Worteltijd

Door Coltrui op donderdag 29 oktober 2009 08:44 - Reacties (0)
Categorie: Lectuur - fictieve onzin, Views: 1.698

De visser duwde een worm aan zijn haak, wierp behendig zijn lijn uit en nestelde zich tenslotte weer op zijn vissersbak onder de paraplu. Ondanks de zeurende regen, verried het deuntje dat hij floot zijn opgewekte humeur. Er was iets fascinerends aan de grijsaard. Wat precies, daar kon ik niet meteen mijn vinger op leggen.
Ik bekeek hem van top tot teen. Geel hoedje, geel regenpak en dito laarzen.

“Middag. Willen ze wat bijten?” brak ik het ijs op geweldig originele wijze.
“Het gaat wel. Ik mag niet klagen…”
Hij keek me aan waardoor ik eindelijk besefte wat me zo verwonderd had.
“Meneer?”
“Ja, jongeman?”
Mijn wijsvinger wees aarzelend naar zijn neus.
“Wist u dat u een wortel in uw neus heeft zitten?”
De man schrok, stond op en speurde in paniek de grond af, terwijl zijn handen koortsachtig in zijn jaszakken woelden. Een tel later slaakte hij opgelucht adem.
“Aha, hier is ie!”
Kwiek grabbelde hij een tweede wortel van de grond en parkeerde die handig in zijn vrije neusgat.
“Oef! Haha, stond ik even voor gek, zeg! Bedankt, jongeman! Zitten ze goed zo?”
“Ehm… Ze staan u beeldig, meneer.”
“René. Zeg maar René. Meneer is thuis.”
“René.”
“Juist. René.”
“Zeg eens René…”
“Ja, jongeman?”
“Ik wil niet echt onbeleefd zijn hoor, maar ehm…”
“Wat?”
“Wel, waarom heeft u wortels in uw neus?”
“O, dat! Dat is familietraditie, jongen. Al generaties lang zijn wij vissers. Ik heb de worteltechniek van mijn vader overgenomen. Hij van zijn vader. Zijn vader op zijn beurt dan weer van zijn vader. Diens vader heeft het dan weer van zijn vader, die het van zijn vader heeft. En zijn vader…”
“Van zijn vader?”
“Nee, die had het van zijn poetsvrouw. Het idee althans, want dienstmeid Bea zaliger experimenteerde aanvankelijk met integrale broccoli’s.”
“Broccoli?”
“Ja, belachelijk he? Ach ja, vroeger was dat zo. Maar de wonderen van de techniek staan niet stil he!”
“Maar waarom groente in uw neus vrotten? Bevordert het de visvangst?”
“Tuurlijk! Eigenlijk is dit een familiegeheim, maar jij ziet er nogal schattig uit, dus zal ik het uitleggen. Het heeft allemaal te maken met de legendarische sneeuwman die geen kaas lustte…”
“De wát?”
“De sneeuwman die geen kaas lustte. Het begon allemaal op die steenkoude winteravond in december negentienhonderd eenentwintig. Fonske, het zoontje van de bakker, had wijwater gestolen van pastoor Muntens. Bij nacht en ontij, sloop hij naar het kerkplein, het heilige water en twee winterpenen in de hand, toen plots uit het niets een reusachtige sneeuwman opdoemde. Fonske deed het in zijn broek van angst, toen plots…”
Ik schrok me het apelazarus van het schelle gerinkel dat uit zijn vissersbak scheen te komen.
“Momentje!” sprak de oude man, waarna hij de bak opende, er een wekker uithaalde en die routineus weer opwond.
Het sleuteltje brak af onder luid gevloek van René.
“Een wekker?”
“Jup, standaard vissersuitrusting voor mij, sinds mijn grootvader zaliger het loodje heeft gelegd tijdens het vissen.”
“Oei! Verdronken?”
“Verdronken? Natuurlijk niet! Gestikt! In konijnen!”
“Konijnen?”
“Denk nu eens na… Wat denk je dat er gebeurt wanneer je in slaap valt in de vrije natuur met twee wortels in je neus? Juist, konijnen komen op de wortels af en nestelen zich in je neus en BAM! Dood!”
“Mijn deelneming.”
“Ach, hij stierf een heldendood. Excuseer jongeman, maar ik moet een nu meteen nieuwe wekker halen.”
Gehaast zocht hij al zijn spullen bijeen, waarna hij ze in zijn vissersbak propte.
“En de sneewman die geen kaas lustte?” vroeg ik gefrustreerd.
“Later! Ik moet nu gaan!”
De man plantte zijn hand bovenop zijn hoed en zette het op een lopen. Terwijl hij verbazingwekkend snel door regen spurtte, viel mijn oog op een verloren wortel.
“René! Je bent een wortel vergeten! Renééééééééééééééé!”

