Worteltijd

Door Coltrui op donderdag 29 oktober 2009 08:44 - Reacties (0)
Categorie: Lectuur - fictieve onzin, Views: 266

De visser duwde een worm aan zijn haak, wierp behendig zijn lijn uit en nestelde zich tenslotte weer op zijn vissersbak onder de paraplu. Ondanks de zeurende regen, verried het deuntje dat hij floot zijn opgewekte humeur. Er was iets fascinerends aan de grijsaard. Wat precies, daar kon ik niet meteen mijn vinger op leggen.
Ik bekeek hem van top tot teen. Geel hoedje, geel regenpak en dito laarzen.

“Middag. Willen ze wat bijten?” brak ik het ijs op geweldig originele wijze.
“Het gaat wel. Ik mag niet klagen…”
Hij keek me aan waardoor ik eindelijk besefte wat me zo verwonderd had.
“Meneer?”
“Ja, jongeman?”
Mijn wijsvinger wees aarzelend naar zijn neus.
“Wist u dat u een wortel in uw neus heeft zitten?”
De man schrok, stond op en speurde in paniek de grond af, terwijl zijn handen koortsachtig in zijn jaszakken woelden. Een tel later slaakte hij opgelucht adem.
“Aha, hier is ie!”
Kwiek grabbelde hij een tweede wortel van de grond en parkeerde die handig in zijn vrije neusgat.
“Oef! Haha, stond ik even voor gek, zeg! Bedankt, jongeman! Zitten ze goed zo?”
“Ehm… Ze staan u beeldig, meneer.”
“René. Zeg maar René. Meneer is thuis.”
“René.”
“Juist. René.”
“Zeg eens René…”
“Ja, jongeman?”
“Ik wil niet echt onbeleefd zijn hoor, maar ehm…”
“Wat?”
“Wel, waarom heeft u wortels in uw neus?”
“O, dat! Dat is familietraditie, jongen. Al generaties lang zijn wij vissers. Ik heb de worteltechniek van mijn vader overgenomen. Hij van zijn vader. Zijn vader op zijn beurt dan weer van zijn vader. Diens vader heeft het dan weer van zijn vader, die het van zijn vader heeft. En zijn vader…”
“Van zijn vader?”
“Nee, die had het van zijn poetsvrouw. Het idee althans, want dienstmeid Bea zaliger experimenteerde aanvankelijk met integrale broccoli’s.”
“Broccoli?”
“Ja, belachelijk he? Ach ja, vroeger was dat zo. Maar de wonderen van de techniek staan niet stil he!”
“Maar waarom groente in uw neus vrotten? Bevordert het de visvangst?”
“Tuurlijk! Eigenlijk is dit een familiegeheim, maar jij ziet er nogal schattig uit, dus zal ik het uitleggen. Het heeft allemaal te maken met de legendarische sneeuwman die geen kaas lustte…”
“De wát?”
“De sneeuwman die geen kaas lustte. Het begon allemaal op die steenkoude winteravond in december negentienhonderd eenentwintig. Fonske, het zoontje van de bakker, had wijwater gestolen van pastoor Muntens. Bij nacht en ontij, sloop hij naar het kerkplein, het heilige water en twee winterpenen in de hand, toen plots uit het niets een reusachtige sneeuwman opdoemde. Fonske deed het in zijn broek van angst, toen plots…”
Ik schrok me het apelazarus van het schelle gerinkel dat uit zijn vissersbak scheen te komen.
“Momentje!” sprak de oude man, waarna hij de bak opende, er een wekker uithaalde en die routineus weer opwond.
Het sleuteltje brak af onder luid gevloek van René.
“Een wekker?”
“Jup, standaard vissersuitrusting voor mij, sinds mijn grootvader zaliger het loodje heeft gelegd tijdens het vissen.”
“Oei! Verdronken?”
“Verdronken? Natuurlijk niet! Gestikt! In konijnen!”
“Konijnen?”
“Denk nu eens na… Wat denk je dat er gebeurt wanneer je in slaap valt in de vrije natuur met twee wortels in je neus? Juist, konijnen komen op de wortels af en nestelen zich in je neus en BAM! Dood!”
“Mijn deelneming.”
“Ach, hij stierf een heldendood. Excuseer jongeman, maar ik moet een nu meteen nieuwe wekker halen.”
Gehaast zocht hij al zijn spullen bijeen, waarna hij ze in zijn vissersbak propte.
“En de sneewman die geen kaas lustte?” vroeg ik gefrustreerd.
“Later! Ik moet nu gaan!”
De man plantte zijn hand bovenop zijn hoed en zette het op een lopen. Terwijl hij verbazingwekkend snel door regen spurtte, viel mijn oog op een verloren wortel.
“René! Je bent een wortel vergeten! Renééééééééééééééé!”

Maar René was rennenderwijs kleiner geworden aan de horizon. Vertwijfeld raapte ik de wortel op. Ik keek om me heen. Niemand te zien. Ik gaf toe aan de verleiding. Behoedzaam schoof ik de oranje groente in mijn linkerneusgat, centimeter voor centimeter. Ik wachtte op iets dat me aan de grond zou nagelen van verbazing, doch tevergeefs. En net op het moment dat ik de peen met een teleurgestelde ruk uit mijn snufferd trok, trok geritsel mijn aandacht. Meer geritsel. Geruis. Ik zag één konijn. Twee konijnen. Tien konijnen. Honderden konijnen. Het geruis hief aan tot gegaloppeer dat me de daver op het lijf joeg. Gedreven door doodsangst, smeet ik de wortel in het water. Het lawaai hield op. Ze zaten er. Met z’n duizenden. Duizenden paar ogen loerend naar elke beweging die ik maakte. Ik deed een stap achterwaarts. Ze bleven zitten. Nog een stap. Geen beweging.
Ik raapte al mijn moed bijeen. Omdraaien en rennen. Rennen tot mijn benen me niet meer konden dragen. En ik heb gerend. Weggerend om nooit meer terug te keren.

Volgende: De schemer van het verleden 04-11 De schemer van het verleden
Volgende: Prioriteiten. 10-'09 Prioriteiten.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze post


Reactie formulier
(verplicht)
(verplicht, maar wordt niet getoond)
(optioneel)

Voer de code van onderstaand anti-spam plaatje in: