Voor de kinderen

Door Coltrui op maandag 7 februari 2011 14:20 - Reacties (76)
Categorie: Coltrui's kroost, Views: 8.941

Soms vraag ik me af of iedereen een Frank heeft. Een Frank, Lieve Blogleeskindertjes, is een stemmetje in uw hoofd, wiens enige levensdoel eruit bestaat u 's ochtends jennend te wekken met één enkele vraag: 'U weet toch nog wat u gisteren beloofd heeft, he?'

'U weet toch nog wat u gisteren beloofd heeft, he?' Op dergelijk ongezellige wijze werd ik dus een paar weken geleden uit dromenland gerukt.
Ik sperde de ogen wijd open en probeerde in mijn geheugen te graven, terwijl het angstzweet bij elke hartenklop mijn bilnaad een beetje verder afdaalde. Bijna biddend dat het een belofte aan mezelf betrof, legde ik Frank het zwijgen op, in de hoop dat hét - wat het ook was - nooit meer ter sprake zou komen.

Ik stond op, veel te vroeg, ging naar beneden en trof daar mijn nageslacht, dat voor dat tijdstip al verdacht uitbundig zat te wezen. Wanneer ze me in het vizier kregen, merkte ik die vreemde schittering in hun oogjes. De oudste grijnsde.
'Papaaaaa?'
'Shit. Frank? Fraaaank?'
'Je weet het écht niet meer he? Nou, ik ga slapen - 't is nog veel te vroeg. Doei! O en eh... Veel plezier he! Moehaha!'
En weg was Frank.
'Ehm... Ja, meid?'
'Hoeveel keer slapen nog voor we naar Center Parcs gaan?'

Center watte? Dát was het dus. Ik? Notoire huismus? Naar Center Parcs? Meteen spurtte ik naar de keuken en groef als een bezetene in de vuilnisemmer, op zoek naar dat blikje Jupiler van de avond ervoor, om te checken of de brouwer het alcoholpercentage niet voor de gein had opgeschroefd naar tachtig procent.
Kijk, geef me een naaktzwemvakantie op Antarctica, ik bestrijd met plezier de Salto Ángel, stroomopwaarts in een kano zonder peddels, laat me parachuteloos uit een vliegtuig springen met een aan hoogtevrees lijdend nijlpaard in mijn nek, maar mijn God, hoe Jantje Koekoek moet u wezen om vrijwillig naar Center Parcs te gaan?

Langzaam kwam de redenering achter dit debiele idee weer terug. De kroost zou vakantie hebben, het weer beloofde nogal aan de natte kant te gaan worden en dus zouden de spruiten gedoemd zijn zich uit te leven tussen de vier muren die u toch graag nog heel even uw huis blijft noemen. Een gevalletje 'Maar u doet het voor de kinderen' dus. En de eerlijkheid gebiedt me toe te geven: als klein Coltruitje heeft ondergetekende daar een geweldige tijd beleefd die een onuitwisbaar filmpje in mijn geheugen heeft gebrand. Edoch als ouder van jonge kinders is dat soort oorden een waar inferno.

'Coltrui, u overdrijft schromelijk!' denkt nu vast iedereen die af en toe graag het woord 'schromelijk' bezigt. Wel: nee. Ik ben er van overtuigd dat God de aarde schiep in zes dagen. En de zevende dag, terwijl God lag te maffen, schiep Satan stiekem Center Parcs. Overtuig uzelf: neem bij aankomst in uw bungalow de plattegrond van het park ter hand en overloop even aan welke vormen van zelfkastijding u zich zoal mag verwachten.

