De laatste noot
Bij het lezen van een comment op mijn vorige post, moest ik meteen denken aan een kortverhaal dat ik nog ergens op de planken heb liggen. De tragiek van het alledaagse leven. Wie humor verwacht, komt deze keer bedrogen uit - het wordt een lap non-humor fictie. Nou ja, niet echt fictie... Prettig weekend!
'Gaat het, Miel?'
Birgit schoof een lepel brij in Mariekes tandenloze mond en keek Miel vol medeleven aan.
De oude man roerde morsend in zijn koffie maar gaf geen antwoord.
'Het zal heus wel meevallen. Je kan het vergelijken met een hotel. Weet je nog, drie jaar geleden, toen jullie in Benidorm op vakantie waren?'
Miel staarde in gedachten verzonken naar zijn bord en verzamelde met zijn wijsvinger een paar kruimels naast zijn onaangeroerde boterham.
Benidorm… Het kon hem wat! Zonde was het. Een doodzonde! Bijna vijftig jaar lang had hij samen met zijn vrouw Marieke de stamgasten van café "De Vlasschaert" met de glimlach bediend. Ze waren een uitstekend team geweest. Toegegeven, misschien ging de bediening de laatste jaren wat trager toen Marieke aan zijn zijde achter de toog stond, maar nooit had iemand geklaagd. Ze waren beiden dan wel de zeventig gepasseerd, maar konden de routine nog goed de baas. Als Marieke niet ziek was geworden, zouden ze binnen tien jaar nog steeds pils getapt hebben. Marieke zou nog steeds het luisterend oor geweest zijn voor de mannen die een oplossing voor al hun kleine en grote problemen kwamen zoeken op de bodem van het glas. Van Benidorm zou zelfs geen sprake geweest zijn, wanneer die akelige ziekte geen roet in het eten gegooid zou hebben.
Geniepig hoe de aandoening zich aanvankelijk in kleine dingen uitte. Zo vergat ze wel eens wie wat besteld had. Hij zou de grote verontwaardigde ogen van Pierre ‘de Ton’, de onverbeterlijke dronkaard, nooit vergeten, toen Marieke hem per abuis een glas tonic had voorgezet in plaats van het gebruikelijke gerstenat. Of die keer, toen ze twee pilsjes aanrekende in plaats van zes.
‘Geef me er dan nog maar zes!’ had Pierre luid lachend geroepen. Miel had vrolijk meegelachen; wist hij veel dat zijn vrouw ernstig ziek was. Telkens weet hij deze voorvalletjes immers aan haar ouderdom. Hij sprak dan vol liefde van zijn ‘charmant grijs wijveke’.
Maar na een tijdje zag hij de charme er niet meer van in. Haar vergetelheid had hen op een avond zelfs bijna de dood ingejaagd. Hij dacht terug aan die nacht dat ze ternauwernood aan de verstikkingsdood ontsnapt waren, toen de keuken volledig uitbrandde, omdat Marieke de frietpan had laten aanstaan.
‘Morgen ga ik met haar naar de dokter,’ had hij de sterren beloofd, toen hij onder de nachtelijke hemel de brandweercommandant bedankte.
De diagnose verpletterde alles waar hij nog voor leefde. Zijn vrouw leed aan aderverkalking in de hersenen, waardoor ze langzaam maar zeker zou dementeren. De arts stelde voor om er even tussenuit te knijpen, maar Miel las tussen de regels dat de beste man suggereerde om te stoppen met de zaak.
Drie weken Benidorm verbeterden niets aan Mariekes conditie. Integendeel, het ging van kwaad naar erger. Ze nam haar medicatie dubbel of helemaal niet. Ze vergat de badkraan dicht te draaien of liet de hete strijkbout in het stopcontact steken. Hij moest zelfs controleren of ze geen maaltijd oversloeg. Ze was zelfs een keer in slaapkleed achter de cafétoog verschenen.
Maar het was pas later dat hij inzag dat Marieke niet meer in staat was om te werken. Op een regenachtige ochtend vertok ze naar de bakker en keerde niet meer terug. De hele dag was Miel het dorp rondgereden, op zoek naar zijn vrouw. Pas 's avonds werd ze, doornat en volledig in de war, thuisgebracht door de politie. Dat was de eerste keer dat Miel die vreemde, lege uitdrukking op haar gezicht had gezien.
