoten gejaagd heen en weer over de foto's die ze als een waaier voor haar gezicht had gespreid. Elke paar tellen leek ze met haar wijsvinger haar brilletje keihard door de brug van haar neus te willen rammen.
Plots klaarde haar gezicht op. Ze had blijkbaar nog een troef.
'Hier! Thomas! Pas vijf en maakt al puzzels van twintig stuks!'
Allemachtig! Aanstaande moeders! Stop het persen! Dit is Mensa Material! Laat deze nieuwe Einstein niet verdwijnen in de anonimiteit! Ik investeer in dit wonder! Ik sponsor! Wat kosten luiers tegenwoordig?
Ik kreeg het erg benauwd en was derhalve blij dat ik mijn doktersbezoek voorrang had gegeven op de aanschaf van mijn nieuwe grasmaaier. Maar ik had nooit aan luiers mogen denken...
'En Thomas had trouwens al heel vroeg geen luier meer nodig overdag! Hij was pas twee toen hij op het potje ging! Weet je, hij had die dag spinazie gegeten, en...'
'De volgende! Mevrouw Verwijs? Annie Verwijs?' De deur van de praktijk ging open en de dokter stak zijn reddende hoofd naar buiten, voor ik het relaas van een flink keutelende peuter in geuren, kleuren en waarschijnlijk ook in stereo moest aanhoren.
Wat ik eigenlijk wil zeggen, Lieve Blogleeskindertjes: niemand is geďnteresseerd in de dagdagelijkse beslommeringen van uw uk. Tenzij er expliciet naar gevraagd wordt - en zelfs dán is het meestal uit beleefdheid - of uw spruit pakweg een slurf op zijn voorhoofd ontwikkelt. Voor u het zich in uw bovenkamer haalt intieme foto's van de bevalling te posten op Facebook, voor u vol enthousiasme uw peuters eerste potjesoogst op Twitter gaat posten: denk na. Hou uw lava bij.
Gaandeweg dit schrijven voel ik alweer een polonaise opborrelen.
Ik moet de drang onderdrukken om de baan op te gaan met mijn grasmaaier, op zoek naar een wagen waarbij aan de achterruit het ultieme symbool van lava hangt te bungelen en die dan keihard te rammen. 'Baby on board'. Ja en?
Gelukkig heb ik nu pillen. Edoch evenwel nog steeds geen grasmaaier.
Peter de Lepralijder
'Peter, kerel!'
Het was immers alweer een klein jaartje geleden sinds ik mijn vriend Peter De Lepralijder mocht ontmoeten. Hij leefde in mijn herinnering als een flinke brok natuur, een man uit één stuk, van het soort dat er altijd het hoofd bijhield. Ik schudde hem de hand en gaf die daarna terug.
'Waar heb jij gezeten?' vroeg ik.
'Ach, hier en daar...'
'Je ziet er niet echt ehm... patent uit, als ik dat mag zeggen...'
'Zwijg stil. Alles hangt mijn voeten uit.'
'Gezondheidsproblemen?'
'Nog geen klein beetje! Slapeloosheid, man! Elke avond moet ik de moed en mijn knieschijven bijeenrapen om te gaan slapen... Ik moet echt de tanden op elkaar zetten en vervolgens op het nachtkastje. En 's ochtends stap ik zonder been uit bed, hoewel ik altijd wél op beide oren slaap. En pijn in mijn lever!'
'Je lever? Ga dan naar de dokter?'
'Heb ik gedaan! Ik zei: "Hier dokter, ik vertrouw u en leg mijn lever volledig in uw handen!" maar die bietekwiet wijt het aan een tekort aan lichaamsbeweging. "Ga af en toe eens een stukje hardlopen," zei hij.'
'En?'
'Ach man... Ik ben helemaal nooit sportief geweest. Als kind al verloor ik steevast bij het knikkeren. Meestal mijn duim. Maar ik heb het geprobeerd hoor! Ik heb gelopen dat de stukken er vanaf vlogen! Werd er niet veel beter op. Nadat ik mijn hartslag controleerde, hield ik de vinger aan de pols...'
'Je lijkt anders wel serieus afgevallen!'
'Ja, je zou denken dat me dat een voordeel zou opleveren bij de vrouwtjes, niet?'
'Niet dan?'
'Ha! Ik kreeg plots last van schilfertjes, waardoor ik nu met de handen in het haar zit. En mijn seksleven is er met rasse schreden op achteruit gegaan, sinds mijn jongeheer me zo afvallig is.'
'Maar jongen toch!'
'Ik ben al drie keer gescheiden! In mijn toestand is het erg moeilijk om nog bij de dames in aanmerking te komen. Vroeger kon ik van mijn humor gebruik maken, en vertelde ik gesticulerend hilarische anecdotes, maar het schijnt de bedoeling te zijn dat je publiek aan jouw lippen hangt en niet andersom.'
'En dat terwijl je vroeger zo goed in de markt lag...'
'Vroeger? Ha! Vijf vrouwen aan elke vinger! Maar die tijd is voorbij...'
'Al wat via social media geprobeerd?'
'Ja. Ik was zinnens een Twitteracount te openen. Maar dat werkte niet. Ik heb het te druk met mezelf te volgen.'
'Facebook?'
'Nee. Ik ben bang voor gezichtsverlies. Trouwens, ik heb nog een héél oude PC.'
'Koop een nieuwe?'
'Wel, dat was het plan. Ik had mijn oog laten vallen op een spiksplinternieuwe laptop, maar daar konden ze in de Mediamarkt niet mee lachen.'
'Zonde. Werk je nog?'
'Ach, vroeger verdiende ik op de beurs, had ik nog een neus voor zaken, nu heb ik er een handje van weg om daar té snel het hoofd te verliezen.'
'Nooit wat anders geprobeerd intussen?'
'Ja, als schrijnwerker. Ik lag niet goed in de groep, omdat mijn negenvingerige collega's me maar een uitslover vonden. O, en beenhouwer. Ben ik ook geweest. Heeft ook niet lang geduurd.'
'Hoezo?'
'Mja, als een klant me een half pond filet américain vroeg, was het altijd iets meer.'
'Ben je werkloos dan?'
'Nou ik verdien hier en daar wel wat. Ik heb een boek geschreven. Met Kerst komt men met een reeks produkten van mij op de markt, speciaal voor de kinderen. De "Peter-puzzel" bijvoorbeeld. Vijfduizend stuks. Of raadseltjes als deze: Peter en zijn vrienden doen de wave. Kan jij Peter vinden? \o/\o/\c \o/.'
'O, leuk!'
'Nou ja, ik vind dat ik iets moest terugdoen voor de kinderen.'
'Waarom?'
'Nou, als ze langskwamen met Halloween, bedelend om snoepjes, deed ik altijd mijn duim in het zakje... Redelijk traumatisch.'
'Echt rijk lijk je me daar toch niet van te worden...'
'Ach, ik kom rond, ondanks het gat in mijn hand. En ik geef de zoektocht naar een nieuwe job niet op. Ik leg overal mijn oor te luister. En op Ebay geraak ik ook wel wat dingen kwijt. Ik heb onder andere mijn nagels geveild. En er staat misschien een boek van mij op stapel.'
'Zo?'
'Ja, er zit een uitgever in New York die geďnteresseerd is in mijn manuscript.'
'Zo, dat schept perspectieven. Hoe heet het boek?'
'Omgaan met fantoompijnen.'
'Zo, dan moet je vliegen?'
'Inderdaad. Niet eenvoudig voor mij. Telkens ik vlieg, is mijn hand bagage. Maar hey, kerel, ik moet gaan.'
'O, ok. Leuk je weer eens gezien te hebben. Hou je taai, man!'
Ik zwaaide, hij zwaaide terug.
En daar ging Peter, vloekend zijn hand achterna. Hij liet bij mij een diepe indruk na. En een paar tenen.
Het was immers alweer een klein jaartje geleden sinds ik mijn vriend Peter De Lepralijder mocht ontmoeten. Hij leefde in mijn herinnering als een flinke brok natuur, een man uit één stuk, van het soort dat er altijd het hoofd bijhield. Ik schudde hem de hand en gaf die daarna terug.
