Ik bijt uw strot af!
Stoere sukkels
Telkenmale ik, net als deze ochtend, met een slakkengangetje door de besneeuwde polders richting arbeid tuf en die ene gehavende boom passeer, moet ik even gniffelen.
Het was een aantal jaar geleden, dat ik in exact dezelfde omstandigheden op dat eenvaksbaantje reed, neus tegen de voorruit gekleefd en het gaspedaal niet verder dan een halve centimeter ingedrukt.
Wanneer het op autorijden aankomt, ben ik allerminst een held, moet u weten. Van zodra ik me in een gemotoriseerd voertuig bevind dat zich sneller gaat voortbewegen dan een dode schildpad zonder poten, moet ik noodgedwongen naar de reserveonderbroek grijpen die ik steeds in mijn binnenzak met me meedraag. Wanneer er dan ook nog sneeuw en ijs in het spel zijn, wordt ondergetekende helemaal
overmand door hysterie.
Maar goed, terwijl ik behoedzaam over het kronkelige polderbaantje gleed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een medeweggebruiker naderen met een naar mijn bescheiden mening onverantwoorde snelheid. Naarmate de Seat Ibiza groter werd in mijn spiegel, probeerde ik ook de bestuurder te ontwaren, maar tot mijn grote verbazing leek er niemand op de bestuurderszetel te zitten. Op de passagiersstoel ook niet. Wel ergens daartussen, aan het zicht onttrokken door een stel dobbelstenen dat aan zijn voorruit hing te dansen. Het was een onderuitgezakte en scheef hangende jonge kerel, petje op de kruin en hevig gesticulerend in mijn richting. De kauwgom in z'n smikkel kreeg er zwaar van langs.
Ofwel had meneer haast, ofwel nam hij rustig de tijd om zijn grote lichten eens aan een uitgebreide test te onderwerpen. Kijk, call me a wussy, maar op zulke momenten gaat mijn hand instinctief naar mijn binnenzak.
Zoals reeds vermeld, betrof het een eenvaksbaan, dus om de driftkikker te laten passeren, moest ik werkelijk aan de kant gaan staan, tussen de bomen. Toen hij zijn frustratie uiteindelijk ook op zijn toeter begon af te reageren, besloot ik om me dan maar opzij te zetten.
Toen hij me passeerde, werd ik getrakteerd op een neerbuigende blik, terwijl hij zijn hoofd schudde als wilde hij zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...' Een minachtend en kleinerend gebaar, dat ik niet snel zou vergeten.
Op zo'n moment voelt u zich op de zak getrapt, mocht u die hebben, maar tegelijk was ik blij dat hij eindelijk voor me uit reed. Het scheelde per slot van rekening een verse onderbroek.
Voorzichtig vervolgde ik mijn weg en toen ik een paar honderd meter die scherpe bocht naar rechts goed doorgekomen was, viel me een blij weerzien met de gele Seat te beurt. Ik vond de wagen er wel een beetje bedroefd uitzien. Blijkbaar had hij net een stevig worstelpartijtje met een boom achter de rug. En de boom had gewonnen.
En daar stond meneer Pet, spuwend in zijn mobieltje, hevig gebarend naar z'n geliefde wagentje dat daar zo idyllisch in een innige omhelzing met die boom verwikkeld lag.
Tergend langzaam reed ik voorbij, hopend dat hij mij een blik zou gunnen op het schaamrood dat zijn wangen ongetwijfeld kleurde. Hij keek me uiteindelijk aan, de GSM nog steeds tegen zijn oor. Hij staakte het kauwen, zodat zijn mond wijd open bleef staan. Zachtjes hoofdschuddend, als wilde ik zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...', gleed ik hem voorbij.
Het laatste dat ik in mijn spiegel zag, was een middenvinger.
Het was een aantal jaar geleden, dat ik in exact dezelfde omstandigheden op dat eenvaksbaantje reed, neus tegen de voorruit gekleefd en het gaspedaal niet verder dan een halve centimeter ingedrukt.
Wanneer het op autorijden aankomt, ben ik allerminst een held, moet u weten. Van zodra ik me in een gemotoriseerd voertuig bevind dat zich sneller gaat voortbewegen dan een dode schildpad zonder poten, moet ik noodgedwongen naar de reserveonderbroek grijpen die ik steeds in mijn binnenzak met me meedraag. Wanneer er dan ook nog sneeuw en ijs in het spel zijn, wordt ondergetekende helemaal
overmand door hysterie.
Maar goed, terwijl ik behoedzaam over het kronkelige polderbaantje gleed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een medeweggebruiker naderen met een naar mijn bescheiden mening onverantwoorde snelheid. Naarmate de Seat Ibiza groter werd in mijn spiegel, probeerde ik ook de bestuurder te ontwaren, maar tot mijn grote verbazing leek er niemand op de bestuurderszetel te zitten. Op de passagiersstoel ook niet. Wel ergens daartussen, aan het zicht onttrokken door een stel dobbelstenen dat aan zijn voorruit hing te dansen. Het was een onderuitgezakte en scheef hangende jonge kerel, petje op de kruin en hevig gesticulerend in mijn richting. De kauwgom in z'n smikkel kreeg er zwaar van langs.
Ofwel had meneer haast, ofwel nam hij rustig de tijd om zijn grote lichten eens aan een uitgebreide test te onderwerpen. Kijk, call me a wussy, maar op zulke momenten gaat mijn hand instinctief naar mijn binnenzak.
Zoals reeds vermeld, betrof het een eenvaksbaan, dus om de driftkikker te laten passeren, moest ik werkelijk aan de kant gaan staan, tussen de bomen. Toen hij zijn frustratie uiteindelijk ook op zijn toeter begon af te reageren, besloot ik om me dan maar opzij te zetten.
Toen hij me passeerde, werd ik getrakteerd op een neerbuigende blik, terwijl hij zijn hoofd schudde als wilde hij zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...' Een minachtend en kleinerend gebaar, dat ik niet snel zou vergeten.
Op zo'n moment voelt u zich op de zak getrapt, mocht u die hebben, maar tegelijk was ik blij dat hij eindelijk voor me uit reed. Het scheelde per slot van rekening een verse onderbroek.
Voorzichtig vervolgde ik mijn weg en toen ik een paar honderd meter die scherpe bocht naar rechts goed doorgekomen was, viel me een blij weerzien met de gele Seat te beurt. Ik vond de wagen er wel een beetje bedroefd uitzien. Blijkbaar had hij net een stevig worstelpartijtje met een boom achter de rug. En de boom had gewonnen.
En daar stond meneer Pet, spuwend in zijn mobieltje, hevig gebarend naar z'n geliefde wagentje dat daar zo idyllisch in een innige omhelzing met die boom verwikkeld lag.
Tergend langzaam reed ik voorbij, hopend dat hij mij een blik zou gunnen op het schaamrood dat zijn wangen ongetwijfeld kleurde. Hij keek me uiteindelijk aan, de GSM nog steeds tegen zijn oor. Hij staakte het kauwen, zodat zijn mond wijd open bleef staan. Zachtjes hoofdschuddend, als wilde ik zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...', gleed ik hem voorbij.
Het laatste dat ik in mijn spiegel zag, was een middenvinger.
Anticonceptie voor de twijfelaars
Sinds vorige week weet ik wat het meest efficiënte anticonceptiemiddel ter wereld is. Echt waar. Indien u een jaartje of drie verlost wenst te worden van uw eventuele kinderwens, heb ik een aanrader voor u: organiseer eens een verjaardagsfeestje voor kleuters. Mevrouw Coltrui heeft het gedaan voor Robin, die zeven wordt. Hel, Hel, driewerf Hel.
Wie er ooit eentje heeft moeten bijwonen, kent het scenario: een aantal krijsende Satanskinderen krioelt het hele huis door en als ware dolgedraaide olifantenjongen op speed beschouwen ze uw woonkamer als een porseleinwinkel die zo snel mogelijk met de grond gelijkgemaakt dient te worden. Terwijl de een hyperkinetisch vanop de salontafel op de vensterbank en terug springt , hangt een ander in ware Tarzanstijl aan een gammele Ikea-luchter te bengelen. Een derde zit neuspeuterend voor de achtste keer naar dezelfde aflevering van Mega Mindy te gapen, en wel zó geboeid dat die niet door heeft dat hij op het punt staat in zijn hersenen te roeren. Af en toe maakt hij zich tierend kwaad op een vierde die in de weg staat, omdat die het lumineuze idee krijgt de televisie van Barbie-oogschaduw te voorzien. Een vijfde besluit van elk koekje van het aangeboden gamma de ene helft te verorberen en de andere helft ergens tussen de zetelkussens te verstoppen. Een ander zevenjarig anarchistje houdt van kleuren met extra dikke viltstiften, maar heeft lak aan de conventie om binnen de lijntjes te blijven en kriebelt ijverig met tong uit de mond de complete salontafel fluogroen. Een kussengevecht met z’n tienen ontaardt al snel in een collectieve bloederige huilbui, omdat u slechts over acht kussens beschikt en twee ettertjes zich dus genoodzaakt zien om zich met een skateboard of een tennisracket al meppenderwijs in het strijdgewoel te storten.
Om de mini-tijdbommetjes niet door een teveel aan suiker te doen exploderen, worden Croque Monsieurs (tosti's bij jullie, toch?) geserveerd. De ene lust dat niet en vraagt prompt twee boterhammen in de plaats, uiteraard een met hesp en een met kaas. Een ander kan u enkel tevreden stellen met een sneetje brood met choco. Aan tafel blijven zitten kan natuurlijk niet, want het zou een gemiste kans wezen om de gesmolten kaas breed uit te smeren op de muren.
Hel zeg ik u. ‘t Is dat we geen behang hebben, anders had ik het voltallige tweede klasje er integraal achtergeplakt.
Mensen die me nu durven vragen of ik zo geen derde lief en schattig kindje wil, moeten heel erg op hun tellen letten, als ze lijf en leden op prijs stellen. Ik bijt uw strot af. Ik zweer het.
Wie er ooit eentje heeft moeten bijwonen, kent het scenario: een aantal krijsende Satanskinderen krioelt het hele huis door en als ware dolgedraaide olifantenjongen op speed beschouwen ze uw woonkamer als een porseleinwinkel die zo snel mogelijk met de grond gelijkgemaakt dient te worden. Terwijl de een hyperkinetisch vanop de salontafel op de vensterbank en terug springt , hangt een ander in ware Tarzanstijl aan een gammele Ikea-luchter te bengelen. Een derde zit neuspeuterend voor de achtste keer naar dezelfde aflevering van Mega Mindy te gapen, en wel zó geboeid dat die niet door heeft dat hij op het punt staat in zijn hersenen te roeren. Af en toe maakt hij zich tierend kwaad op een vierde die in de weg staat, omdat die het lumineuze idee krijgt de televisie van Barbie-oogschaduw te voorzien. Een vijfde besluit van elk koekje van het aangeboden gamma de ene helft te verorberen en de andere helft ergens tussen de zetelkussens te verstoppen. Een ander zevenjarig anarchistje houdt van kleuren met extra dikke viltstiften, maar heeft lak aan de conventie om binnen de lijntjes te blijven en kriebelt ijverig met tong uit de mond de complete salontafel fluogroen. Een kussengevecht met z’n tienen ontaardt al snel in een collectieve bloederige huilbui, omdat u slechts over acht kussens beschikt en twee ettertjes zich dus genoodzaakt zien om zich met een skateboard of een tennisracket al meppenderwijs in het strijdgewoel te storten.
Om de mini-tijdbommetjes niet door een teveel aan suiker te doen exploderen, worden Croque Monsieurs (tosti's bij jullie, toch?) geserveerd. De ene lust dat niet en vraagt prompt twee boterhammen in de plaats, uiteraard een met hesp en een met kaas. Een ander kan u enkel tevreden stellen met een sneetje brood met choco. Aan tafel blijven zitten kan natuurlijk niet, want het zou een gemiste kans wezen om de gesmolten kaas breed uit te smeren op de muren.
Hel zeg ik u. ‘t Is dat we geen behang hebben, anders had ik het voltallige tweede klasje er integraal achtergeplakt.
Mensen die me nu durven vragen of ik zo geen derde lief en schattig kindje wil, moeten heel erg op hun tellen letten, als ze lijf en leden op prijs stellen. Ik bijt uw strot af. Ik zweer het.
Prioriteiten.
Ik keek gisterenavond naar het nieuws en dat ging ongeveer zo - het kan zijn dat ik hier en daar een kleinigheidje heb gewijzigd, maar dat was niet opzettelijk.
Dzjingel.
Acht uur. Het nieuws, met Frieda Mestdagh.
Camera 1, Frieda in close-up.
Goedenavond. In de Oost-Vlaamse gemeente Hamme, is inwoner Hans Verknechten achtenzestig jaar geworden. Daarmee werd hij meteen ook de op twee miljoen driehonderd vierennegentig na oudste Belg. En dat, moest uiteraard gevierd worden. We gaan nu live naar Franske Piessens, die zich in het ongelooflijke feestgedruis tot bij het feestvarken heeft kunnen wringen.
Reportage start - reporter met microfoon staat in een leeg café naast de jarige die met een sigaret onder zijn neus tegen zichzelf aan het biljarten is.
- Meneer Verknechten, proficiat!
- Merci manneken.
- En hoe voelt dat, zo bijna de oudste Belg te zijn?
- Ik snap de poespas eigenlijk niet zo goed, maar ala.
- Wat is de kunst om zo oud te worden? Heeft u een geheim?
- Ba neet vent. Mag ik eens passeren? Ge staat in mijne weg. Ik kan zo niet aan de ballen he...
Hans duwt de reporter weg met zijn keu. Reporter kijkt in de camera.
- U ziet het, ondanks zijn leeftijd, is Hans nog steeds jong en sportief van geest. Het festijn zal hier vermoedelijk nog tot in de late uurtjes doorgaan, maar wij houden het hierbij. Terug over naar de studio. Weer naar jou, Frieda.
Camera 1, Frieda in close-up.
Dank je wel, Franske. Minder goed nieuws dan. In Kapelle is vanochtend een man onwel geworden, vermoedelijk na verorberen van een pita met looksaus. Het parket kwam ter plaatse en sluit een terreuraanslag niet uit, gezien het slachtoffer werkzaam is als koster van de Kapelse kerk. De eigenaars van pitabar 'Ne kleine met cocktailsaus' werden opgepakt voor verder verhoor.
Het zevenenvijftigjarige slachtoffer werd met vergiftigingsverschijnselen naar het ziekenhuis overgebracht, maar zou niet in levensgevaar verkeren. In afwachting van de resultaten van het onderzoek werd terreuralarm afgekondigd en wordt de burgers om extra waakzaamheid verzocht. Mocht u een verdacht pakketje of een rare neger tegen het lijf lopen, vraagt de politie u met drang zelf niets te ondernemen, maar alle politiekorpsen ter wereld te verwittigen via het nummer negen één één.
Frieda draait bladzijde om
Aan het strand van Oostende, spoelde vanmiddag een halve kameel met prostaatkanker aan. Op zich is dat niet zo ongewoon, ware het niet dat dit normaal enkel in de zomer gebeurt. Wetenschappers denken dat het te maken heeft met de klimaatsverandering en vrezen dat dit de voorbode zal zijn van een temperatuursstijging van gemiddeld 0.1°C. Bij ons in de studio zit Tommy Van der Stoelen, kamelendeskundige.
Camera twee, shot van de hele tafel. Er zit inderdaad een meneer. Gelukkig.
- Welkom professor Van der Stoelen. Tsja, we zeiden het al. Nu spoelen de kamelen ook al in de zomer aan. Moeten we ons zorgen maken?
- Zorgen maken niet echt nee. Zolang het een geïsoleerd geval betreft, moeten we niet panikeren.
- En wat als er nu morgen weer een aanspoelt?
- Tja, dat zou onrustwekkend zijn. Dan wordt het tijd om een ondergrondse bunker te bouwen.
- Ok professor, ik dank u voor uw komst naar de studio.
- Graag gedaan.
Camera 1, Frieda in close-up.
Buitenlands nieuws dan. Ergens in een van die Afrikaanse landen is een president vermoord. Een paar honderd duizend mensen zijn deze week weer eens omgekomen van ontbering. O ja, en in Irak kwamen bij een nucleaire aanval van de VS zo'n drie miljoen burgers om het leven, voornamelijk vrouwen en kinderen.
Zo, dat was het. Ik herhaal nog even de hoogtepunten: in Hamme is een man achtenzestig geworden, in Kapelle viel er ei zo na een dodelijk slachtoffer van terrorisme en het aanspoelen van een halve kameel baart de milieuwetenschappers zorgen.
Ik wens u nog een prettige avond en hoop u morgen weer te zien. Daag.
Camera 1 zoom uit.
Dzjingel en eindgeneriek.
Frieda neemt haar stapel papiertjes op en brengt die mooi samen door het bundeltje een paar keer verticaal op tafel te tikken. Daarna legt ze de papieren neer, nipt even van haar glas water en mompelt wat tegen professor Van der Stoelen, die in de lach schiet.
Zo hoort dat. Toch?
Dzjingel.
Acht uur. Het nieuws, met Frieda Mestdagh.
Camera 1, Frieda in close-up.
Goedenavond. In de Oost-Vlaamse gemeente Hamme, is inwoner Hans Verknechten achtenzestig jaar geworden. Daarmee werd hij meteen ook de op twee miljoen driehonderd vierennegentig na oudste Belg. En dat, moest uiteraard gevierd worden. We gaan nu live naar Franske Piessens, die zich in het ongelooflijke feestgedruis tot bij het feestvarken heeft kunnen wringen.
Reportage start - reporter met microfoon staat in een leeg café naast de jarige die met een sigaret onder zijn neus tegen zichzelf aan het biljarten is.
- Meneer Verknechten, proficiat!
- Merci manneken.
- En hoe voelt dat, zo bijna de oudste Belg te zijn?
- Ik snap de poespas eigenlijk niet zo goed, maar ala.
- Wat is de kunst om zo oud te worden? Heeft u een geheim?
- Ba neet vent. Mag ik eens passeren? Ge staat in mijne weg. Ik kan zo niet aan de ballen he...
Hans duwt de reporter weg met zijn keu. Reporter kijkt in de camera.
- U ziet het, ondanks zijn leeftijd, is Hans nog steeds jong en sportief van geest. Het festijn zal hier vermoedelijk nog tot in de late uurtjes doorgaan, maar wij houden het hierbij. Terug over naar de studio. Weer naar jou, Frieda.
Camera 1, Frieda in close-up.
Dank je wel, Franske. Minder goed nieuws dan. In Kapelle is vanochtend een man onwel geworden, vermoedelijk na verorberen van een pita met looksaus. Het parket kwam ter plaatse en sluit een terreuraanslag niet uit, gezien het slachtoffer werkzaam is als koster van de Kapelse kerk. De eigenaars van pitabar 'Ne kleine met cocktailsaus' werden opgepakt voor verder verhoor.
Het zevenenvijftigjarige slachtoffer werd met vergiftigingsverschijnselen naar het ziekenhuis overgebracht, maar zou niet in levensgevaar verkeren. In afwachting van de resultaten van het onderzoek werd terreuralarm afgekondigd en wordt de burgers om extra waakzaamheid verzocht. Mocht u een verdacht pakketje of een rare neger tegen het lijf lopen, vraagt de politie u met drang zelf niets te ondernemen, maar alle politiekorpsen ter wereld te verwittigen via het nummer negen één één.
Frieda draait bladzijde om
Aan het strand van Oostende, spoelde vanmiddag een halve kameel met prostaatkanker aan. Op zich is dat niet zo ongewoon, ware het niet dat dit normaal enkel in de zomer gebeurt. Wetenschappers denken dat het te maken heeft met de klimaatsverandering en vrezen dat dit de voorbode zal zijn van een temperatuursstijging van gemiddeld 0.1°C. Bij ons in de studio zit Tommy Van der Stoelen, kamelendeskundige.
Camera twee, shot van de hele tafel. Er zit inderdaad een meneer. Gelukkig.
- Welkom professor Van der Stoelen. Tsja, we zeiden het al. Nu spoelen de kamelen ook al in de zomer aan. Moeten we ons zorgen maken?
- Zorgen maken niet echt nee. Zolang het een geïsoleerd geval betreft, moeten we niet panikeren.
- En wat als er nu morgen weer een aanspoelt?
- Tja, dat zou onrustwekkend zijn. Dan wordt het tijd om een ondergrondse bunker te bouwen.
- Ok professor, ik dank u voor uw komst naar de studio.
- Graag gedaan.
Camera 1, Frieda in close-up.
Buitenlands nieuws dan. Ergens in een van die Afrikaanse landen is een president vermoord. Een paar honderd duizend mensen zijn deze week weer eens omgekomen van ontbering. O ja, en in Irak kwamen bij een nucleaire aanval van de VS zo'n drie miljoen burgers om het leven, voornamelijk vrouwen en kinderen.
Zo, dat was het. Ik herhaal nog even de hoogtepunten: in Hamme is een man achtenzestig geworden, in Kapelle viel er ei zo na een dodelijk slachtoffer van terrorisme en het aanspoelen van een halve kameel baart de milieuwetenschappers zorgen.
Ik wens u nog een prettige avond en hoop u morgen weer te zien. Daag.
Camera 1 zoom uit.
Dzjingel en eindgeneriek.
Frieda neemt haar stapel papiertjes op en brengt die mooi samen door het bundeltje een paar keer verticaal op tafel te tikken. Daarna legt ze de papieren neer, nipt even van haar glas water en mompelt wat tegen professor Van der Stoelen, die in de lach schiet.
Zo hoort dat. Toch?
Beware of Otto
Heel diep in mij, ergens tussen mijn lever en galblaas, sluimert een door netiquette geobsedeerde taalnazi. Otto heet hij. Tot voor kort woonde Otto op mijn tong en executeerde hij eenieder die zich bezondigde aan verkrachting van zijn taalgevoel, of geen ontzag toonde voor zijn schrikbewind van netiquette. De eerste en meteen laatste liefdesbrief die me door mijn schat met onwaarschijnlijk veel schroom werd toevertrouwd, zond de Otto in mij bijvoorbeeld terug, nadat hij hem met rode corrigerende halen had beklad. Inderdaad, het is een waar romanticus, die Otto.
Nu ik besef dat dat redelijk hautain overkomt, en ik moet toegeven dat ook ik - zij het wegens Skitt's Law - wel eens zondig tegen de puristenregels, heb ik hem naar dieper oorden verbannen en leg ik hem te slapen met schitterende literatuur als die van een Verhulst bijvoorbeeld.
Edoch, wanneer ik mijn elektronische brievenbus open en bij wijlen mijn hoofd in een onnatuurlijke houding moet wringen om een mailtje te kunnen ontcijferen, ontwaakt Otto weer uit dromenland. Dan zet hij zijn tanden in mijn maag en trekt hij aan de oren van mijn endeldarm om zich weer een weg naar boven te kunnen banen. Op zulke momenten schreeuwt zelfs een Verhulst tegen dovemansoren en kan ik Otto enkel kalmeren met een lolly met colasmaak. Maar hoe lang nog? Geen idee...
Daarom, lieve blogleeskindertjes, leek het me een strak plan om u van een aantal richtlijnen te voorzien, waarbij Otto u op zijn blote naziknietjes smeekt om die te handhaven, mocht u ooit met het suïcidale idee rondlopen mij op elektronische wijze een boodschap te laten geworden. Geweest zijn. En zo.
Taalgebruik en netiquette bij het mailen dus. Gaat ie.
1) Het onderwerp van de mail. Het invoervakje 'subject'. Degene die dat uitgevonden heeft, zou men de ogen moeten uitsteken met een nagelschaartje en de teennagels moeten afscheuren met ehm... ik kan niet meteen op het woord komen, maar ik bedoel dat ding waarmee men doorgaans ogen uitsteekt. Daarna dient dat tuig eens duchtig onder de oksels gekieteld te worden.
Dat invoervakje heeft dus to-taal geen nut en dus laat u het best leeg. Als u echter van het koppige type bent, zet er dan een onderwerp in dat he-le-maal niet gerelateerd is aan de inhoud van uw boodschap. Een smiley of zo, ik zeg maar wat. Zorg dus dat uw onderwerp als een lul op een drumstel slaat en gooi er meteen een dt-fout tegenaan. Otto vindt dat uiterst sympathiek.
Gebruik in dat geval trouwens ook enkel hoofdletters. Dat is veel duidelijker. O, en uitroeptekens. Niet vergeten. Uitroeptekens. En niet één of twee hé, neenee, een hele kudde van die krengen. De snelheid waarmee uw bericht de bestemmeling zal bereiken, wordt hierdoor immers in positieve mate beïnvloed. Het mailtje met de meeste uitroeptekens krijgt voorrang. Altijd en overal.
2) De tekstuele inhoud. Aan hoofdletters, leestekens en alinea's doen we niet meer sinds die koude winter van 1962. Uw ontvanger heeft waarschijnlijk toch niks om handen en houdt vast en zeker van een puzzelkwartiertje. Schrijf woorden trouwens ofwel zoals u ze uitspreekt (sgool, egt, kep, kdenk) ofwel in een kortere vorm (ff, w8, idd). Da's vet cool, man.
De dt-regels zijn simpel. Onthoud het ezelsbruggetje: niemand drinkt nog thee. Theedrinken is belachelijk. Theedrinken is voor jeanetten. Otto drinkt ook geen thee, tenzij in de verleden tijd. De kapoen.
3) De bijlage. Wanneer u uw mail begint met de woorden 'In bijlage vindt u...', vertik dan om - voor op het verzendknopje te rammen - te controleren of de bijlage daadwerkelijk ook ingesloten is. De bijlage vergeten is namelijk erg grappig.
Als uw bijlage per ongeluk dan tóch aanwezig is, hoop dan dat die gigantisch groot is. Ook compressietools als Zip en Rar zijn voor jeanetten en ook hier weer geldt de regel: hoe groter de bijlage, hoe sneller die bezorgd wordt. Mailservers zijn daarvan op de hoogte.
Van filmpjes en foto's van schaarsgeklede copulerende mensen (ook in combinatie met andere fauna, dat spreekt) wordt Otto vrolijk, en dan vooral wanneer hij ze op het werk toegezonden krijgt. Ook onthoofdingen, afgerukte ledematen en een blik in iemands opengespleten hersenpan worden uiterst enthousiast onthaald, doch enkel wanneer u Otto niet op voorhand waarschuwt voor deze hilarische content. Het moet wel een verrassing blijven.
4) Kettingbrieven. I love them. Als er ergens in Oezbekistan een siamese negenling met alvleesklierherpes en een onstoken navel rondzwalpt, wil Otto daarvan op de hoogte gebracht worden. Zulke mailtjes stuurt hij met groot hart door, zodat Microsoft weer tien cent kan storten op de bankrekening van de onfortuinlijke ouders van het negenkoppige creatuur. Otto heeft contacten genoeg en kan dus middels het forwarden vermijden om getroffen te worden door een letale vorm van acute diarree. Wie weet ontvangt hij zelfs een gratis Sony Ericsson.
Dus als u een kettingbrief ontvangt, stuur gerust door. O en laat aub alle mailadressen gewoon staan. Otto kent een paar mensen die grof geld betalen voor zo'n lijstje.
Zo. Zullen we dat afspreken? Otto dankt u alvast van harte.
Nu ik besef dat dat redelijk hautain overkomt, en ik moet toegeven dat ook ik - zij het wegens Skitt's Law - wel eens zondig tegen de puristenregels, heb ik hem naar dieper oorden verbannen en leg ik hem te slapen met schitterende literatuur als die van een Verhulst bijvoorbeeld.
Edoch, wanneer ik mijn elektronische brievenbus open en bij wijlen mijn hoofd in een onnatuurlijke houding moet wringen om een mailtje te kunnen ontcijferen, ontwaakt Otto weer uit dromenland. Dan zet hij zijn tanden in mijn maag en trekt hij aan de oren van mijn endeldarm om zich weer een weg naar boven te kunnen banen. Op zulke momenten schreeuwt zelfs een Verhulst tegen dovemansoren en kan ik Otto enkel kalmeren met een lolly met colasmaak. Maar hoe lang nog? Geen idee...
Daarom, lieve blogleeskindertjes, leek het me een strak plan om u van een aantal richtlijnen te voorzien, waarbij Otto u op zijn blote naziknietjes smeekt om die te handhaven, mocht u ooit met het suïcidale idee rondlopen mij op elektronische wijze een boodschap te laten geworden. Geweest zijn. En zo.
Taalgebruik en netiquette bij het mailen dus. Gaat ie.
1) Het onderwerp van de mail. Het invoervakje 'subject'. Degene die dat uitgevonden heeft, zou men de ogen moeten uitsteken met een nagelschaartje en de teennagels moeten afscheuren met ehm... ik kan niet meteen op het woord komen, maar ik bedoel dat ding waarmee men doorgaans ogen uitsteekt. Daarna dient dat tuig eens duchtig onder de oksels gekieteld te worden.
Dat invoervakje heeft dus to-taal geen nut en dus laat u het best leeg. Als u echter van het koppige type bent, zet er dan een onderwerp in dat he-le-maal niet gerelateerd is aan de inhoud van uw boodschap. Een smiley of zo, ik zeg maar wat. Zorg dus dat uw onderwerp als een lul op een drumstel slaat en gooi er meteen een dt-fout tegenaan. Otto vindt dat uiterst sympathiek.
Gebruik in dat geval trouwens ook enkel hoofdletters. Dat is veel duidelijker. O, en uitroeptekens. Niet vergeten. Uitroeptekens. En niet één of twee hé, neenee, een hele kudde van die krengen. De snelheid waarmee uw bericht de bestemmeling zal bereiken, wordt hierdoor immers in positieve mate beïnvloed. Het mailtje met de meeste uitroeptekens krijgt voorrang. Altijd en overal.
2) De tekstuele inhoud. Aan hoofdletters, leestekens en alinea's doen we niet meer sinds die koude winter van 1962. Uw ontvanger heeft waarschijnlijk toch niks om handen en houdt vast en zeker van een puzzelkwartiertje. Schrijf woorden trouwens ofwel zoals u ze uitspreekt (sgool, egt, kep, kdenk) ofwel in een kortere vorm (ff, w8, idd). Da's vet cool, man.
De dt-regels zijn simpel. Onthoud het ezelsbruggetje: niemand drinkt nog thee. Theedrinken is belachelijk. Theedrinken is voor jeanetten. Otto drinkt ook geen thee, tenzij in de verleden tijd. De kapoen.
3) De bijlage. Wanneer u uw mail begint met de woorden 'In bijlage vindt u...', vertik dan om - voor op het verzendknopje te rammen - te controleren of de bijlage daadwerkelijk ook ingesloten is. De bijlage vergeten is namelijk erg grappig.
Als uw bijlage per ongeluk dan tóch aanwezig is, hoop dan dat die gigantisch groot is. Ook compressietools als Zip en Rar zijn voor jeanetten en ook hier weer geldt de regel: hoe groter de bijlage, hoe sneller die bezorgd wordt. Mailservers zijn daarvan op de hoogte.
Van filmpjes en foto's van schaarsgeklede copulerende mensen (ook in combinatie met andere fauna, dat spreekt) wordt Otto vrolijk, en dan vooral wanneer hij ze op het werk toegezonden krijgt. Ook onthoofdingen, afgerukte ledematen en een blik in iemands opengespleten hersenpan worden uiterst enthousiast onthaald, doch enkel wanneer u Otto niet op voorhand waarschuwt voor deze hilarische content. Het moet wel een verrassing blijven.
4) Kettingbrieven. I love them. Als er ergens in Oezbekistan een siamese negenling met alvleesklierherpes en een onstoken navel rondzwalpt, wil Otto daarvan op de hoogte gebracht worden. Zulke mailtjes stuurt hij met groot hart door, zodat Microsoft weer tien cent kan storten op de bankrekening van de onfortuinlijke ouders van het negenkoppige creatuur. Otto heeft contacten genoeg en kan dus middels het forwarden vermijden om getroffen te worden door een letale vorm van acute diarree. Wie weet ontvangt hij zelfs een gratis Sony Ericsson.
Dus als u een kettingbrief ontvangt, stuur gerust door. O en laat aub alle mailadressen gewoon staan. Otto kent een paar mensen die grof geld betalen voor zo'n lijstje.
Zo. Zullen we dat afspreken? Otto dankt u alvast van harte.
Ieder zijn eigen stiel
‘Geef mij eens een negen?’
Mijn schoonvader staat half gebukt en steekt zijn rechterhand uit naar mij, terwijl hij met zijn andere voorkomt dat een moer van haar plaats wegschuift. Een redelijk onnatuurlijke positie dus, waarvan ik vermoed dat hij ze niet graag lang aanhoudt.
Aan mijn voeten staat een gereedschapskist. U moet weten dat ik als do-it-yourself-noob een heilige schrik heb van gereedschapskisten. Een hamer of een zaag, ja dat kan ik nog net van de rest onderscheiden, maar het nut van de rest van die ijzerwinkel ontgaat mij en mijn twee linkerhanden volledig. En nu verzoekt mijn schoonvader me vriendelijk om een negen.
‘Kom op man, is het nog voor vandaag? Straks is ‘t Pasen…’
Ik houd het hoofd koel en probeer nonchalant te verbergen dat ik totaal geen idee heb van wat hij nu eigenlijk hebben wil.
‘Ehm, in welk vaksken liggen de negens?’
Langzaam draait hij zijn hoofd en ik zie dat een druppel zweet van zijn voorhoofd rolt. Hij kijkt me aan alsof er plots een gigantische penis uit mijn neus begint te groeien.
‘Zeg, ben jij van de verkeerde kant of zo? Een moersleutel. Nummer negen. Doe dat twaalfde vakje open, daar liggen ze.’
Gehoorzaam open ik het twaalfde schuifje en kan net een ‘halleluja’ onderdrukken bij het aanschouwen van een aantal ijzeren staven. Ik zie tot mijn grote opluchting dat er nummertjes op staan en ga snel het rijtje af. Vier, zes, acht, tien, twaalf, veertien. Geen negen te bespeuren.
‘Zeker dat je die negen bij hebt? Ik heb hier een vier, zes, acht en dan ineens een tien. Maar geen negen…’
‘Zeg smurf, is het u niet opgevallen dat er twee kanten aan zo'n sleutel zijn?’
Zijn ogen schieten het soort irritatie dat me met een gevoel van schaamte opzadelt. Snel schud ik de gêne van me af en reik ik hem de gevraagde sleutel aan. Hij gaat ermee aan de slag.
‘Verdomme, te klein.’
‘Nen elf hebben?’ zeg ik enorm stoer, alsof ik al járen niks anders gedaan heb dan karweien met negens en elven.
‘Nee, geef maar ineens den Engelsman.’
Den watte?
