Stoere sukkels
Telkenmale ik, net als deze ochtend, met een slakkengangetje door de besneeuwde polders richting arbeid tuf en die ene gehavende boom passeer, moet ik even gniffelen.
Het was een aantal jaar geleden, dat ik in exact dezelfde omstandigheden op dat eenvaksbaantje reed, neus tegen de voorruit gekleefd en het gaspedaal niet verder dan een halve centimeter ingedrukt.
Wanneer het op autorijden aankomt, ben ik allerminst een held, moet u weten. Van zodra ik me in een gemotoriseerd voertuig bevind dat zich sneller gaat voortbewegen dan een dode schildpad zonder poten, moet ik noodgedwongen naar de reserveonderbroek grijpen die ik steeds in mijn binnenzak met me meedraag. Wanneer er dan ook nog sneeuw en ijs in het spel zijn, wordt ondergetekende helemaal
overmand door hysterie.
Maar goed, terwijl ik behoedzaam over het kronkelige polderbaantje gleed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een medeweggebruiker naderen met een naar mijn bescheiden mening onverantwoorde snelheid. Naarmate de Seat Ibiza groter werd in mijn spiegel, probeerde ik ook de bestuurder te ontwaren, maar tot mijn grote verbazing leek er niemand op de bestuurderszetel te zitten. Op de passagiersstoel ook niet. Wel ergens daartussen, aan het zicht onttrokken door een stel dobbelstenen dat aan zijn voorruit hing te dansen. Het was een onderuitgezakte en scheef hangende jonge kerel, petje op de kruin en hevig gesticulerend in mijn richting. De kauwgom in z'n smikkel kreeg er zwaar van langs.
Ofwel had meneer haast, ofwel nam hij rustig de tijd om zijn grote lichten eens aan een uitgebreide test te onderwerpen. Kijk, call me a wussy, maar op zulke momenten gaat mijn hand instinctief naar mijn binnenzak.
Zoals reeds vermeld, betrof het een eenvaksbaan, dus om de driftkikker te laten passeren, moest ik werkelijk aan de kant gaan staan, tussen de bomen. Toen hij zijn frustratie uiteindelijk ook op zijn toeter begon af te reageren, besloot ik om me dan maar opzij te zetten.
Toen hij me passeerde, werd ik getrakteerd op een neerbuigende blik, terwijl hij zijn hoofd schudde als wilde hij zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...' Een minachtend en kleinerend gebaar, dat ik niet snel zou vergeten.
Op zo'n moment voelt u zich op de zak getrapt, mocht u die hebben, maar tegelijk was ik blij dat hij eindelijk voor me uit reed. Het scheelde per slot van rekening een verse onderbroek.
Voorzichtig vervolgde ik mijn weg en toen ik een paar honderd meter die scherpe bocht naar rechts goed doorgekomen was, viel me een blij weerzien met de gele Seat te beurt. Ik vond de wagen er wel een beetje bedroefd uitzien. Blijkbaar had hij net een stevig worstelpartijtje met een boom achter de rug. En de boom had gewonnen.
En daar stond meneer Pet, spuwend in zijn mobieltje, hevig gebarend naar z'n geliefde wagentje dat daar zo idyllisch in een innige omhelzing met die boom verwikkeld lag.
Tergend langzaam reed ik voorbij, hopend dat hij mij een blik zou gunnen op het schaamrood dat zijn wangen ongetwijfeld kleurde. Hij keek me uiteindelijk aan, de GSM nog steeds tegen zijn oor. Hij staakte het kauwen, zodat zijn mond wijd open bleef staan. Zachtjes hoofdschuddend, als wilde ik zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...', gleed ik hem voorbij.
Het laatste dat ik in mijn spiegel zag, was een middenvinger.
Het was een aantal jaar geleden, dat ik in exact dezelfde omstandigheden op dat eenvaksbaantje reed, neus tegen de voorruit gekleefd en het gaspedaal niet verder dan een halve centimeter ingedrukt.
Wanneer het op autorijden aankomt, ben ik allerminst een held, moet u weten. Van zodra ik me in een gemotoriseerd voertuig bevind dat zich sneller gaat voortbewegen dan een dode schildpad zonder poten, moet ik noodgedwongen naar de reserveonderbroek grijpen die ik steeds in mijn binnenzak met me meedraag. Wanneer er dan ook nog sneeuw en ijs in het spel zijn, wordt ondergetekende helemaal
overmand door hysterie.
Maar goed, terwijl ik behoedzaam over het kronkelige polderbaantje gleed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een medeweggebruiker naderen met een naar mijn bescheiden mening onverantwoorde snelheid. Naarmate de Seat Ibiza groter werd in mijn spiegel, probeerde ik ook de bestuurder te ontwaren, maar tot mijn grote verbazing leek er niemand op de bestuurderszetel te zitten. Op de passagiersstoel ook niet. Wel ergens daartussen, aan het zicht onttrokken door een stel dobbelstenen dat aan zijn voorruit hing te dansen. Het was een onderuitgezakte en scheef hangende jonge kerel, petje op de kruin en hevig gesticulerend in mijn richting. De kauwgom in z'n smikkel kreeg er zwaar van langs.
Ofwel had meneer haast, ofwel nam hij rustig de tijd om zijn grote lichten eens aan een uitgebreide test te onderwerpen. Kijk, call me a wussy, maar op zulke momenten gaat mijn hand instinctief naar mijn binnenzak.
Zoals reeds vermeld, betrof het een eenvaksbaan, dus om de driftkikker te laten passeren, moest ik werkelijk aan de kant gaan staan, tussen de bomen. Toen hij zijn frustratie uiteindelijk ook op zijn toeter begon af te reageren, besloot ik om me dan maar opzij te zetten.
Toen hij me passeerde, werd ik getrakteerd op een neerbuigende blik, terwijl hij zijn hoofd schudde als wilde hij zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...' Een minachtend en kleinerend gebaar, dat ik niet snel zou vergeten.
Op zo'n moment voelt u zich op de zak getrapt, mocht u die hebben, maar tegelijk was ik blij dat hij eindelijk voor me uit reed. Het scheelde per slot van rekening een verse onderbroek.
Voorzichtig vervolgde ik mijn weg en toen ik een paar honderd meter die scherpe bocht naar rechts goed doorgekomen was, viel me een blij weerzien met de gele Seat te beurt. Ik vond de wagen er wel een beetje bedroefd uitzien. Blijkbaar had hij net een stevig worstelpartijtje met een boom achter de rug. En de boom had gewonnen.
En daar stond meneer Pet, spuwend in zijn mobieltje, hevig gebarend naar z'n geliefde wagentje dat daar zo idyllisch in een innige omhelzing met die boom verwikkeld lag.