'Waar heb jij gezeten?' vroeg ik.
'Ach, hier en daar...'
'Je ziet er niet echt ehm... patent uit, als ik dat mag zeggen...'
'Zwijg stil. Alles hangt mijn voeten uit.'
'Gezondheidsproblemen?'
'Nog geen klein beetje! Slapeloosheid, man! Elke avond moet ik de moed en mijn knieschijven bijeenrapen om te gaan slapen... Ik moet echt de tanden op elkaar zetten en vervolgens op het nachtkastje. En 's ochtends stap ik zonder been uit bed, hoewel ik altijd wél op beide oren slaap. En pijn in mijn lever!'
'Je lever? Ga dan naar de dokter?'
'Heb ik gedaan! Ik zei: "Hier dokter, ik vertrouw u en leg mijn lever volledig in uw handen!" maar die bietekwiet wijt het aan een tekort aan lichaamsbeweging. "Ga af en toe eens een stukje hardlopen," zei hij.'
'En?'
'Ach man... Ik ben helemaal nooit sportief geweest. Als kind al verloor ik steevast bij het knikkeren. Meestal mijn duim. Maar ik heb het geprobeerd hoor! Ik heb gelopen dat de stukken er vanaf vlogen! Werd er niet veel beter op. Nadat ik mijn hartslag controleerde, hield ik de vinger aan de pols...'
'Je lijkt anders wel serieus afgevallen!'
'Ja, je zou denken dat me dat een voordeel zou opleveren bij de vrouwtjes, niet?'
'Niet dan?'
'Ha! Ik kreeg plots last van schilfertjes, waardoor ik nu met de handen in het haar zit. En mijn seksleven is er met rasse schreden op achteruit gegaan, sinds mijn jongeheer me zo afvallig is.'
'Maar jongen toch!'
'Ik ben al drie keer gescheiden! In mijn toestand is het erg moeilijk om nog bij de dames in aanmerking te komen. Vroeger kon ik van mijn humor gebruik maken, en vertelde ik gesticulerend hilarische anecdotes, maar het schijnt de bedoeling te zijn dat je publiek aan jouw lippen hangt en niet andersom.'
'En dat terwijl je vroeger zo goed in de markt lag...'
'Vroeger? Ha! Vijf vrouwen aan elke vinger! Maar die tijd is voorbij...'
'Al wat via social media geprobeerd?'
'Ja. Ik was zinnens een Twitteracount te openen. Maar dat werkte niet. Ik heb het te druk met mezelf te volgen.'
'Facebook?'
'Nee. Ik ben bang voor gezichtsverlies. Trouwens, ik heb nog een héél oude PC.'
'Koop een nieuwe?'
'Wel, dat was het plan. Ik had mijn oog laten vallen op een spiksplinternieuwe laptop, maar daar konden ze in de Mediamarkt niet mee lachen.'
'Zonde. Werk je nog?'
'Ach, vroeger verdiende ik op de beurs, had ik nog een neus voor zaken, nu heb ik er een handje van weg om daar té snel het hoofd te verliezen.'
'Nooit wat anders geprobeerd intussen?'
'Ja, als schrijnwerker. Ik lag niet goed in de groep, omdat mijn negenvingerige collega's me maar een uitslover vonden. O, en beenhouwer. Ben ik ook geweest. Heeft ook niet lang geduurd.'
'Hoezo?'
'Mja, als een klant me een half pond filet américain vroeg, was het altijd iets meer.'
'Ben je werkloos dan?'
'Nou ik verdien hier en daar wel wat. Ik heb een boek geschreven. Met Kerst komt men met een reeks produkten van mij op de markt, speciaal voor de kinderen. De "Peter-puzzel" bijvoorbeeld. Vijfduizend stuks. Of raadseltjes als deze: Peter en zijn vrienden doen de wave. Kan jij Peter vinden? \o/\o/\c \o/.'
'O, leuk!'
'Nou ja, ik vind dat ik iets moest terugdoen voor de kinderen.'
'Waarom?'
'Nou, als ze langskwamen met Halloween, bedelend om snoepjes, deed ik altijd mijn duim in het zakje... Redelijk traumatisch.'