Sindsdien bleef Marieke in de woonvertrekken en keek ze de hele dag naar de televisie, terwijl Miel het café openhield. Elk half uur kwam hij kijken of alles in orde was. Soms, wanneer de middagprogramma’s gedaan waren, betrapte hij haar erop dat ze apathisch naar het testbeeld zat te staren.
Hij waste, kookte en had zijn vrouw goed verzorgd. Zelfs toen ze incontinent werd, had hij halsstarrig volgehouden.
En alsof de miserie nog niet groot genoeg was, was Marieke drie weken geleden van de trap gevallen, waarbij ze haar heup brak. De behandelende arts had erop aangedrongen om haar naar een rusthuis te verhuizen. Een rusthuis God betere het!
Het was pas na lang nadenken en overleg met Marieke tijdens de betere dagen, dat hij had opgegeven en de zaak te koop had aangeboden. Hij zag haar graag en besefte dat hij haar niet de juiste zorg kon verschaffen. Daarbij zou hij haar nooit alleen laten gaan hebben; als zij verhuisde, ging hij mee. Overal.
Maar was er ook maar iemand die blijk gaf van inzicht in hoe moeilijk het wel was voor hem om de zaak op te geven? De dokter zeker niet! En Birgit, de verpleegster van het wit-geel kruis waarop ze sinds Mariekes val beroep konden doen, blijkbaar ook niet.
Binnen enkele uren zou de taxi hen komen halen en zou hij afscheid moeten nemen van zijn zaak, zijn huis en zijn leven. En zij brabbelde maar wat over Benidorm.
De bel ging in het café. Birgit veegde de besmeurde mondhoeken van Marieke schoon met een slabbetje en schoof haar stoel achteruit.
'Laat maar,' mompelde Miel, 'Ik ga wel.'
Hij stond op en verdween uit het keukentje.
De rekken achter de toog waren leeg. Alle glazen waren verpakt in de kartonnen dozen die samen met een paar vaten en bakken leeggoed klaarstonden voor de leverancier. De stoelen waren omgekeerd op de tafeltjes geschoven en waar gisteren de juke-box en de sigarettenautomaat nog stonden, ontsierden nu twee rechthoekige bruine vlekken de tegels op de vloer. De muur was geel van de nicotine, behalve op de plaatsen waar groepsfoto's van de lokale wieler- en voetbalclub hadden gehangen. Het oude pianomeubel was ver uit het zicht geschoven.
Weer galmde de bel door de zaal. Miel draaide de sleutel tweemaal om en trok de deur open. Op de stoep stond een forsgebouwde, roodharige man, die hij herkende van bij de notaris. Een knaap van een jaar of zes had zich verlegen verscholen achter zijn vaders benen. Miel knikte beleefd, deed een stap achteruit en liet het duo binnen.
'Goedemorgen, meneer Coppieters,' zei de man opgewekt. Hij wreef in zijn handen, terwijl hij keurend rondkeek. 'Deze plaats kan een goede schrobbeurt gebruiken, niet?'
Miel volgde de blik van de nieuwe cafébaas naar de stofwebben op het plafond en knikte afwezig.
'Vindt u het erg als ik er meteen aan begin, meneer Coppieters?'
'Miel. Zeg maar Miel. En ga gerust je gang, hoor. De taxi komt ons zo halen, meneer Fierens.'
'Dank u. O en zeg maar Danny.'
Danny keerde zich om en knielde neer, zodat hij oog in oog stond met het sproetige jongetje dat met dezelfde haarkleur gezegend was als zijn vader.
'Maarten, ik ga even wat materiaal halen uit de bestelwagen. Blijf mooi hier, ik ben zo terug. Ok?'
De jongen keek zijn vader vragend aan en wees verlegen naar de oude piano. Danny stuurde dezelfde blik naar Miel.
'Mag hij er eens op tokkelen?'
'Maar natuurlijk!'
Miels ogen blonken van trots. Zijn oude piano.
'Niks kapot maken, hé kerel!' waarschuwde Danny.
‘Nee, pap.’