Tergend langzaam reed ik voorbij, hopend dat hij mij een blik zou gunnen op het schaamrood dat zijn wangen ongetwijfeld kleurde. Hij keek me uiteindelijk aan, de GSM nog steeds tegen zijn oor. Hij staakte het kauwen, zodat zijn mond wijd open bleef staan. Zachtjes hoofdschuddend, als wilde ik zeggen 'Hoe is het mogelijk dat sukkels als jij de baan op mogen...', gleed ik hem voorbij.
Het laatste dat ik in mijn spiegel zag, was een middenvinger.
Tweakblogs: uw input?
Aangezien ik een tijdje geleden met een pietluttig vraagje kampte aangaande de tweakblogs, te onbenullig om er een LD-topic voor te maken, stuurde ik een DM naar een van de Devvers. Vraagje hier, antwoord daar, kusje hier en likje daar en al gauw kwamen eventueel mogelijke extraatjes voor de Tweakblogs aan bod.
Ideeën? Spui ze gerust in LD, ik - zelf blogger zijnde - zie ze met nieuwsgierigheid tegemoet!
Daar kwam de uiteindelijke boodschap op neer. Begrijpelijkerwijs werden er ook geen beloftes gedaan wat betreft de uiteindelijke ontwikkeling, gezien de beperkte tijd die de Devvers ter beschikking staat, maar we kunnen maar brainstormen, nietwaar?
Ik zag deze uitnodiging dan ook als kans om bij jullie, hoofdzakelijk Tweakbloggers, eens te rade te gaan, niet alleen om eens te bekijken of u het al dan niet met mijn ideeën eens is, maar ook om te zien of u nog aanvullingen heeft. Deze post en de eventuele comments daarop, zouden samen moeten smelten, zodat alle stille wensen, kritieken en losse gedachten samen geboetseerd kunnen worden tot één grote Let's-Make-Tweakblogs-Even-Better-openingspost in LD.
Nu alle frustraties na de wildgroei van blogs hopelijk wat gezakt zijn, is er hopelijk ruimte voor nuchtere ideeën.
Wie tot de conclusie wil komen: scrollt naar beneden tot 'Om even te resumeren'.
Laat me van wal steken door te stellen dat een eventuele surplus van Tweakblogs niet enkel gericht mag zijn op de auteurs zelf. Ook bezoekers hebben wensen, dus ook al is u zelf eigenaar van een Tweakblog, denk ook eens vanuit dat perspectief. U zal merken dat mijn bemerkingen gestoeld zijn op doornen in het oog van zowel de bezoeker als de auteur.
Verbetering, of suggesties daartoe, zouden geen bestaansrecht hebben, mochten er in the eye of the beholder geen pijnpunten zijn. Wat zijn mijns inziens de pijnpunten van de Tweakblogs dan?
Exposure
Het tendensieuze 'ik blog voor mezelf' is quatsch in 't vierkant. Elke blogger wil gelezen worden. Wie dat als auteur tegenspreekt, is een huichelaar en moet een papieren dagboek beginnen of in een teksteditor gaan tikken. Exposure, of 'bereikbaarheid' zo u wil, is mijns inziens hét grote knelpunt van de Tweakblogs in de huidige vorm.
Laat ons de mogelijkheden waarop een bezoeker op uw blog terechtkomt even onder de loep nemen.
Er is de FP, met vermelding van de laatste blogposts, drie stuks default. Ik vind het persoonlijk jammer dat dat plaatsje afhankelijk is van anderen. Wordt er bij wijze van spreken een microseconde na u gepost, zakt u een plaatsje.
Een tweede mogelijkheid is RSS. Ik ben me ervan bewust dat dit een heel erg persoonlijke gedachte is, maar ik gebruik het niet, simpelweg omdat ik niet alle interessante feeds van alle kanalen (blogs, topics, weet ik veel wat) niet gecentraliseerd in dezelfde client wil opvangen. Ik zou door het bos de bomen niet meer zien.
De derde mogelijkheid die op T.Net geschapen is opdat bezoekers uw zielenroerselen zouden lezen, is de Tweakblogs-pagina zelf. Daar heeft men een uitgebreidere lijst van laatste updates, alsook een top 6 most popular posts.
Niemand bekijkt die pagina, denk ik. Dat even terzijde, heb ik onlangs gemerkt dat dat lijstje popular posts heel simpel beïnvloedbaar is, door enerzijds - als eigenaar van een post - uit te loggen en uw eigen update te refreshen tot in den treure, of anderzijds - als niet-eigenaar van betreffende post - gewoon te refreshen, zelfs zonder uit te loggen.
Ik pleit wat exposure betreft voor een zelfregulerend systeem. Laat de bloggers onderling zelf voor exposure (en filtering - zie later) zorgen in plaats van dat centraal te regelen - niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de blogs die ze frequenteren. Dit kan volgens mij gebeuren door de mogelijkheid te schapen om een zogenaamde blogroll aan te maken. Aanvullend kan men er ook aan denken om de bezoeker, de gelegenheid te geven om bij het submitten van een comment een link naar eigen blog achter te laten. Vraag extra: wensen we hierbij invloed van niet-Tweakblogs?
Deze opties hebben niet alleen tot gevolg dat er een extra deur tot een blog wordt gecreëerd, maar ze scheppen ook een soort vorm van filter. Het tweede probleem met de Tweakblogs.
Filtering
Even een persoonlijke noot: ik schrijf non-techgerelateerde stukjes. Ik ben dan wel programmeur, maar zoek mijn heil niet in techposts. Ik ben me er ten volle van bewust dat sommigen dit niet kan bekoren - op T.Net vertoevende. Op het moment dat een Tweakblog bemachtigd kon worden met behulp van karma, zag ik ettelijke topics voorbijkomen die pleitten voor een soort filtersysteem. Meer nog: ik kan letterlijke posts quoten waar gezegd wordt dat Tweakblogs gewoon niet meer bezocht wordt wegens te veel oninteressante posts.
Zoals hierboven gezegd, kan een 'blogroll' daarbij een oplossing bieden. Komt u een blog tegen die u best kan smaken, dan kan u er normaal gezien toch van op aan dat de links die de auteur u presenteert van dezelfde inhoud zijn. Omgekeerd geldt uiteraard hetzelfde: moet u bij het lezen van een bepaalde blogpost uw hoofd een negentigtal graden naar rechts draaien teneinde een kotspartijtje op uw toetsenbord te vermijden, zal u ook minder geneigd zijn de bevriende blogs van betreffend auteur met een bezoekje te vereren. Ik stel het cru, maar u begrijpt me vast.