'Echt rijk lijk je me daar toch niet van te worden...'
'Ach, ik kom rond, ondanks het gat in mijn hand. En ik geef de zoektocht naar een nieuwe job niet op. Ik leg overal mijn oor te luister. En op Ebay geraak ik ook wel wat dingen kwijt. Ik heb onder andere mijn nagels geveild. En er staat misschien een boek van mij op stapel.'
'Zo?'
'Ja, er zit een uitgever in New York die geďnteresseerd is in mijn manuscript.'
'Zo, dat schept perspectieven. Hoe heet het boek?'
'Omgaan met fantoompijnen.'
'Zo, dan moet je vliegen?'
'Inderdaad. Niet eenvoudig voor mij. Telkens ik vlieg, is mijn hand bagage. Maar hey, kerel, ik moet gaan.'
'O, ok. Leuk je weer eens gezien te hebben. Hou je taai, man!'
Ik zwaaide, hij zwaaide terug.
En daar ging Peter, vloekend zijn hand achterna. Hij liet bij mij een diepe indruk na. En een paar tenen.
Het land waar morgen niet bestaat
Verhaal. Winnend verhaal zelfs. Geen Coltruiblog, edoch een verhaal zoals ik ze graag altijd zou blijven kunnen schrijven... Enjoy, of ook niet!
Gunar zat op een baal stro, beide ellebogen op de knieën gesteund en het hoofd tussen zijn samengebonden handen. Zijn helrode haren hingen in slierten langs zijn slapen en zijn mond en mantel waren besmeurd met geronnen bloed. Tranen rolden van zijn wangen en tikten tussen zijn voeten in het stro dat de enige vorm van comfort vormde in de donkere cel.
Lees verder »
Gunar zat op een baal stro, beide ellebogen op de knieën gesteund en het hoofd tussen zijn samengebonden handen. Zijn helrode haren hingen in slierten langs zijn slapen en zijn mond en mantel waren besmeurd met geronnen bloed. Tranen rolden van zijn wangen en tikten tussen zijn voeten in het stro dat de enige vorm van comfort vormde in de donkere cel.
Lees verder »
What's in a nerd
Tien jaar. Zo lang is het alweer geleden dat ondergetekende de schoolbanken mocht ruilen voor het juk der arbeid. Of moest, in mijn geval.
Niet dat ik heimwee had naar het studentenleven of geen zin had om eindelijk eens een blijer hoofdstuk te breien aan het treurige verhaal dat mijn bankuittrekselboekje vertelde, nee ik had Toegepaste Informatica gestudeerd en diende derhalve de arbeidsmarkt af te schuimen, op zoek naar een job als programmeur. En laat nu net dáár het schoentje wringen.
Ik had namelijk bitter weinig zin om deel uit te maken van de IT-wereld, waarvan familie en vrienden om me heen zowat allemaal hetzelfde beeld hadden.
Zo zou mijn haarbegroeiing een kort leven beschoren zijn. Een bril zou mijn deel worden. En geen normale bril, hoor! Neenee, eentje met een montuur dat qua diameter en dikte ruim genoeg zou zijn om er een stapel DVD's in te kunnen opbergen en met zúlke sterke glazen dat ik op elk moment van de dag Mercurius moeiteloos zou kunnen aanwijzen. En compleet beroofd van zonlicht, zou ik met mijn spierwitte huid als kleurvergelijkend materiaal op moeten draven in reclamespotjes voor tandpasta's en waspoeders. En Coltrui Junior zou wis en zeker tot een garnaal verworden, tenminste indien mijn pens me niet eerst zou beroven van het zicht op dat onvermijdelijke tafereel wegens gebrek aan beweging. Op zich niet erg, zei men, ik zou hem toch nooit meer nodig hebben.
En ik geloofde hen. Want waar menig student heden ten dage vakantiewerk verricht in de sector die aansluit bij zijn of haar studiekeuze, verdiende ik sigaret en weekendpils op fruitboomgaarden en zoals u zich wellicht kan voorstellen, was het meest digitale dat daar ter sprake kwam, het uurwerk van de baas waarop het nooit snel genoeg 17.00u kon worden.