Maar René was rennenderwijs kleiner geworden aan de horizon. Vertwijfeld raapte ik de wortel op. Ik keek om me heen. Niemand te zien. Ik gaf toe aan de verleiding. Behoedzaam schoof ik de oranje groente in mijn linkerneusgat, centimeter voor centimeter. Ik wachtte op iets dat me aan de grond zou nagelen van verbazing, doch tevergeefs. En net op het moment dat ik de peen met een teleurgestelde ruk uit mijn snufferd trok, trok geritsel mijn aandacht. Meer geritsel. Geruis. Ik zag één konijn. Twee konijnen. Tien konijnen. Honderden konijnen. Het geruis hief aan tot gegaloppeer dat me de daver op het lijf joeg. Gedreven door doodsangst, smeet ik de wortel in het water. Het lawaai hield op. Ze zaten er. Met z’n duizenden. Duizenden paar ogen loerend naar elke beweging die ik maakte. Ik deed een stap achterwaarts. Ze bleven zitten. Nog een stap. Geen beweging.
Ik raapte al mijn moed bijeen. Omdraaien en rennen. Rennen tot mijn benen me niet meer konden dragen. En ik heb gerend. Weggerend om nooit meer terug te keren.

Prioriteiten.

Door Coltrui op dinsdag 13 oktober 2009 12:41 - Reacties (27)
Categorieën: Frustraties, Recycled, Views: 4.372

Ik keek gisterenavond naar het nieuws en dat ging ongeveer zo - het kan zijn dat ik hier en daar een kleinigheidje heb gewijzigd, maar dat was niet opzettelijk.

Dzjingel.

Acht uur. Het nieuws, met Frieda Mestdagh.

Camera 1, Frieda in close-up.

Goedenavond. In de Oost-Vlaamse gemeente Hamme, is inwoner Hans Verknechten achtenzestig jaar geworden. Daarmee werd hij meteen ook de op twee miljoen driehonderd vierennegentig na oudste Belg. En dat, moest uiteraard gevierd worden. We gaan nu live naar Franske Piessens, die zich in het ongelooflijke feestgedruis tot bij het feestvarken heeft kunnen wringen.

Reportage start - reporter met microfoon staat in een leeg café naast de jarige die met een sigaret onder zijn neus tegen zichzelf aan het biljarten is.

- Meneer Verknechten, proficiat!
- Merci manneken.
- En hoe voelt dat, zo bijna de oudste Belg te zijn?
- Ik snap de poespas eigenlijk niet zo goed, maar ala.
- Wat is de kunst om zo oud te worden? Heeft u een geheim?
- Ba neet vent. Mag ik eens passeren? Ge staat in mijne weg. Ik kan zo niet aan de ballen he...

Hans duwt de reporter weg met zijn keu. Reporter kijkt in de camera.

- U ziet het, ondanks zijn leeftijd, is Hans nog steeds jong en sportief van geest. Het festijn zal hier vermoedelijk nog tot in de late uurtjes doorgaan, maar wij houden het hierbij. Terug over naar de studio. Weer naar jou, Frieda.

Camera 1, Frieda in close-up.

Dank je wel, Franske. Minder goed nieuws dan. In Kapelle is vanochtend een man onwel geworden, vermoedelijk na verorberen van een pita met looksaus. Het parket kwam ter plaatse en sluit een terreuraanslag niet uit, gezien het slachtoffer werkzaam is als koster van de Kapelse kerk. De eigenaars van pitabar 'Ne kleine met cocktailsaus' werden opgepakt voor verder verhoor.
Het zevenenvijftigjarige slachtoffer werd met vergiftigingsverschijnselen naar het ziekenhuis overgebracht, maar zou niet in levensgevaar verkeren. In afwachting van de resultaten van het onderzoek werd terreuralarm afgekondigd en wordt de burgers om extra waakzaamheid verzocht. Mocht u een verdacht pakketje of een rare neger tegen het lijf lopen, vraagt de politie u met drang zelf niets te ondernemen, maar alle politiekorpsen ter wereld te verwittigen via het nummer negen één één.

Frieda draait bladzijde om

Aan het strand van Oostende, spoelde vanmiddag een halve kameel met prostaatkanker aan. Op zich is dat niet zo ongewoon, ware het niet dat dit normaal enkel in de zomer gebeurt. Wetenschappers denken dat het te maken heeft met de klimaatsverandering en vrezen dat dit de voorbode zal zijn van een temperatuursstijging van gemiddeld 0.1°C. Bij ons in de studio zit Tommy Van der Stoelen, kamelendeskundige.

Camera twee, shot van de hele tafel. Er zit inderdaad een meneer. Gelukkig.

- Welkom professor Van der Stoelen. Tsja, we zeiden het al. Nu spoelen de kamelen ook al in de zomer aan. Moeten we ons zorgen maken?
- Zorgen maken niet echt nee. Zolang het een geïsoleerd geval betreft, moeten we niet panikeren.
- En wat als er nu morgen weer een aanspoelt?
- Tja, dat zou onrustwekkend zijn. Dan wordt het tijd om een ondergrondse bunker te bouwen.
- Ok professor, ik dank u voor uw komst naar de studio.
- Graag gedaan.