Danny verdween naar buiten en liet de deur tegenaan staan.
Miel trok moeizaam een stoel van een tafeltje en zette die rechts van het pianokrukje waarop hij zelf plaatsnam. Hij glimlachte en klopte uitnodigend op de stoel. Maarten keek strak naar de grond, nog steeds verlegen. Miel opende de klep en huiverde toen hij zijn handen voorzichtig op de ivoren toetsen legde.
Hoe lang zou dat geleden zijn? Zou hij het nog steeds kunnen?
Hij groef in zijn geheugen naar een melodietje dat de jongen bekend in de oren zou moeten klinken. Hij sloot zijn ogen en een tel later galmden de beginnoten van "für Elise" door het café.
Hij speelde wat houterig misschien, maar helemaal was hij het nog niet verleerd na die al die jaren. Hij ging op in het melodietje en liet zich omwikkelen door melancholie. De beelden kwamen weer.
Kermis, een bomvol café. Fons met zijn krachtige stem, Karel de gekke drummer, Julien de dikke bassist en hijzelf, de bescheiden pianist. Daar kwamen de mensen voor. Meezingen. Dansen. Drinken. Lachen!
Een paar lage noten sleurden hem abrupt uit het verleden. Het jongetje liep rood aan en excuseerde zich. Miel lachte luid en aaide over Maartens hoofd.
‘Wat leuk!’ zei hij. ‘Misschien kunnen we met zijn tweeën spelen? Maar de lage noten zijn voor mij. Die zijn voor oude mensen, wist je dat, Maarten?’
De jongen stak een vinger in zijn mond en schudde heftig het hoofd.
‘Nou, het is echt waar hoor! Lang geleden heeft mijn vader me dat geleerd. Jij bent nog jong, dus jij neemt de hoge noten.’
Hij wees naar de stoel en ditmaal klauterde de jongen wel op de stoel. Meteen probeerde hij ‘Broeder Jacob’ uit de snaren te krijgen.
Miel zag zichzelf weer als knaapje van zeven naast zijn vader aan de piano zitten. Terwijl hij zich concentreerde op de melodie, nam zijn vader de begeleidende akkoorden voor zijn rekening.
‘Weet je, Mieleke… Het leven is als deze piano.’
Kleine Miel had de wenkbrauwen gefronst en verwonderd gekeken.
‘Als je jong bent, klinkt je stem zó…’
Zijn vader had herhaaldelijk twee hoge noten kort na elkaar aangeslagen. Miel had het begrepen.
‘En dit is opa!’ grinnikte hij en zelf imiteerde hij de handeling van zijn vader met twee lage noten.
‘Precies jongen. En elke toets van dit instrument staat symbool voor een jaar in je leven. Je ziet meteen dat het leven niet alleen plezier is: elke zwarte toets die je hier ziet, betekent een minder prettig jaar. Van al die witte toetsen daartussen, moet je genieten. Dat zijn de gelukkige jaren.’
Hij had zijn vaders advies ter harte genomen: genoten had hij. Jaren geleden had hij op een nacht, na een feestje in het café, het verhaal aan Marieke verteld. Ze was wat tipsy geweest en had hartelijk gelachen om de vergelijking van haar schoonvader. Ze had hem omarmd, gezoend en hem plots van zich afgeduwd. Ze had haar rok omhooggetrokken, haar slip uitgedaan en was met veel kabaal op de toetsen gaan zitten.
‘Dan zullen we maar genieten van de middelste toetsen, nietwaar?’ had ze gegiecheld. Een half uur lang hadden ze zo de meest fantastische muziek gecomponeerd.
‘Mag die piano hier blijven staan, meneer?’
Miel schrok uit zijn overpeinzingen en schudde even zijn hoofd.
‘Ehm.. Wat zei je, jongen?’
‘Of de piano hier mag blijven staan?’
Weer stak hij zijn vinger in zijn mond en wierp tersluiks een blik op zijn vader, die ondertussen de vloer te lijf ging met een schuurborstel.
Danny hield op met schrobben en veegde zijn bezwete voorhoofd droog met zijn pols.
‘Maarten! Niet onbeleefd zijn hé!’ zei hij streng.