Ja, ik geloofde hen en heel vaak leed ik woelige nachten, dromend van mijn toekomst.
In een wereld bevolkt door een kudde nerds waaruit bij wijlen gniffelende knorretjes ontsnappen, klop ik code, ook al is het middagpauze. Terwijl mijn collegae koortsachtig de cosinus van hun boterham met choco berekenen, prop ik - onder het motto 'een goede programmeur heeft minstens een C-cup' - de achtste hamburger door mijn keel, gevolgd door een flinke slok Red Bull.
Mijn adem, mijn oksels en mijn in witte sokken en sandalen gestoken voeten, zijn onderling verwikkeld in een wedstrijdje om-het-hardst-stinken en ik overleg met mezelf - als welk Star Wars-personage zal ik op het komend personeelsfeest opdagen?
Uiteindelijk aanvaardde ik toch mijn lot en onderging ik mijn allereerste sollicitatie. Ik had me goed voorbereid. Na lang twijfelen, had ik me tóch gewassen en ik zou bij eventuele klachten over die vreemde geur - veroorzaakt door wat men in de conventionele wereld 'zeep' pleegt te noemen, voorwenden dat het jammer genoeg nét tijd was geweest voor mijn driejaarlijkse kattenwasje. Even had ik zelfs een voorbindbuik overwogen, maar dat idee liet ik varen - ik wilde immers niet meteen als té pro overkomen.
Ik werd ontvangen door een kerel, getooid in een gescheurde jeans, sportschoenen en T-shirt met daarop een stilleven, waarin het hoofd van Bill Gates en een een pinguďn met een hakbijl de hoofdrol vertolkten. Ik zweer u - zelden heb ik mijn maatpak zo ernstig naar Mars en omstreken verwenst.
We zijn nu tien jaar verder. Nog steeds op hetzelfde bedrijf. En mijn collega's lijken wel mensen. Valt het allemaal best mee? Of ben ik stiekem meegegroeid met wat de vooroordelen schetsen... Ik ben er nog niet uit. Ik mag dan wel nog steeds niet weten wat de cosinus van een boterham met choco is, maar bewijst dat wat?
Weet u, misschien moest ik vanavond voor alle zekerheid maar eens stiekem aan mijn voeten ruiken.
Niet dat ik heimwee had naar het studentenleven of geen zin had om eindelijk eens een blijer hoofdstuk te breien aan het treurige verhaal dat mijn bankuittrekselboekje vertelde, nee ik had Toegepaste Informatica gestudeerd en diende derhalve de arbeidsmarkt af te schuimen, op zoek naar een job als programmeur. En laat nu net dáár het schoentje wringen.
Ik had namelijk bitter weinig zin om deel uit te maken van de IT-wereld, waarvan familie en vrienden om me heen zowat allemaal hetzelfde beeld hadden.
Zo zou mijn haarbegroeiing een kort leven beschoren zijn. Een bril zou mijn deel worden. En geen normale bril, hoor! Neenee, eentje met een montuur dat qua diameter en dikte ruim genoeg zou zijn om er een stapel DVD's in te kunnen opbergen en met zúlke sterke glazen dat ik op elk moment van de dag Mercurius moeiteloos zou kunnen aanwijzen. En compleet beroofd van zonlicht, zou ik met mijn spierwitte huid als kleurvergelijkend materiaal op moeten draven in reclamespotjes voor tandpasta's en waspoeders. En Coltrui Junior zou wis en zeker tot een garnaal verworden, tenminste indien mijn pens me niet eerst zou beroven van het zicht op dat onvermijdelijke tafereel wegens gebrek aan beweging. Op zich niet erg, zei men, ik zou hem toch nooit meer nodig hebben.
En ik geloofde hen. Want waar menig student heden ten dage vakantiewerk verricht in de sector die aansluit bij zijn of haar studiekeuze, verdiende ik sigaret en weekendpils op fruitboomgaarden en zoals u zich wellicht kan voorstellen, was het meest digitale dat daar ter sprake kwam, het uurwerk van de baas waarop het nooit snel genoeg 17.00u kon worden.