De binnenspeeltuin. Wanneer u zinnens is uw kroost daarin los te laten, houdt u hen best eerst even aan de leiband. U komt namelijk een wereld in waar honderden krijsende kleuters met snottebellen tot op hun knieën over elkaar klauteren, wat blijkbaar een zeer aanstekelijke werking blijkt te hebben op uw gelegenheidspuppy's. Die gaan dan gillend en kwijlend aan de leiband trekken, nog voor ze hebben voldaan aan de verplichting om hun schoenen uit te trekken. U helpt hen daarbij, knipt de leiband los en als een speer vliegen ze de krioelende decibelmassa in.
Om de pijn te verzachten, bestelt u een alcoholische versnapering aan de toog, waar Satan u in hoogst eigen persoon een bedrag afrekent waarvoor u een hypotheek dient aan te gaan. Lang kan u echter niet genieten van uw wijntje, want al dat kinderplezier blijkt van korte duur. Wat hongertjes, dorstjes, een paar gebroken ledematen en dertig toiletbezoeken later concludeert het nageslacht dat ze eigenlijk toch liever waren gaan zwemmen. Maar onthoud: u doet het voor de kinderen.

Het zwembad dus. Mijn God, het zwembad. Lucifers meesterwerk.
'Gaan we zwemmen?'
'Jaaaa, zwemmen!'
'Ja, papaaa! Zwemmen!'
'Jaaaa!'
Gepopel en gezenuw.
Een vage, onverklaarbare chloorlucht sluipt plots door uw sinusholten en in gedachten krimpen uw vingers en tenen reeds tot zielige rozijntjes. U huivert bij de horrorbeelden van uzelve samen met twee ik-heb-kouhouhou'ertjes in een veel te klein hokje, het kleingeld voor de lockers dat u vast vergeet... Maar ach, u doet het voor de kinderen.

En blij dat de kinders zijn! Een halve teen in het water blijkt een uitstekende katalysator voor een kleuterblaas.
'Moet jij ook Robin?'
Die schudt gedecideerd het hoofd.
Ze zegt het niet, maar ze denkt het wel: 'Natuurlijk niet, papa. Ik wacht wel tot jij terug bent. Dan kan je nóg eens dat hele roteind lopen om vervolgens alwéér te gaan aanschuiven in een ellenlange rij wriemeldende kleuters in hoge nood.'
Bovendien lijkt deze poel van verderf wel vijfentwintig uur per dag toegankelijk. En uw kroost wéét dat om een of andere duistere reden.
'Papaaaa?'
'Wuh? Ja?'
'Gaan we zwemmen?'
'Ga terug slapen! 't is verdikke half drie!'

Kennels hebben ze ook daar in Center Parcs. Kennels. Ik weet wat u denkt. Ik heb op dag twee zelf ook even getwijfeld. Maar nee, enkel honden.

Vijf dagen lang heen en weer gekatapulteerd worden tussen zwembad en binnenspeeltuin. ''k Heb dorst! Ik moet plassen! Wanneer gaan we eten? Gaan we nog eens zwemmen want we zijn vandaag nog maar acht keer geweest!' On-ver-moei-baar. En ze mogen langer opblijven. Dan slapen ze vast wat langer. Naief degene die dat denkt. Zoals het biologisch klokje in Center Parcs tikt, tikt het nergens. Niet kapot te krijgen.

En zo zit u na een onvergetelijke week weer in de wagen, rode ogen geteisterd door slaaptekort, hevig ademhalend met het schuim aan de lippen, op weg naar het einde van de vakantie. U raadpleegt de achteruitkijkspiegel, negeert de zenuwtrek in uw rechteroog en dwingt uzelf tot een blik op de achterbank. 'Roosjes verliezen hun doornen wanneer ze slapen,' denkt u, als er net eentje haar ogen opent.

'Papaaaa?' geeuwt ze.
'Ja, meid?'
'Ik vond het héél leuk.'
De steen in uw borstkas wordt weer heel even een hart.
'Dat doet papa plezier hoor.'
'Gaan we dat nog eens doen, papa?'
Ik zoek vergeefs naar woorden op het dashboard.
'Ja hoor, meid. Vast wel.'
Ze glimlacht en sluit weer haar ogen.
'Hahaha, sukkel!'
'Ga weg, Frank! Ik doe het voor de kinderen.'