Hij steekt zijn arm weer uit naar mij, ik grabbel de sleutel die op zijn handpalm rust en scan ondertussen de inhoud van de gereedschapskist op zoek naar iets dat 'den Engelsman' zou kunnen zijn. Geen flauw idee. Ik ben keibelachelijk.
Totaal over mijn toeren open ik random wat lades en nét wanneer ik ten einde raad de hele rimram besluit aan te spreken met ‘Who wants some tea?’ in de hoop dat betreffend stuk gereedschap zijn vinger zou opsteken, verlost mijn schoonvader me uit mijn lijden.
‘Derde vakje. Grote, rode verstelbare sleutel. Vandaag nog.’
Enfin, ik ben me dan maar een uur of twee gaan zitten schamen op het toilet.
Serieus, wat weet ik daar nu van? Mijn schoonvader is best ok hoor, maar tóch kan ik niet wachten tot het winteruur weer ingesteld wordt. Dan krijg ik namelijk altijd het verzoek om zijn digitaal uurwerk te verzetten, een karweitje dat men niet kan opknappen met behulp van wipzagen, zeskantkoppen en MDF-platen. En ik zal met graagte aan zijn verzoek voldoen, alleen… Ik ben er nog niet uit. Zal ik het uur verzetten met een klauwhamer, een zandhamer, een slegge, een smidshamer, een bankhamer, een bolhamer, een moker of een haarhamer?
Mijn schoonvader staat half gebukt en steekt zijn rechterhand uit naar mij, terwijl hij met zijn andere voorkomt dat een moer van haar plaats wegschuift. Een redelijk onnatuurlijke positie dus, waarvan ik vermoed dat hij ze niet graag lang aanhoudt.
Aan mijn voeten staat een gereedschapskist. U moet weten dat ik als do-it-yourself-noob een heilige schrik heb van gereedschapskisten. Een hamer of een zaag, ja dat kan ik nog net van de rest onderscheiden, maar het nut van de rest van die ijzerwinkel ontgaat mij en mijn twee linkerhanden volledig. En nu verzoekt mijn schoonvader me vriendelijk om een negen.
‘Kom op man, is het nog voor vandaag? Straks is ‘t Pasen…’
Ik houd het hoofd koel en probeer nonchalant te verbergen dat ik totaal geen idee heb van wat hij nu eigenlijk hebben wil.
‘Ehm, in welk vaksken liggen de negens?’
Langzaam draait hij zijn hoofd en ik zie dat een druppel zweet van zijn voorhoofd rolt. Hij kijkt me aan alsof er plots een gigantische penis uit mijn neus begint te groeien.
‘Zeg, ben jij van de verkeerde kant of zo? Een moersleutel. Nummer negen. Doe dat twaalfde vakje open, daar liggen ze.’
Gehoorzaam open ik het twaalfde schuifje en kan net een ‘halleluja’ onderdrukken bij het aanschouwen van een aantal ijzeren staven. Ik zie tot mijn grote opluchting dat er nummertjes op staan en ga snel het rijtje af. Vier, zes, acht, tien, twaalf, veertien. Geen negen te bespeuren.
‘Zeker dat je die negen bij hebt? Ik heb hier een vier, zes, acht en dan ineens een tien. Maar geen negen…’
‘Zeg smurf, is het u niet opgevallen dat er twee kanten aan zo'n sleutel zijn?’
Zijn ogen schieten het soort irritatie dat me met een gevoel van schaamte opzadelt. Snel schud ik de gêne van me af en reik ik hem de gevraagde sleutel aan. Hij gaat ermee aan de slag.
‘Verdomme, te klein.’
‘Nen elf hebben?’ zeg ik enorm stoer, alsof ik al járen niks anders gedaan heb dan karweien met negens en elven.
‘Nee, geef maar ineens den Engelsman.’
Den watte?
Hij steekt zijn arm weer uit naar mij, ik grabbel de sleutel die op zijn handpalm rust en scan ondertussen de inhoud van de gereedschapskist op zoek naar iets dat 'den Engelsman' zou kunnen zijn. Geen flauw idee. Ik ben keibelachelijk.
Totaal over mijn toeren open ik random wat lades en nét wanneer ik ten einde raad de hele rimram besluit aan te spreken met ‘Who wants some tea?’ in de hoop dat betreffend stuk gereedschap zijn vinger zou opsteken, verlost mijn schoonvader me uit mijn lijden.
‘Derde vakje. Grote, rode verstelbare sleutel. Vandaag nog.’
Enfin, ik ben me dan maar een uur of twee gaan zitten schamen op het toilet.
Serieus, wat weet ik daar nu van? Mijn schoonvader is best ok hoor, maar tóch kan ik niet wachten tot het winteruur weer ingesteld wordt. Dan krijg ik namelijk altijd het verzoek om zijn digitaal uurwerk te verzetten, een karweitje dat men niet kan opknappen met behulp van wipzagen, zeskantkoppen en MDF-platen. En ik zal met graagte aan zijn verzoek voldoen, alleen… Ik ben er nog niet uit. Zal ik het uur verzetten met een klauwhamer, een zandhamer, een slegge, een smidshamer, een bankhamer, een bolhamer, een moker of een haarhamer?