‘O, maar hij mag hem best hebben, hoor!’ suste Miel. ‘Tenminste… Als je er een plaatsje voor vindt?’
Maarten sprong op van zijn stoel en veerde op en neer van opwinding.
‘Mag het, pap? Toe!’
‘Nou… Goed dan. Wat zeg je dan tegen de meneer, Maarten?’
‘Dank u wel, meneer!’
De jongen stortte zich verwoed op de piano en bracht opnieuw ‘Broeder Jacob’ te berde. Danny concentreerde zich weer op de plakkerige vloer.
Weer ging de bel. Birgit kwam uit de keuken en opende de deur.
‘Taxi, mevrouw?’
‘Ja,’ antwoordde Birgit. ‘Kunt u even helpen met de koffers? Ze staan nog boven.’
De taxichauffeur trad binnen, knikte eens naar Miel terwijl hij even tegen zijn kepie tikte en volgde Birgit door de keukendeur naar de woonvertrekken.
Miel keek nog een laatste keer rond. Dat was het dan. Wat gaat het leven toch verschrikkelijk snel. Het is eigenlijk niet eerlijk…
Een tik op zijn schouder deed hem schrikken. Maarten hield op met pingelen en ging staan. Miel draaide zich om en zag een lang verloren gewaand gezicht.
‘Marieke?’ fluisterde hij bijna.
Ze zag er helder uit en leek voor het eerst sinds lang weer te beseffen waar ze was.
‘Miel,’ zei ze glimlachend.
‘Marieke…’ fluisterde hij.
‘Kijk Miel!’ onderbrak ze hem.
Met bevende wijsvinger duwde ze de meest linkse toets in van de piano. Een lage basnoot weergalmde. Miel staarde haar verbaasd aan.
‘Kijk, Miel! Kijk!’
Ze sloeg nu dezelfde noot een paar keer na elkaar aan. Miel keek haar niet begrijpend aan.
‘De laatste toets… Zie je het niet?’
Miel slikte.
Marieke liet haar vinger langzaam van de piano glijden en haar arm hing weer naast haar lichaam.
‘Het is een witte toets,’ fluisterde ze.
De glimlach vervloog. Meteen daarna doofde het licht van besef in haar ogen en staarde ze weer verward voor zich uit.
'Gaat het, Miel?'
Birgit schoof een lepel brij in Mariekes tandenloze mond en keek Miel vol medeleven aan.
De oude man roerde morsend in zijn koffie maar gaf geen antwoord.
'Het zal heus wel meevallen. Je kan het vergelijken met een hotel. Weet je nog, drie jaar geleden, toen jullie in Benidorm op vakantie waren?'
Miel staarde in gedachten verzonken naar zijn bord en verzamelde met zijn wijsvinger een paar kruimels naast zijn onaangeroerde boterham.
Benidorm… Het kon hem wat! Zonde was het. Een doodzonde! Bijna vijftig jaar lang had hij samen met zijn vrouw Marieke de stamgasten van café "De Vlasschaert" met de glimlach bediend. Ze waren een uitstekend team geweest. Toegegeven, misschien ging de bediening de laatste jaren wat trager toen Marieke aan zijn zijde achter de toog stond, maar nooit had iemand geklaagd. Ze waren beiden dan wel de zeventig gepasseerd, maar konden de routine nog goed de baas. Als Marieke niet ziek was geworden, zouden ze binnen tien jaar nog steeds pils getapt hebben. Marieke zou nog steeds het luisterend oor geweest zijn voor de mannen die een oplossing voor al hun kleine en grote problemen kwamen zoeken op de bodem van het glas. Van Benidorm zou zelfs geen sprake geweest zijn, wanneer die akelige ziekte geen roet in het eten gegooid zou hebben.
Geniepig hoe de aandoening zich aanvankelijk in kleine dingen uitte. Zo vergat ze wel eens wie wat besteld had. Hij zou de grote verontwaardigde ogen van Pierre ‘de Ton’, de onverbeterlijke dronkaard, nooit vergeten, toen Marieke hem per abuis een glas tonic had voorgezet in plaats van het gebruikelijke gerstenat. Of die keer, toen ze twee pilsjes aanrekende in plaats van zes.
‘Geef me er dan nog maar zes!’ had Pierre luid lachend geroepen. Miel had vrolijk meegelachen; wist hij veel dat zijn vrouw ernstig ziek was. Telkens weet hij deze voorvalletjes immers aan haar ouderdom. Hij sprak dan vol liefde van zijn ‘charmant grijs wijveke’.
Maar na een tijdje zag hij de charme er niet meer van in. Haar vergetelheid had hen op een avond zelfs bijna de dood ingejaagd. Hij dacht terug aan die nacht dat ze ternauwernood aan de verstikkingsdood ontsnapt waren, toen de keuken volledig uitbrandde, omdat Marieke de frietpan had laten aanstaan.
‘Morgen ga ik met haar naar de dokter,’ had hij de sterren beloofd, toen hij onder de nachtelijke hemel de brandweercommandant bedankte.
De diagnose verpletterde alles waar hij nog voor leefde. Zijn vrouw leed aan aderverkalking in de hersenen, waardoor ze langzaam maar zeker zou dementeren. De arts stelde voor om er even tussenuit te knijpen, maar Miel las tussen de regels dat de beste man suggereerde om te stoppen met de zaak.
Drie weken Benidorm verbeterden niets aan Mariekes conditie. Integendeel, het ging van kwaad naar erger. Ze nam haar medicatie dubbel of helemaal niet. Ze vergat de badkraan dicht te draaien of liet de hete strijkbout in het stopcontact steken. Hij moest zelfs controleren of ze geen maaltijd oversloeg. Ze was zelfs een keer in slaapkleed achter de cafétoog verschenen.
Maar het was pas later dat hij inzag dat Marieke niet meer in staat was om te werken. Op een regenachtige ochtend vertok ze naar de bakker en keerde niet meer terug. De hele dag was Miel het dorp rondgereden, op zoek naar zijn vrouw. Pas 's avonds werd ze, doornat en volledig in de war, thuisgebracht door de politie. Dat was de eerste keer dat Miel die vreemde, lege uitdrukking op haar gezicht had gezien.
Sindsdien bleef Marieke in de woonvertrekken en keek ze de hele dag naar de televisie, terwijl Miel het café openhield. Elk half uur kwam hij kijken of alles in orde was. Soms, wanneer de middagprogramma’s gedaan waren, betrapte hij haar erop dat ze apathisch naar het testbeeld zat te staren.
Hij waste, kookte en had zijn vrouw goed verzorgd. Zelfs toen ze incontinent werd, had hij halsstarrig volgehouden.
En alsof de miserie nog niet groot genoeg was, was Marieke drie weken geleden van de trap gevallen, waarbij ze haar heup brak. De behandelende arts had erop aangedrongen om haar naar een rusthuis te verhuizen. Een rusthuis God betere het!
Het was pas na lang nadenken en overleg met Marieke tijdens de betere dagen, dat hij had opgegeven en de zaak te koop had aangeboden. Hij zag haar graag en besefte dat hij haar niet de juiste zorg kon verschaffen. Daarbij zou hij haar nooit alleen laten gaan hebben; als zij verhuisde, ging hij mee. Overal.
Maar was er ook maar iemand die blijk gaf van inzicht in hoe moeilijk het wel was voor hem om de zaak op te geven? De dokter zeker niet! En Birgit, de verpleegster van het wit-geel kruis waarop ze sinds Mariekes val beroep konden doen, blijkbaar ook niet.
Binnen enkele uren zou de taxi hen komen halen en zou hij afscheid moeten nemen van zijn zaak, zijn huis en zijn leven. En zij brabbelde maar wat over Benidorm.
De bel ging in het café. Birgit veegde de besmeurde mondhoeken van Marieke schoon met een slabbetje en schoof haar stoel achteruit.
'Laat maar,' mompelde Miel, 'Ik ga wel.'
Hij stond op en verdween uit het keukentje.
De rekken achter de toog waren leeg. Alle glazen waren verpakt in de kartonnen dozen die samen met een paar vaten en bakken leeggoed klaarstonden voor de leverancier. De stoelen waren omgekeerd op de tafeltjes geschoven en waar gisteren de juke-box en de sigarettenautomaat nog stonden, ontsierden nu twee rechthoekige bruine vlekken de tegels op de vloer. De muur was geel van de nicotine, behalve op de plaatsen waar groepsfoto's van de lokale wieler- en voetbalclub hadden gehangen. Het oude pianomeubel was ver uit het zicht geschoven.
Weer galmde de bel door de zaal. Miel draaide de sleutel tweemaal om en trok de deur open. Op de stoep stond een forsgebouwde, roodharige man, die hij herkende van bij de notaris. Een knaap van een jaar of zes had zich verlegen verscholen achter zijn vaders benen. Miel knikte beleefd, deed een stap achteruit en liet het duo binnen.
'Goedemorgen, meneer Coppieters,' zei de man opgewekt. Hij wreef in zijn handen, terwijl hij keurend rondkeek. 'Deze plaats kan een goede schrobbeurt gebruiken, niet?'
Miel volgde de blik van de nieuwe cafébaas naar de stofwebben op het plafond en knikte afwezig.
'Vindt u het erg als ik er meteen aan begin, meneer Coppieters?'
'Miel. Zeg maar Miel. En ga gerust je gang, hoor. De taxi komt ons zo halen, meneer Fierens.'
'Dank u. O en zeg maar Danny.'
Danny keerde zich om en knielde neer, zodat hij oog in oog stond met het sproetige jongetje dat met dezelfde haarkleur gezegend was als zijn vader.
'Maarten, ik ga even wat materiaal halen uit de bestelwagen. Blijf mooi hier, ik ben zo terug. Ok?'
De jongen keek zijn vader vragend aan en wees verlegen naar de oude piano. Danny stuurde dezelfde blik naar Miel.
'Mag hij er eens op tokkelen?'
'Maar natuurlijk!'
Miels ogen blonken van trots. Zijn oude piano.
'Niks kapot maken, hé kerel!' waarschuwde Danny.
‘Nee, pap.’
Danny verdween naar buiten en liet de deur tegenaan staan.
Miel trok moeizaam een stoel van een tafeltje en zette die rechts van het pianokrukje waarop hij zelf plaatsnam. Hij glimlachte en klopte uitnodigend op de stoel. Maarten keek strak naar de grond, nog steeds verlegen. Miel opende de klep en huiverde toen hij zijn handen voorzichtig op de ivoren toetsen legde.
Hoe lang zou dat geleden zijn? Zou hij het nog steeds kunnen?
Hij groef in zijn geheugen naar een melodietje dat de jongen bekend in de oren zou moeten klinken. Hij sloot zijn ogen en een tel later galmden de beginnoten van "für Elise" door het café.
Hij speelde wat houterig misschien, maar helemaal was hij het nog niet verleerd na die al die jaren. Hij ging op in het melodietje en liet zich omwikkelen door melancholie. De beelden kwamen weer.
Kermis, een bomvol café. Fons met zijn krachtige stem, Karel de gekke drummer, Julien de dikke bassist en hijzelf, de bescheiden pianist. Daar kwamen de mensen voor. Meezingen. Dansen. Drinken. Lachen!
Een paar lage noten sleurden hem abrupt uit het verleden. Het jongetje liep rood aan en excuseerde zich. Miel lachte luid en aaide over Maartens hoofd.
‘Wat leuk!’ zei hij. ‘Misschien kunnen we met zijn tweeën spelen? Maar de lage noten zijn voor mij. Die zijn voor oude mensen, wist je dat, Maarten?’
De jongen stak een vinger in zijn mond en schudde heftig het hoofd.
‘Nou, het is echt waar hoor! Lang geleden heeft mijn vader me dat geleerd. Jij bent nog jong, dus jij neemt de hoge noten.’
Hij wees naar de stoel en ditmaal klauterde de jongen wel op de stoel. Meteen probeerde hij ‘Broeder Jacob’ uit de snaren te krijgen.
Miel zag zichzelf weer als knaapje van zeven naast zijn vader aan de piano zitten. Terwijl hij zich concentreerde op de melodie, nam zijn vader de begeleidende akkoorden voor zijn rekening.
‘Weet je, Mieleke… Het leven is als deze piano.’
Kleine Miel had de wenkbrauwen gefronst en verwonderd gekeken.
‘Als je jong bent, klinkt je stem zó…’
Zijn vader had herhaaldelijk twee hoge noten kort na elkaar aangeslagen. Miel had het begrepen.
‘En dit is opa!’ grinnikte hij en zelf imiteerde hij de handeling van zijn vader met twee lage noten.
‘Precies jongen. En elke toets van dit instrument staat symbool voor een jaar in je leven. Je ziet meteen dat het leven niet alleen plezier is: elke zwarte toets die je hier ziet, betekent een minder prettig jaar. Van al die witte toetsen daartussen, moet je genieten. Dat zijn de gelukkige jaren.’
Hij had zijn vaders advies ter harte genomen: genoten had hij. Jaren geleden had hij op een nacht, na een feestje in het café, het verhaal aan Marieke verteld. Ze was wat tipsy geweest en had hartelijk gelachen om de vergelijking van haar schoonvader. Ze had hem omarmd, gezoend en hem plots van zich afgeduwd. Ze had haar rok omhooggetrokken, haar slip uitgedaan en was met veel kabaal op de toetsen gaan zitten.
‘Dan zullen we maar genieten van de middelste toetsen, nietwaar?’ had ze gegiecheld. Een half uur lang hadden ze zo de meest fantastische muziek gecomponeerd.
‘Mag die piano hier blijven staan, meneer?’
Miel schrok uit zijn overpeinzingen en schudde even zijn hoofd.
‘Ehm.. Wat zei je, jongen?’
‘Of de piano hier mag blijven staan?’
Weer stak hij zijn vinger in zijn mond en wierp tersluiks een blik op zijn vader, die ondertussen de vloer te lijf ging met een schuurborstel.
Danny hield op met schrobben en veegde zijn bezwete voorhoofd droog met zijn pols.
‘Maarten! Niet onbeleefd zijn hé!’ zei hij streng.
‘O, maar hij mag hem best hebben, hoor!’ suste Miel. ‘Tenminste… Als je er een plaatsje voor vindt?’
Maarten sprong op van zijn stoel en veerde op en neer van opwinding.
‘Mag het, pap? Toe!’
‘Nou… Goed dan. Wat zeg je dan tegen de meneer, Maarten?’
‘Dank u wel, meneer!’
De jongen stortte zich verwoed op de piano en bracht opnieuw ‘Broeder Jacob’ te berde. Danny concentreerde zich weer op de plakkerige vloer.
Weer ging de bel. Birgit kwam uit de keuken en opende de deur.
‘Taxi, mevrouw?’
‘Ja,’ antwoordde Birgit. ‘Kunt u even helpen met de koffers? Ze staan nog boven.’
De taxichauffeur trad binnen, knikte eens naar Miel terwijl hij even tegen zijn kepie tikte en volgde Birgit door de keukendeur naar de woonvertrekken.
Miel keek nog een laatste keer rond. Dat was het dan. Wat gaat het leven toch verschrikkelijk snel. Het is eigenlijk niet eerlijk…
Een tik op zijn schouder deed hem schrikken. Maarten hield op met pingelen en ging staan. Miel draaide zich om en zag een lang verloren gewaand gezicht.
‘Marieke?’ fluisterde hij bijna.
Ze zag er helder uit en leek voor het eerst sinds lang weer te beseffen waar ze was.
‘Miel,’ zei ze glimlachend.
‘Marieke…’ fluisterde hij.
‘Kijk Miel!’ onderbrak ze hem.
Met bevende wijsvinger duwde ze de meest linkse toets in van de piano. Een lage basnoot weergalmde. Miel staarde haar verbaasd aan.
‘Kijk, Miel! Kijk!’
Ze sloeg nu dezelfde noot een paar keer na elkaar aan. Miel keek haar niet begrijpend aan.
‘De laatste toets… Zie je het niet?’
Miel slikte.
Marieke liet haar vinger langzaam van de piano glijden en haar arm hing weer naast haar lichaam.
‘Het is een witte toets,’ fluisterde ze.