Ja, ik geloofde hen en heel vaak leed ik woelige nachten, dromend van mijn toekomst.
In een wereld bevolkt door een kudde nerds waaruit bij wijlen gniffelende knorretjes ontsnappen, klop ik code, ook al is het middagpauze. Terwijl mijn collegae koortsachtig de cosinus van hun boterham met choco berekenen, prop ik - onder het motto 'een goede programmeur heeft minstens een C-cup' - de achtste hamburger door mijn keel, gevolgd door een flinke slok Red Bull.
Mijn adem, mijn oksels en mijn in witte sokken en sandalen gestoken voeten, zijn onderling verwikkeld in een wedstrijdje om-het-hardst-stinken en ik overleg met mezelf - als welk Star Wars-personage zal ik op het komend personeelsfeest opdagen?
Uiteindelijk aanvaardde ik toch mijn lot en onderging ik mijn allereerste sollicitatie. Ik had me goed voorbereid. Na lang twijfelen, had ik me tóch gewassen en ik zou bij eventuele klachten over die vreemde geur - veroorzaakt door wat men in de conventionele wereld 'zeep' pleegt te noemen, voorwenden dat het jammer genoeg nét tijd was geweest voor mijn driejaarlijkse kattenwasje. Even had ik zelfs een voorbindbuik overwogen, maar dat idee liet ik varen - ik wilde immers niet meteen als té pro overkomen.
Ik werd ontvangen door een kerel, getooid in een gescheurde jeans, sportschoenen en T-shirt met daarop een stilleven, waarin het hoofd van Bill Gates en een een pinguďn met een hakbijl de hoofdrol vertolkten. Ik zweer u - zelden heb ik mijn maatpak zo ernstig naar Mars en omstreken verwenst.
We zijn nu tien jaar verder. Nog steeds op hetzelfde bedrijf. En mijn collega's lijken wel mensen. Valt het allemaal best mee? Of ben ik stiekem meegegroeid met wat de vooroordelen schetsen... Ik ben er nog niet uit. Ik mag dan wel nog steeds niet weten wat de cosinus van een boterham met choco is, maar bewijst dat wat?
Weet u, misschien moest ik vanavond voor alle zekerheid maar eens stiekem aan mijn voeten ruiken.
Tamme klantendiensten
De dienstverlening van bedrijven van tegenwoordig is niet meer wat het geweest is. Klacht indienen of informatie vragen dient met behulp van webformulieren te geschieden en meer dan een pro forma automatisch gegenereerde reply wordt aan u niet besteed.
Van Chokotoff wilde ik bijvoorbeeld weten, of de kans heden ten dage nog bestaat om een gouden lijntje aan te treffen onder het aluminium folie'tje. Ik verzocht om info - geen mailadres te vinden op de site, enkel contactformulier.
Ikea, ook gecontacteerd. De oudste was op een Ikeastoel gaan staan, was er doorgezakt en hield er een gebroken arm aan over. Ik ben de laatste die een soort compensatie verwacht en haak ook af wanneer die mij geboden wordt, maar ik vind toch dat ik mijn woede mag kanaliseren - terecht of onterecht, I don't care, mijn dochter heeft een arm gebroken. In razende colčre kroop ik in de pen.
Een tijdje geleden, slaagde collega-blogster De Huisvrouw er tijdens een blogmeeting in, om tot groot jolijt van alle aanwezigen haar immer belerende wijsvingertje in de hens te zetten met behulp van een doosje lucifers. Zij vond het schandalig, ik vond dat gewoon dom, edoch verdomd entertainend. Maar goed, elke reden is goed om te klagen, en daarom poetste ik mijn roestige Engels even op alvorens onderstaand mailtje te verzenden naar het Zweedse bedrijf dat de stoute lucifers vervaardigt.
Ofwel maakt men er zich heden ten dage veel te gemakkelijk vanaf, ofwel doe ik iets verkeerd en moet ik in de leer bij ene meneer Koelman, de meester in dit soort praktijken, zo is mij verteld.
Ofwel heb ik gewoon tijd teveel en moet ik niet zeuren.
PS: de chihuahua maakt het goed.