Maar niet alleen die 'blogroll' zou een mogelijke filter kunnen betekenen. Ik ben van mening dat een simpele filter tech/non-tech (eventueel met uitbreiding - ideeën?) de eventuele bezoeker ten goede zou komen. Deze filter zou dan ook de getoonde updates op de FP én op de tweakblogs main page kunnen beïnvloeden.
Tot slot nog een aantal
"Nice to have's"
Voor mij drie dingen:
1) Stats. Alweer persoonlijk: ik heb ettelijke blogplatforms versleten, maar nergens waren de stats zo povertjes als hier. Referrers, keywords, noem maar op, ze zijn hier nergens terug te vinden.
2)Makkelijker personaliseren van een Tweakblog: Iedereen hier is tweaker, maar niet iedereen heeft kaas gegeten van HTML/CSS. Wellicht is er een mogelijkheid om met behulp van colorpickers en dergelijke de blogeigenaar de mogelijkheid te geven om op een simpelere manier zijn of haar blog vorm te geven.
3) Als blogeigenaar is u soms zo op dreef dat u na het orgelpunt een hele lap tekst neergepoot heeft. Nergens is er een mogelijkheid om te zien hoe die er uiteindelijk na de submit komt uit te zien. Men moet 'zichtbaar voor het publiek' uitvinken, submitten en dan gaan kijken of alles prima uitgelijnd is.
Om even te resumeren:
1) Exposure kan naar mijn mening verbeterd worden - zowel voor auteur als bezoeker - door middel van:
- Blogroll
- Mogelijkheid URL naar eigen blog achter te laten (wensen we hierbij invloed van niet-Tweakblogs of moet dit beschermd worden met een mask)?
2) Filtering lijkt noodzakelijk
- Blogroll
- Filter (per post/Tweakblog? Tech/non-tech? Uitgebreider?) die invloed heeft op updates op de FP en op de main Tweakblogs page
3) Nice to have
- Eenvoudiger customize systeem
- Uitgebreidere stats
- Postpreview.
Voor instemming, tegenkanting, opmerkingen of verdere aanvulling, kijk ik nu afwachtend in uw richting, of u nu bezoeker of blogeigenaar bent.
U nu.
Ideeën? Spui ze gerust in LD, ik - zelf blogger zijnde - zie ze met nieuwsgierigheid tegemoet!
Daar kwam de uiteindelijke boodschap op neer. Begrijpelijkerwijs werden er ook geen beloftes gedaan wat betreft de uiteindelijke ontwikkeling, gezien de beperkte tijd die de Devvers ter beschikking staat, maar we kunnen maar brainstormen, nietwaar?
Ik zag deze uitnodiging dan ook als kans om bij jullie, hoofdzakelijk Tweakbloggers, eens te rade te gaan, niet alleen om eens te bekijken of u het al dan niet met mijn ideeën eens is, maar ook om te zien of u nog aanvullingen heeft. Deze post en de eventuele comments daarop, zouden samen moeten smelten, zodat alle stille wensen, kritieken en losse gedachten samen geboetseerd kunnen worden tot één grote Let's-Make-Tweakblogs-Even-Better-openingspost in LD.
Nu alle frustraties na de wildgroei van blogs hopelijk wat gezakt zijn, is er hopelijk ruimte voor nuchtere ideeën.
Wie tot de conclusie wil komen: scrollt naar beneden tot 'Om even te resumeren'.
Laat me van wal steken door te stellen dat een eventuele surplus van Tweakblogs niet enkel gericht mag zijn op de auteurs zelf. Ook bezoekers hebben wensen, dus ook al is u zelf eigenaar van een Tweakblog, denk ook eens vanuit dat perspectief. U zal merken dat mijn bemerkingen gestoeld zijn op doornen in het oog van zowel de bezoeker als de auteur.
Verbetering, of suggesties daartoe, zouden geen bestaansrecht hebben, mochten er in the eye of the beholder geen pijnpunten zijn. Wat zijn mijns inziens de pijnpunten van de Tweakblogs dan?
Exposure
Het tendensieuze 'ik blog voor mezelf' is quatsch in 't vierkant. Elke blogger wil gelezen worden. Wie dat als auteur tegenspreekt, is een huichelaar en moet een papieren dagboek beginnen of in een teksteditor gaan tikken. Exposure, of 'bereikbaarheid' zo u wil, is mijns inziens hét grote knelpunt van de Tweakblogs in de huidige vorm.
Laat ons de mogelijkheden waarop een bezoeker op uw blog terechtkomt even onder de loep nemen.
Er is de FP, met vermelding van de laatste blogposts, drie stuks default. Ik vind het persoonlijk jammer dat dat plaatsje afhankelijk is van anderen. Wordt er bij wijze van spreken een microseconde na u gepost, zakt u een plaatsje.
Een tweede mogelijkheid is RSS. Ik ben me ervan bewust dat dit een heel erg persoonlijke gedachte is, maar ik gebruik het niet, simpelweg omdat ik niet alle interessante feeds van alle kanalen (blogs, topics, weet ik veel wat) niet gecentraliseerd in dezelfde client wil opvangen. Ik zou door het bos de bomen niet meer zien.
De derde mogelijkheid die op T.Net geschapen is opdat bezoekers uw zielenroerselen zouden lezen, is de Tweakblogs-pagina zelf. Daar heeft men een uitgebreidere lijst van laatste updates, alsook een top 6 most popular posts.
Niemand bekijkt die pagina, denk ik. Dat even terzijde, heb ik onlangs gemerkt dat dat lijstje popular posts heel simpel beïnvloedbaar is, door enerzijds - als eigenaar van een post - uit te loggen en uw eigen update te refreshen tot in den treure, of anderzijds - als niet-eigenaar van betreffende post - gewoon te refreshen, zelfs zonder uit te loggen.
Ik pleit wat exposure betreft voor een zelfregulerend systeem. Laat de bloggers onderling zelf voor exposure (en filtering - zie later) zorgen in plaats van dat centraal te regelen - niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de blogs die ze frequenteren. Dit kan volgens mij gebeuren door de mogelijkheid te schapen om een zogenaamde blogroll aan te maken. Aanvullend kan men er ook aan denken om de bezoeker, de gelegenheid te geven om bij het submitten van een comment een link naar eigen blog achter te laten. Vraag extra: wensen we hierbij invloed van niet-Tweakblogs?
Deze opties hebben niet alleen tot gevolg dat er een extra deur tot een blog wordt gecreëerd, maar ze scheppen ook een soort vorm van filter. Het tweede probleem met de Tweakblogs.
Filtering
Even een persoonlijke noot: ik schrijf non-techgerelateerde stukjes. Ik ben dan wel programmeur, maar zoek mijn heil niet in techposts. Ik ben me er ten volle van bewust dat sommigen dit niet kan bekoren - op T.Net vertoevende. Op het moment dat een Tweakblog bemachtigd kon worden met behulp van karma, zag ik ettelijke topics voorbijkomen die pleitten voor een soort filtersysteem. Meer nog: ik kan letterlijke posts quoten waar gezegd wordt dat Tweakblogs gewoon niet meer bezocht wordt wegens te veel oninteressante posts.
Zoals hierboven gezegd, kan een 'blogroll' daarbij een oplossing bieden. Komt u een blog tegen die u best kan smaken, dan kan u er normaal gezien toch van op aan dat de links die de auteur u presenteert van dezelfde inhoud zijn. Omgekeerd geldt uiteraard hetzelfde: moet u bij het lezen van een bepaalde blogpost uw hoofd een negentigtal graden naar rechts draaien teneinde een kotspartijtje op uw toetsenbord te vermijden, zal u ook minder geneigd zijn de bevriende blogs van betreffend auteur met een bezoekje te vereren. Ik stel het cru, maar u begrijpt me vast.
Maar niet alleen die 'blogroll' zou een mogelijke filter kunnen betekenen. Ik ben van mening dat een simpele filter tech/non-tech (eventueel met uitbreiding - ideeën?) de eventuele bezoeker ten goede zou komen. Deze filter zou dan ook de getoonde updates op de FP én op de tweakblogs main page kunnen beïnvloeden.
Tot slot nog een aantal
"Nice to have's"
Voor mij drie dingen:
1) Stats. Alweer persoonlijk: ik heb ettelijke blogplatforms versleten, maar nergens waren de stats zo povertjes als hier. Referrers, keywords, noem maar op, ze zijn hier nergens terug te vinden.
2)Makkelijker personaliseren van een Tweakblog: Iedereen hier is tweaker, maar niet iedereen heeft kaas gegeten van HTML/CSS. Wellicht is er een mogelijkheid om met behulp van colorpickers en dergelijke de blogeigenaar de mogelijkheid te geven om op een simpelere manier zijn of haar blog vorm te geven.
3) Als blogeigenaar is u soms zo op dreef dat u na het orgelpunt een hele lap tekst neergepoot heeft. Nergens is er een mogelijkheid om te zien hoe die er uiteindelijk na de submit komt uit te zien. Men moet 'zichtbaar voor het publiek' uitvinken, submitten en dan gaan kijken of alles prima uitgelijnd is.
Om even te resumeren:
1) Exposure kan naar mijn mening verbeterd worden - zowel voor auteur als bezoeker - door middel van:
- Blogroll
- Mogelijkheid URL naar eigen blog achter te laten (wensen we hierbij invloed van niet-Tweakblogs of moet dit beschermd worden met een mask)?
2) Filtering lijkt noodzakelijk
- Blogroll
- Filter (per post/Tweakblog? Tech/non-tech? Uitgebreider?) die invloed heeft op updates op de FP en op de main Tweakblogs page
3) Nice to have
- Eenvoudiger customize systeem
- Uitgebreidere stats
- Postpreview.
Voor instemming, tegenkanting, opmerkingen of verdere aanvulling, kijk ik nu afwachtend in uw richting, of u nu bezoeker of blogeigenaar bent.
U nu.
Een duivelinnetje in een wijwatervat
'En ik kan het niet genoeg herhalen: God is Liefde...'
Gezeten op één van de stoeltjes die een halve cirkel rond de doopvont vormden, diende ik mijn concentratie meer te richten op mijn wild op en neer wippende dochter, Febe, dan op de zweverige altstem van de diaken.
Waarschijnlijk maakt de serene sfeer die doorgaans in een kerk heerst, niet de minste indruk op een vierjarige, maar wellicht zaten die zes cola's vóór het formele doopgebeuren er wel voor meer tussen.
Febe zat een paar stoelen van mij verwijderd, volgens mijn berekening nét ver genoeg om de tent helemaal af te kunnen breken alvorens ik haar, gewapend met muilkorf en dwangbuis, kon bereiken. En - God in de Hoge Hemel - wat was mijn berekening juist...
Nog vóór de eerste lezing goed en wel achter de rug was, was de juffrouw recht gaan staan en stond ze te springen met de overtuiging van vier door schaamluizen geplaagde Jochem Meyjers. De diaken raakte de draad een aantal keer kwijt door het onophoudelijke gebonk, maar toen ik rechtstond en aanstalten maakte om in te grijpen, verhinderde de gewijde man de elasticiteitstest waaraan ik Febes oor zou onderwerpen.
'O, ik vind dat niet erg hoor,' suste hij gemoedelijk. 'Ik ben diaken, en diakens mogen huwen, zoals je misschien wel weet. Ik heb zelf ook vijf kinderen, dus ik weet maar al te goed hoe het eraan toegaat...'
Schaapachtig glimlachend ging ik weer zitten en ik kon van de gelegenheid gebruik maken om Febes vragende blik even te beantwoorden met priemende ogen vol waarschuwing, het equivalent van het zwaaiende vingertje. Ze ging weer zitten, waaruit de doorsnee mens zou kunnen afleiden dat ze het begrepen had. Wel, newsflash, de doorsnee mens gaat niet door voor de koelkast.
'En zijn jullie bereid, mama, papa, meter en peter, om Joke bij te staan en op te voeden naar het voorbeeld van Jezus, zodat...'
'Waar is Jezus?' kwekte Febe, terwijl ze wild links en rechts om zich heen keek, alsof plots het kwartje viel dat ze de hoofdrolspeler nog niet gespot had en dat in zijn eigen huis!
Hier en daar ontsnapte een grinnik en sommige hoofden keerden al in mijn richting. De diaken gaf echter niet op.
'...zodat ze puur en eerlijk door het leven kan gaan, mensen kan verblijden, net zoals Jezus ons...'
Febe zuchtte theatraal.
'Waar is jééééézus...'
Ze eiste antwoord, met een zeurderige stem. Alles in mij vocht om niet 'Dáár! Dáár hangt hij!' uit te schreeuwen, wijzend naar het grote kruis waaraan de Zoon Gods genageld hing. Het was echter alweer de diaken die redding bracht. Ik meende wel een kleine rilling door zijn rechterooglid te zien trekken.
'Wat zeg je, meisje?'
Ik huiverde. God nee, geef haar alsjeblieft geen aandacht...
'Waar is Jezus?' herhaalde Febe.
'Jezus? Jezus is overal!'
Let it go, alsjeblieft... Je weet niet waar je aan begint...
'En die is geboren he?'
'Hoe zeg je?'
'Jezus is geboren! Jezuske is geboren haleluja, hallo, Jezusken is geboren in een bakske vol met stro!'(*)
Onder luid geproest van de andere gegadigden, begroef ik mijn gezicht in mijn handpalmen, terwijl de man vooraan zijn bevende duim en wijsvinger met de tong bevochtigde en nerveus door zijn boekje bladerde, op zoek naar zijn eigenwaarde. Zijn oog had het nog steeds heel erg druk en beloofde zelfs overuren te draaien. Vijf kinderen, m'n bibs.
Ik zat gespannen klaar, als een sprinter in de startblokken, om Febes volgende poging tot interruptie vroegtijdig te pareren met een vliegende tackle, toen het tijd werd om het ritueel van de doopkaars van stal te halen.
De vader van het doopkindje, mocht de doopkaars ontsteken met behulp van de Paaskaars. Voor de katholieke medemens, is dit een mooi moment. Een symbolisch moment, een ritueel dat reeds honderden jaren gangbaar is en bij aanschouwing dus noopt tot ingetogen stilte. Voor een kind van vier is het blijkbaar de aanleiding om in de handjes te klappen en uit volle borst te gaan zingen:
'Heppie beu teei toeoeoe joeoeoeoe, heppy beu teei toeoeoe joeoeoeoe!'
Voor sommige aanwezigen vergde het intomen van de neiging om niet op de grond te gaan liggen schaterlachen een dusdanige inspanning, dat ze blauw aanliepen.
Ik liet daarentegen voor de tweede maal die middag, mijn blik naar de Zoon van God aan het kruis glijden en bad. 'Heer Jezus, U weet dat ik U niet veel vraag, maar kunnen we zo niet voor één keer van plaats wisselen?'
(*) Voor de cultuurbarbaren: een populair kerstliedje van Urbanus
Gezeten op één van de stoeltjes die een halve cirkel rond de doopvont vormden, diende ik mijn concentratie meer te richten op mijn wild op en neer wippende dochter, Febe, dan op de zweverige altstem van de diaken.
Waarschijnlijk maakt de serene sfeer die doorgaans in een kerk heerst, niet de minste indruk op een vierjarige, maar wellicht zaten die zes cola's vóór het formele doopgebeuren er wel voor meer tussen.
Febe zat een paar stoelen van mij verwijderd, volgens mijn berekening nét ver genoeg om de tent helemaal af te kunnen breken alvorens ik haar, gewapend met muilkorf en dwangbuis, kon bereiken. En - God in de Hoge Hemel - wat was mijn berekening juist...
Nog vóór de eerste lezing goed en wel achter de rug was, was de juffrouw recht gaan staan en stond ze te springen met de overtuiging van vier door schaamluizen geplaagde Jochem Meyjers. De diaken raakte de draad een aantal keer kwijt door het onophoudelijke gebonk, maar toen ik rechtstond en aanstalten maakte om in te grijpen, verhinderde de gewijde man de elasticiteitstest waaraan ik Febes oor zou onderwerpen.
'O, ik vind dat niet erg hoor,' suste hij gemoedelijk. 'Ik ben diaken, en diakens mogen huwen, zoals je misschien wel weet. Ik heb zelf ook vijf kinderen, dus ik weet maar al te goed hoe het eraan toegaat...'
Schaapachtig glimlachend ging ik weer zitten en ik kon van de gelegenheid gebruik maken om Febes vragende blik even te beantwoorden met priemende ogen vol waarschuwing, het equivalent van het zwaaiende vingertje. Ze ging weer zitten, waaruit de doorsnee mens zou kunnen afleiden dat ze het begrepen had. Wel, newsflash, de doorsnee mens gaat niet door voor de koelkast.
'En zijn jullie bereid, mama, papa, meter en peter, om Joke bij te staan en op te voeden naar het voorbeeld van Jezus, zodat...'
'Waar is Jezus?' kwekte Febe, terwijl ze wild links en rechts om zich heen keek, alsof plots het kwartje viel dat ze de hoofdrolspeler nog niet gespot had en dat in zijn eigen huis!
Hier en daar ontsnapte een grinnik en sommige hoofden keerden al in mijn richting. De diaken gaf echter niet op.
'...zodat ze puur en eerlijk door het leven kan gaan, mensen kan verblijden, net zoals Jezus ons...'
Febe zuchtte theatraal.
'Waar is jééééézus...'
Ze eiste antwoord, met een zeurderige stem. Alles in mij vocht om niet 'Dáár! Dáár hangt hij!' uit te schreeuwen, wijzend naar het grote kruis waaraan de Zoon Gods genageld hing. Het was echter alweer de diaken die redding bracht. Ik meende wel een kleine rilling door zijn rechterooglid te zien trekken.
'Wat zeg je, meisje?'
Ik huiverde. God nee, geef haar alsjeblieft geen aandacht...
'Waar is Jezus?' herhaalde Febe.
'Jezus? Jezus is overal!'
Let it go, alsjeblieft... Je weet niet waar je aan begint...
'En die is geboren he?'
'Hoe zeg je?'
'Jezus is geboren! Jezuske is geboren haleluja, hallo, Jezusken is geboren in een bakske vol met stro!'(*)
Onder luid geproest van de andere gegadigden, begroef ik mijn gezicht in mijn handpalmen, terwijl de man vooraan zijn bevende duim en wijsvinger met de tong bevochtigde en nerveus door zijn boekje bladerde, op zoek naar zijn eigenwaarde. Zijn oog had het nog steeds heel erg druk en beloofde zelfs overuren te draaien. Vijf kinderen, m'n bibs.
Ik zat gespannen klaar, als een sprinter in de startblokken, om Febes volgende poging tot interruptie vroegtijdig te pareren met een vliegende tackle, toen het tijd werd om het ritueel van de doopkaars van stal te halen.
De vader van het doopkindje, mocht de doopkaars ontsteken met behulp van de Paaskaars. Voor de katholieke medemens, is dit een mooi moment. Een symbolisch moment, een ritueel dat reeds honderden jaren gangbaar is en bij aanschouwing dus noopt tot ingetogen stilte. Voor een kind van vier is het blijkbaar de aanleiding om in de handjes te klappen en uit volle borst te gaan zingen:
'Heppie beu teei toeoeoe joeoeoeoe, heppy beu teei toeoeoe joeoeoeoe!'
Voor sommige aanwezigen vergde het intomen van de neiging om niet op de grond te gaan liggen schaterlachen een dusdanige inspanning, dat ze blauw aanliepen.
Ik liet daarentegen voor de tweede maal die middag, mijn blik naar de Zoon van God aan het kruis glijden en bad. 'Heer Jezus, U weet dat ik U niet veel vraag, maar kunnen we zo niet voor één keer van plaats wisselen?'
(*) Voor de cultuurbarbaren: een populair kerstliedje van Urbanus
De Flikker.
Zelf had ik het nooit gedacht, maar blijkbaar oog ik gevaarlijk, boosaardig ende verdacht. Mocht u ooit de kans krijgen, u kan dat verifiëren in de luchthaven van Auckland.
Een collega en ik waren daar namelijk beland na een late vlucht vanuit Sydney, waar we een werkbezoek aan de visveiling hadden gebracht, en in Auckland was nu een bloemenveiling aan de beurt.
De vlucht zelf was verschrikkelijk, aangezien ik mezelf drie uur uur lang heb moeten inhouden om het jankende kind voor mij met een rechtse hoek de meest efficiënte verdoving toe te dienen. Niet dat ik vind dat een corrigerende tik op zijn tijd verboden is hoor - nee, de apathische moederkloek die ernaast zat, zag er met haar vlotte driehonderd kilogram niet uit alsof ze mijn interventie zou tolereren zonder dat mijn fantastische hoofd voor de rest van de vlucht tussen haar enorme dijen zou kamperen. Ieder beestje z’n feestje, maar daar bedank ik voor.
Mijn collega liet het gemekker echter niet aan z’n hart komen en kon de slaap gemakkelijk vatten, wat mij de gelegenheid bood om me ledig te houden met het invullen van onze ‘customs cards’.
Paspoortnummer, vluchtnummer, land van herkomst, adres op bestemming. Iets aan te geven? In Oceanië is men nogal streng wat het importeren van voedsel betreft, dus na het voornemen gemaakt te hebben om zometeen de drie zakken lolly’s met colasmaak in mijn handbagage nog in mijn viool te kletsen, vulde ik naar toekomstige waarheid in dat we niets eetbaars hadden aan te geven. Geen teveel aan sigaretten bij. Alcohol ook niet. Voilà. Slechts datum en handtekening scheidden me van voltooiing.
Hmmm… Handtekening. Collega slaapt. Probleem. Zou ik hem wakker maken? Nah, ik heb een beter idee.
Dus stapte mijn collega wat later van het vliegtuig met een customs card gesigneerd door ene ‘Flikker’. Ja, soms ben ik té grappig, zwijg mij ervan.
Enfin, de bagage werd vlotjes van de band geplukt en al snel vonden we de file waar we moesten aansluiten om voorbij de douane te geraken. Lang hoefden we daar niet te wachten, want we werden eruitgepikt voor nadere controle.
Toegegeven, mijn ietwat langere haar, mijn paar dagen oude baard en de kunstige ventilatiegaten in mijn spijkerbroek zouden met veel kwade wil onder de noemer ‘onconventioneel voor een zakenman’ kunnen geschaard worden, maar het was nu ook niet zo dat ik daar uitdagend rondhuppelde met een gordel van lege rolletjes WC-papier om mijn middel, onderwijl roestig Arabisch brabbelend.
We werden meegenomen naar een aparte zaal waar een ontvangstcomité van drie gewapende agenten ons opwachtte en ons gebood te gaan zitten. Nu moet u weten dat mijn collega de eigenschap bezit om iedereen in alle omstandigheden zijn visie op de gebeurtenissen toe te bijten zonder enige vorm van gepast protocol, en laat mij u verzekeren: dat is een knoert van een eufemisme. Ik ben zo niet. Ik ben meer het brave type, het mietje dat in deze situatie preventief en zonder verzoek daartoe de broek afstroopt en zich voorover buigt, volledig klaar om de onaangename latex handschoen in ontvangst te nemen voor een diepgaand onderzoek. Maar mijn collega? Nee, da’s geen bukker.
‘It’s always the same! This is the second time!’ reclameerde hij luid en spuwend. ‘We travel all around the world, we never have any problems, except here in New-Zealand!’
En toen sprak hij de gevleugelde woorden: ‘I’m getting pissed of this country!’
Nee, dát was een strak plan.
Eén van de agenten kreeg prompt last van een zenuwtic in z’n rechteroog en ik zou gezworen hebben dat een tweede diender naar zijn blaffer wilde grijpen. De derde gebood ons op een redelijk onschattige manier om onze smoel te houden en schoof ons een document toe, waarop we ten tweede male moesten uiteenzetten wat we kwamen doen en wat er zich allemaal in onze bagage bevond.
Ik weet niet of u ooit in een visveiling vertoefd heeft, maar de geur die daar hangt en uw kleren brandmerkt, doet u kokhalzen - vraag maar aan de vrouwelijke agente die onze bagage doorzocht. Het staafde in ieder geval gelukkig ons eerdere verblijf in Australië.
Wat dan weer wél voor gefronste wenkbrauwen zorgde waren de twee stukken hardware die mijn collega in z’n bagage had gestoken. Een standaard groene printplaat met drukknopjes - broodnodig om in een veilzaal te kunnen bieden, maar o zo niet grappig op een luchthaven. In úw bagage. Tussen de naar vis ruftende onderbroeken. Lachen man.
Twee uur hebben we daar gezeten. Twee ondertussen nachtelijke uren. Toen mochten we gaan.
‘These are your signatures?’ vroeg de agente, zwaaiend met onze customs cards.
We knikten aarzelend.
‘Ok, please sign the form you just filled out…’
En terwijl ik mijn collega niet durfde aan te kijken, boog ik me grinnikend over mijn formulier om mijn krabbel te zetten, want ik was in de wetenschap dat hij - pissed of this country - gedwongen was zijn papier te ondertekenen met de handtekening die ik voor hem gekozen had. De Flikker.
Een collega en ik waren daar namelijk beland na een late vlucht vanuit Sydney, waar we een werkbezoek aan de visveiling hadden gebracht, en in Auckland was nu een bloemenveiling aan de beurt.
De vlucht zelf was verschrikkelijk, aangezien ik mezelf drie uur uur lang heb moeten inhouden om het jankende kind voor mij met een rechtse hoek de meest efficiënte verdoving toe te dienen. Niet dat ik vind dat een corrigerende tik op zijn tijd verboden is hoor - nee, de apathische moederkloek die ernaast zat, zag er met haar vlotte driehonderd kilogram niet uit alsof ze mijn interventie zou tolereren zonder dat mijn fantastische hoofd voor de rest van de vlucht tussen haar enorme dijen zou kamperen. Ieder beestje z’n feestje, maar daar bedank ik voor.
Mijn collega liet het gemekker echter niet aan z’n hart komen en kon de slaap gemakkelijk vatten, wat mij de gelegenheid bood om me ledig te houden met het invullen van onze ‘customs cards’.
Paspoortnummer, vluchtnummer, land van herkomst, adres op bestemming. Iets aan te geven? In Oceanië is men nogal streng wat het importeren van voedsel betreft, dus na het voornemen gemaakt te hebben om zometeen de drie zakken lolly’s met colasmaak in mijn handbagage nog in mijn viool te kletsen, vulde ik naar toekomstige waarheid in dat we niets eetbaars hadden aan te geven. Geen teveel aan sigaretten bij. Alcohol ook niet. Voilà. Slechts datum en handtekening scheidden me van voltooiing.
Hmmm… Handtekening. Collega slaapt. Probleem. Zou ik hem wakker maken? Nah, ik heb een beter idee.
Dus stapte mijn collega wat later van het vliegtuig met een customs card gesigneerd door ene ‘Flikker’. Ja, soms ben ik té grappig, zwijg mij ervan.
Enfin, de bagage werd vlotjes van de band geplukt en al snel vonden we de file waar we moesten aansluiten om voorbij de douane te geraken. Lang hoefden we daar niet te wachten, want we werden eruitgepikt voor nadere controle.
Toegegeven, mijn ietwat langere haar, mijn paar dagen oude baard en de kunstige ventilatiegaten in mijn spijkerbroek zouden met veel kwade wil onder de noemer ‘onconventioneel voor een zakenman’ kunnen geschaard worden, maar het was nu ook niet zo dat ik daar uitdagend rondhuppelde met een gordel van lege rolletjes WC-papier om mijn middel, onderwijl roestig Arabisch brabbelend.
We werden meegenomen naar een aparte zaal waar een ontvangstcomité van drie gewapende agenten ons opwachtte en ons gebood te gaan zitten. Nu moet u weten dat mijn collega de eigenschap bezit om iedereen in alle omstandigheden zijn visie op de gebeurtenissen toe te bijten zonder enige vorm van gepast protocol, en laat mij u verzekeren: dat is een knoert van een eufemisme. Ik ben zo niet. Ik ben meer het brave type, het mietje dat in deze situatie preventief en zonder verzoek daartoe de broek afstroopt en zich voorover buigt, volledig klaar om de onaangename latex handschoen in ontvangst te nemen voor een diepgaand onderzoek. Maar mijn collega? Nee, da’s geen bukker.
‘It’s always the same! This is the second time!’ reclameerde hij luid en spuwend. ‘We travel all around the world, we never have any problems, except here in New-Zealand!’
En toen sprak hij de gevleugelde woorden: ‘I’m getting pissed of this country!’
Nee, dát was een strak plan.
Eén van de agenten kreeg prompt last van een zenuwtic in z’n rechteroog en ik zou gezworen hebben dat een tweede diender naar zijn blaffer wilde grijpen. De derde gebood ons op een redelijk onschattige manier om onze smoel te houden en schoof ons een document toe, waarop we ten tweede male moesten uiteenzetten wat we kwamen doen en wat er zich allemaal in onze bagage bevond.
Ik weet niet of u ooit in een visveiling vertoefd heeft, maar de geur die daar hangt en uw kleren brandmerkt, doet u kokhalzen - vraag maar aan de vrouwelijke agente die onze bagage doorzocht. Het staafde in ieder geval gelukkig ons eerdere verblijf in Australië.
Wat dan weer wél voor gefronste wenkbrauwen zorgde waren de twee stukken hardware die mijn collega in z’n bagage had gestoken. Een standaard groene printplaat met drukknopjes - broodnodig om in een veilzaal te kunnen bieden, maar o zo niet grappig op een luchthaven. In úw bagage. Tussen de naar vis ruftende onderbroeken. Lachen man.
Twee uur hebben we daar gezeten. Twee ondertussen nachtelijke uren. Toen mochten we gaan.
‘These are your signatures?’ vroeg de agente, zwaaiend met onze customs cards.
We knikten aarzelend.
‘Ok, please sign the form you just filled out…’
En terwijl ik mijn collega niet durfde aan te kijken, boog ik me grinnikend over mijn formulier om mijn krabbel te zetten, want ik was in de wetenschap dat hij - pissed of this country - gedwongen was zijn papier te ondertekenen met de handtekening die ik voor hem gekozen had. De Flikker.
Vier!
‘Kan dat niet wat sneller?’ pufte mevrouw Coltrui.
Ik likte mijn zweetsnor weg, kneep in het stuur en verbeet mijn argument dat we ons al ver boven de toegelaten snelheid voortbewogen. Enkel een masochist durft immers een vrouw tegen te spreken wanneer ze het feestelijke vooruitzicht geniet om dra een pakketje blijdschap van om en bij de vier kilo uit de schoot te mogen persen. En wanneer u dat hoopje vreugd daar dan nog zèlf ingestoken heeft, houdt u best helemaal uw mond. Dus, hoewel het aardedonker was, deed ik de naald van de snelheidsmeter opwippen.
Ik negeerde de snelheidslimieten, flirtte met oranjerode lichten en stelde de voorrang van rechts voor andere nachtelijke weggebruikers uit tot nader order. Die verkeersdrempel had ik wel gezien, maar ‘Befehl ist Befehl’ en tegen een slordige tachtig per uur katapulteerde ik ons karretje over het obstakel het luchtruim in. Wegens haar gezegende toestand had mevrouw Coltrui haar gordel niet om, waardoor ze met een geweldige kopstoot de wagen ei zo na tot cabrio promoveerde.
‘Kan dat niet wat trager?’ kloeg ze met de ene hand op haar buik en de andere op haar hoofd.
‘Ja zeg, wat is het nu? Sneller of trager? Subiet stop ik en rijdt ge zelf!’ dacht ik stiekem stilletjes bij mezelf. Tenminste, ik dácht dat ik het stilletjes bij mezelf had gedacht, edoch blijkbaar had ik het nogal luidop gedacht en dat werd deze liefhebbende held boordevol empathie niet in dank afgenomen. Ik heb veel nieuwe scheldwoorden geleerd, en ken sindsdien de precieze reikwijdte een vrouw haar maaiende armen. Laat ons het daarop houden.
De arbeidskamer was gezellig. Als schuldbewuste man heeft u een aantal prenatale lessen meegevolgd om, met enkele puf- en blaastechnieken onder de knie, gewapend te zijn tegen het verschrikkelijke lijden van uw vrouw. U zal haar bijstaan, afleiden wanneer nodig en haar ademhaling regelen door als een belachelijke idioot het goede voorbeeld te geven. Nooit grotere onzin geweten.
Mijn eerste goedbedoelde meepufpoging resulteerde in een blauw oog, een tweede leverde me een duw en een ‘laat mij gerust!’ op. Ze sommeerde me zelfs ergens een pint te gaan pakken en omdat ik weigerde, stopte ze me uiteindelijk maar de afstandsbediening van de televisie in de handen.
En zo zag ik, terwijl zij puffend in rondjes strompelde en noch in het bad, noch op de bal - nergens eigenlijk - tot rust kon komen, hoe zowel Justin Henin en Kim Clijsters hun halve finale wonnen. Redelijk verwarrend om twee tennissters aan de slag te zien en er drie te horen kreunen.
Held van de dag bleek de anesthesioloog. Had ik mevrouw Coltrui niet tegengehouden, ze had hem een huwelijksaanzoek gedaan.
De bevalling zelf verliep vlekkeloos voor zover dat gezegde hier gebruikt kan worden. Conform mijn voornemens vatte ik ditmaal post aan de zijde van de bevallige vrouw, in plaats van aan de kant waaruit uw nageslacht - als het goed is - de kop zal opsteken. Niet dat mijn maag een mietje is en het op een lopen zet wanneer de geliefkoosde ingang ook een uitgang blijkt te zijn of zo, maar wanneer u als man het hoofdje ziet verschijnen, gaan uw ogen net zover open als de poort en kan u het niet helpen dat u vreest dat het daar nooit meer goed zal komen.
Dus posteerde ik me op een stoel en gaf ik mevrouw Coltrui een hand. Nadat ze een keer of vier op aangeven van de vroedvrouw uit alle macht geperst had, vergaarde ik de moed bijeen om haar er voorzichtig en liefdevol op te wijzen dat ze daar beneden moest persen en niet in mijn hand. Een vrijblijvende tip voor toekomstige vaders: doe dat niet.
En kijk, dat verrimpelde kleine hoopje, geboren met een deuk in haar hoofd, is vandaag vier geworden. Of zoals ze zelf vorig jaar al trots en met haar handjes in de lucht verkondigde: ‘Ik ben jaardag!’
Edit - 10.56u : Handig, zo'n kleuterjuf die er een live-blog op nahoudt
:

Ik likte mijn zweetsnor weg, kneep in het stuur en verbeet mijn argument dat we ons al ver boven de toegelaten snelheid voortbewogen. Enkel een masochist durft immers een vrouw tegen te spreken wanneer ze het feestelijke vooruitzicht geniet om dra een pakketje blijdschap van om en bij de vier kilo uit de schoot te mogen persen. En wanneer u dat hoopje vreugd daar dan nog zèlf ingestoken heeft, houdt u best helemaal uw mond. Dus, hoewel het aardedonker was, deed ik de naald van de snelheidsmeter opwippen.
Ik negeerde de snelheidslimieten, flirtte met oranjerode lichten en stelde de voorrang van rechts voor andere nachtelijke weggebruikers uit tot nader order. Die verkeersdrempel had ik wel gezien, maar ‘Befehl ist Befehl’ en tegen een slordige tachtig per uur katapulteerde ik ons karretje over het obstakel het luchtruim in. Wegens haar gezegende toestand had mevrouw Coltrui haar gordel niet om, waardoor ze met een geweldige kopstoot de wagen ei zo na tot cabrio promoveerde.
‘Kan dat niet wat trager?’ kloeg ze met de ene hand op haar buik en de andere op haar hoofd.
‘Ja zeg, wat is het nu? Sneller of trager? Subiet stop ik en rijdt ge zelf!’ dacht ik stiekem stilletjes bij mezelf. Tenminste, ik dácht dat ik het stilletjes bij mezelf had gedacht, edoch blijkbaar had ik het nogal luidop gedacht en dat werd deze liefhebbende held boordevol empathie niet in dank afgenomen. Ik heb veel nieuwe scheldwoorden geleerd, en ken sindsdien de precieze reikwijdte een vrouw haar maaiende armen. Laat ons het daarop houden.
De arbeidskamer was gezellig. Als schuldbewuste man heeft u een aantal prenatale lessen meegevolgd om, met enkele puf- en blaastechnieken onder de knie, gewapend te zijn tegen het verschrikkelijke lijden van uw vrouw. U zal haar bijstaan, afleiden wanneer nodig en haar ademhaling regelen door als een belachelijke idioot het goede voorbeeld te geven. Nooit grotere onzin geweten.
Mijn eerste goedbedoelde meepufpoging resulteerde in een blauw oog, een tweede leverde me een duw en een ‘laat mij gerust!’ op. Ze sommeerde me zelfs ergens een pint te gaan pakken en omdat ik weigerde, stopte ze me uiteindelijk maar de afstandsbediening van de televisie in de handen.
En zo zag ik, terwijl zij puffend in rondjes strompelde en noch in het bad, noch op de bal - nergens eigenlijk - tot rust kon komen, hoe zowel Justin Henin en Kim Clijsters hun halve finale wonnen. Redelijk verwarrend om twee tennissters aan de slag te zien en er drie te horen kreunen.
Held van de dag bleek de anesthesioloog. Had ik mevrouw Coltrui niet tegengehouden, ze had hem een huwelijksaanzoek gedaan.
De bevalling zelf verliep vlekkeloos voor zover dat gezegde hier gebruikt kan worden. Conform mijn voornemens vatte ik ditmaal post aan de zijde van de bevallige vrouw, in plaats van aan de kant waaruit uw nageslacht - als het goed is - de kop zal opsteken. Niet dat mijn maag een mietje is en het op een lopen zet wanneer de geliefkoosde ingang ook een uitgang blijkt te zijn of zo, maar wanneer u als man het hoofdje ziet verschijnen, gaan uw ogen net zover open als de poort en kan u het niet helpen dat u vreest dat het daar nooit meer goed zal komen.
Dus posteerde ik me op een stoel en gaf ik mevrouw Coltrui een hand. Nadat ze een keer of vier op aangeven van de vroedvrouw uit alle macht geperst had, vergaarde ik de moed bijeen om haar er voorzichtig en liefdevol op te wijzen dat ze daar beneden moest persen en niet in mijn hand. Een vrijblijvende tip voor toekomstige vaders: doe dat niet.
En kijk, dat verrimpelde kleine hoopje, geboren met een deuk in haar hoofd, is vandaag vier geworden. Of zoals ze zelf vorig jaar al trots en met haar handjes in de lucht verkondigde: ‘Ik ben jaardag!’
Edit - 10.56u : Handig, zo'n kleuterjuf die er een live-blog op nahoudt