De glimlach vervloog. Meteen daarna doofde het licht van besef in haar ogen en staarde ze weer verward voor zich uit.
|
|
Godvermiljaar! |
|
|
Ochtenden zijn tof! |
Reacties
Bravo 
Ik lees elke blog van je weer met plezier, dat wou ik nog even melden 
Pffff.. Zo mooi.. Hoe verzin je het toch?
Schoon 
Leuk verhaaltje, echt waar, je moet boeken schrijven!
Ik vond dit net iets te lang om het op mjin scherm te lezen (vermoeiend), dus heb ik het afgedrukt, leest veel beter
Ik vond dit net iets te lang om het op mjin scherm te lezen (vermoeiend), dus heb ik het afgedrukt, leest veel beter
Erg mooi....... En ik ga met Dima mee. Schrijf een boek!
Wauw...
Schitterend verhaal!
Jammergenoeg erg herkenbaar binnen mijn familiesituatie alleen dan binnen andere omstandigheden..
Jammergenoeg erg herkenbaar binnen mijn familiesituatie alleen dan binnen andere omstandigheden..
Treffend... 
Bijzonder mooi verhaal. Vooral die laatste paar regels zijn briljant.
Prachtig verhaal weer...
Ik wil het liefst NU een boek van je lezen
Ik wil het liefst NU een boek van je lezen
Hier heb ik, als fervent pianospeler en ex-begeleider op een dementenafdeling even een traantje moeten wegpinken... Vooral het beeld van het klavier met 88 witte en zwarte toetsen heeft me geraakt. 
Potdomme gast, dat is een mooi verhaal. Blijkt maar weer dat Coltrui tot meer in staat is dan kleine grappige verhaaltjes.
Altijd weer een plezier, de blogs van coltrui!
TLDR 
<geintje>
Mooi! 
<geintje>
Lees al wat langer je verhaaltjes maar vond dat ik op deze toch echt maar eens moest reageren. Echt een super mooi en serieus verhaal! Zoals andere voor mij al zeiden: "Wanneer komt je boek!".
Erg mooi inderdaad.
Kippevel bij die laatste regels 
Weer een kunstwerkje van onze Coltrui
Weer een kunstwerkje van onze Coltrui
schitterend! 
Meestal moet ik hardop lachen om je schrijfsels, Coltrui.
Dit keer heb ik serieus de tranen in mijn ogen. Prachtig hoe je altijd een snaar weet te raken, en hiermee bewijs je dat je meer in je hebt dan alleen uiterst grappige verhaaltjes schrijven. (Hoewel je dat ook zeer goed kan!)
Je hebt een talent. Ik hoop dat ik nog vele van je verhalen mag lezen.
Bedankt dat je ze wil delen.
Dit keer heb ik serieus de tranen in mijn ogen. Prachtig hoe je altijd een snaar weet te raken, en hiermee bewijs je dat je meer in je hebt dan alleen uiterst grappige verhaaltjes schrijven. (Hoewel je dat ook zeer goed kan!)
Je hebt een talent. Ik hoop dat ik nog vele van je verhalen mag lezen.
Bedankt dat je ze wil delen.
Gast,... als je nog eens een boek schrijft koop ik er een dozijn van....
@Iedereen: Blij dat ook dit gesmaakt wordt, ook al is het geen poging tot humor. Echt.
@RobIII: Ik wil een "filtertje" op "TLDR :w". Of is dit niet voldoende?
@RobIII: Ik wil een "filtertje" op "TLDR :w". Of is dit niet voldoende?
Wederom goed geschreven en leuk dat mijn reactie het plaatsen van dit verhaal heeft uitgelokt 
Erg netjes!
erg goed eind 
Echt heel mooi! Heel knap en ook weer eens wat anders dan een van je supergrappige verhaaltjes! Zelfde hoge niveau, heel erg goed!
zeer goed eind
had ik eigenlijk niet verwacht
om het op zn vlaams te zeggen: schoon!
Ik had ook de tranen in de ogen.
Ik had ook de tranen in de ogen.
Waw... dit maakte indruk. Echt waar.
Heel sterk verhaal.
Heel sterk verhaal.
Zo, jij kunt best aardig schrijven 
Erg mooi weer
Erg mooi weer
Dit mag voor mij nog even fictie blijven! ;-)
Heel mooi geschreven!!!
Heel mooi geschreven!!!