Van Chokotoff wilde ik bijvoorbeeld weten, of de kans heden ten dage nog bestaat om een gouden lijntje aan te treffen onder het aluminium folie'tje. Ik verzocht om info - geen mailadres te vinden op de site, enkel contactformulier.
Tot op heden geen antwoord. Niks. Schokkend.Beste Mevrouw, Mijnheer,
Sta me toe om allereerst even mede te delen dat ik reeds sinds mijn eerste melktandje een vurig fan ben van de Chokotoff. Of het nu gaat om een verdiende, een fortuinlijk gevonden, een getrakteerde of een gestolen exemplaar: hij smaakt altijd en overal. Ik zeg altijd: 'Niks beter dan een Chokotoff, of het zouden er twee moeten zijn!' En dan lacht iedereen, al begrijp ik nog steeds niet waarom.
Ik zou een religie in het leven roepen ter ere van de Heilige Chokotoff, ware het niet dat mijn vrouw niet opgezet is met het idee haar kleine teen steeds tegen een altaar in de woonkamer te moeten stoten.
Edoch dient me iets van de lever. Wees gerust, het heeft niks met chocolade te maken.
Als kind placht ik, telkenmale een zorgvuldig opengemaakte Chokotoff op de tong verdween, heel voorzichtig, zij het met vingertjes trillend van verlangen, het zilveren laagje van het bonbonpapier te verwijderen. Groots moment was dat. Het was het moment waarna slechts twee emoties een kind konden overmannen. Trof ik niks speciaals aan op het papiertje, vocht ik tegen de tranen van ontgoocheling en een pruillip van gemiste kansen. Mijn God, wat heeft mijn lip gepruild in die tijd. Verscheen er echter een gouden lijntje op de verpakking, nou... Vreugde! Triomf! Onbeschrijflijke fierheid maakte zich dan meester van mijn hartje! Ik sprong steevast mijn BMX op, op zoek naar mijn vrienden, onderwijl onophoudelijk controlerend of ik de schat nog steeds in mijn broekzak voelde branden.
'Ik heb de schat! Ik heb de schat!' riep ik dan al van ver. Mijn vrienden spurtten me dan tegemoet en eisten bewijs. En terwijl het papiertje als een Heilige Graal met veel eerbied de kring rondging, verheugde ik me op wat komen zou. De cape was van mij. Ik was nu Chokotoffman (TM). En ik zou Chokotoffman (TM) blijven, tot een mijner vrienden het gouden lijntje trof.
En nu, beste Mevrouw, Mijnheer, ruim twintig jaar later, is Mark P. uit L. nog steeds Chokotoffman (TM). Al die tijd knabbel ik Chokotoffs bij het leven, sleep de zakken aan alsof het niks kost. Maar elke keer weer, weet mijn teleurgestelde hart niet meer van welk hout pijlen te maken, wanneer ik onder het zilverpapier alweer geen gouden lijntje kan ontwaren.
Bevrijd me. Stel me gerust. Verlos me van het vreselijke vermoeden, de nachtmerrie, dat u ergens in het verleden, in een vlaag van zinsverbijstering, besloten heeft om op te houden met het verheugen van een goudzoekershartje hier en daar?
Ik wil die cape terug!
Met vriendelijke groet en een pruillip,
Coltrui
Ex-Chokotoffman (TM)
Ikea, ook gecontacteerd. De oudste was op een Ikeastoel gaan staan, was er doorgezakt en hield er een gebroken arm aan over. Ik ben de laatste die een soort compensatie verwacht en haak ook af wanneer die mij geboden wordt, maar ik vind toch dat ik mijn woede mag kanaliseren - terecht of onterecht, I don't care, mijn dochter heeft een arm gebroken. In razende colčre kroop ik in de pen.
Wegens de 'confedentiality notice' in de footer van zijn antwoord, kan ik het antwoord niet citeren, maar zijn verzoek kwam erop neer om de exacte feiten haarfijn uit de doeken te doen. Veel duidelijker kon ik het niet beschrijven, dus mailde ik maar dat mijn vorige bericht enkel ter kennisgeving was. Het antwoord was een out of office reply.Beste,
Als vurig fan van uw gamma, staat mijn gehele huis vol met uw meubels. Aangezien ik twee kleine koters heb rondwaren, draag ik - net als u - veiligheid hoog in het vaandel.
Groot was mijn verbazing, toen mij bij de ochtendkoffie aan mijn Bjursta eettafel - het pronkstuk van mijn keuken, het dient gezegd - hartverscheurend gekerm ter ore kwam. Bij nader onderzoek, bleek dat mijn 23 kilogram wegende
oudste dochter één van onze zes Leksvikstoelen aangewend had als opstapje, teneinde een stripverhaal uit onze Billyboekenkast te kunnen graaien.
Als u me toestaat een stukje van uw webcontent te citeren:
'Speciale aandacht voor kinderveiligheid
IKEA besteedt speciale aandacht aan kinderproducten, die moeten beantwoorden aan bijzonder hoge kwaliteits- en veiligheidseisen. IKEA medewerkers die kinderproducten ontwikkelen en inkopen leren over de ontwikkelingsbehoeften, veiligheid en gezondheid van kinderen in ons opleidingsprogramma Children’s School.'
Om heel eerlijk te zijn, vind ik dat dit stukje tekst in mijn ogen niet met de waarheid strookt.
Gelieve hier vier weken gips te vinden.
Met vriendelijke groet,
Coltrui
Een tijdje geleden, slaagde collega-blogster De Huisvrouw er tijdens een blogmeeting in, om tot groot jolijt van alle aanwezigen haar immer belerende wijsvingertje in de hens te zetten met behulp van een doosje lucifers. Zij vond het schandalig, ik vond dat gewoon dom, edoch verdomd entertainend. Maar goed, elke reden is goed om te klagen, en daarom poetste ik mijn roestige Engels even op alvorens onderstaand mailtje te verzenden naar het Zweedse bedrijf dat de stoute lucifers vervaardigt.
Het antwoord liet niet lang op zich wachten. De brave man van Customer Care vond de consument duidelijk te dom voor woorden:Dear Manufacturer of Evil Matches from Hell and Beyond,
Yesterday I was craving for an after dinner cigarette, but my lighter refused to work. I don’t know if you are a smoker, but if you are, I’m sure you can imagine the frustration I suffered.
At first, I just nervously bit my nails, then I ran around the kitchen table, screaming as if I had a bad hairday. Finally, I ended up kicking my chihuahua in the butt, before throwing it out of the window.
Just when I was about to kill myself with a very dull knife, I remembered keeping some matches by the fireplace. Your matches. Again screaming, though this time of joy, I ran outside, apologized to my dog, went back inside and picked up the matchbook, happy to see there were still a few left.
Let me tell you: the happiness didn’t last long. As I struck a match with my right hand, the entire booklet, which I was holding in my left hand, caught fire with a flame that not only blinded me for a few moments but also scorched my right index finger, as you can see in the picture I attached. For the third time that day, I yelled like a piglet in a blender and I haven’t stopped screaming since. As a matter of fact, I’m still screaming right now, and I think I will keep screaming from the top of my lungs until this oozing, nasty burn turns into an ugly yet less painful scar.
I’ll never ever buy your matches again. Just thought I’d let you know.
With a sincere scream of infernal pain,
Gerda Spinoy
Mijn kennis van de Engelse taal is ontoereikend om ten volle van dit stukje proza te kunnen genieten - in ieder geval moest ik het daarmee doen.Dear Mr. Spinoy! (Jaja, Mister!)
We received your e-mail via the Swedish Match consumer contact.
We checked the enclosed picture and can tell you, that was a poor handling mistake of the matches. It can never happen that the matches are burning from alone. It can only be, that one burnt splint was during the burning time touching the other matches.
Best regards
<Brave man van Customer Care>
Ofwel maakt men er zich heden ten dage veel te gemakkelijk vanaf, ofwel doe ik iets verkeerd en moet ik in de leer bij ene meneer Koelman, de meester in dit soort praktijken, zo is mij verteld.
Ofwel heb ik gewoon tijd teveel en moet ik niet zeuren.
PS: de chihuahua maakt het goed.