Camera 1, Frieda in close-up.
Buitenlands nieuws dan. Ergens in een van die Afrikaanse landen is een president vermoord. Een paar honderd duizend mensen zijn deze week weer eens omgekomen van ontbering. O ja, en in Irak kwamen bij een nucleaire aanval van de VS zo'n drie miljoen burgers om het leven, voornamelijk vrouwen en kinderen.

Zo, dat was het. Ik herhaal nog even de hoogtepunten: in Hamme is een man achtenzestig geworden, in Kapelle viel er ei zo na een dodelijk slachtoffer van terrorisme en het aanspoelen van een halve kameel baart de milieuwetenschappers zorgen.
Ik wens u nog een prettige avond en hoop u morgen weer te zien. Daag.

Camera 1 zoom uit.

Dzjingel en eindgeneriek.
Frieda neemt haar stapel papiertjes op en brengt die mooi samen door het bundeltje een paar keer verticaal op tafel te tikken. Daarna legt ze de papieren neer, nipt even van haar glas water en mompelt wat tegen professor Van der Stoelen, die in de lach schiet.


Zo hoort dat. Toch?

Hold until relieved

Door Coltrui op woensdag 7 oktober 2009 14:17 - Reacties (35)
Categorie: Coltrui's kroost, Views: 4.158

‘Gaat het lukken?’
De mevrouw van de naschoolse kinderopvang duwde nog een kleuter voor zich uit zodat die het rijtje van vijf vervolledigde. Ik krabde even achter mijn rechteroor en aanschouwde het vijftal dat ik op wonderbaarlijke wijze in mijn wagen moest zien te proppen, zonder er eentje te beschadigen.
Twee van de ukkies herkende ik - die had ik namelijk zelf in elkaar gestoken. Robin had de duimen achter de schouderriemen van haar rugzak gestoken en grijnsde me toe met die engelenglimlach die nooit veel goeds betekent. Febe zag er huilerig uit, had snottebellen tot op haar knieën en strekte haar armpjes uit. Het Papa-pak-mij-manoeuvre. Ze miste een schoen.
De andere drie, een jongen en twee meisjes, waren het broedsel van een bevriend koppel dat wegens omstandigheden even niet zelf in staat was om kroostje-fijn af te halen en dus beroep moest doen op mijn oneindige goedhartigheid en welbefaamde zelfmoordneigingen.
‘Het zal wel moeten,’ antwoordde ik, terwijl Febe ondertussen haar voet bevrijd had van de sok die nu nergens meer te bespeuren was.
‘Wacht, ik zal u helpen.’ Barmhartigheid, het bestaat nog in de wereld.
Wat later stond ik op de stoep, de handen vol boekentas, jas en halve brooddozen. De gutsende regen had geen greintje medelijden.
‘Succes!’ knipoogde de mevrouw. Leedvermaak? De deur werd in elk geval verdacht snel achter haar dichtgetrokken.
Ik trachtte twee jassen tussen mijn lippen te steken, teneinde met de vrije hand de kofferbak te kunnen openen en bij deze nochtans motorisch perfect gecoördineerde actie, viel de inhoud van een boekentas, een dertigtal kleurpotloden, op de grond. Pennenzakken zijn blijkbaar uit de mode tegenwoordig.
‘Mijn potlodeuheuheu!’
Ik negeerde het grote verdriet, en keilde al wat ik vasthad in de kofferbak, waarna ik als een idioot gehurkt potloden begon te verzamelen. Robin sloeg toen de eerste nagel in de doodskist van die avond.
‘Papa, ik ga al te voet he, ik ken de weg!’
‘Ik ga mee!’
‘Ik wil ook mee!’
‘Ik ook!’
‘Mijn potlodeuheuheu!’

Ik dacht aan ying en yang, legde mijn benen in mijn nek - in mijn verbeelding toch, want ik heb mijn benen af en toe nog wel eens nodig - en verbeet de neiging om met brooddozen te gaan smijten.
‘Niks daarvan, het regent en jullie hebben jullie jassen niet aan.’
‘Maar dat geeft niet. We zullen…’
‘Nee, Robin!’
‘Maar…’
‘In de auto!’
Met een pruillip klom ze op de passagierszetel. Ik nam een verse kleuter onder elke arm en bonjourde ze op de achterbank. Bij de laatste twee moest ik al mijn Tetriscapaciteiten aanwenden om hen te doen passen, maar na een poging of zes, kon het portier toch dicht zonder iets vitaals te breken. Ik maakte aanstalten om in te stappen, tot een huilend gezichtje op het aangedampte raampje klopte. Met een zucht trok ik het portier weer open zonder dat er iemand op de kasseien donderde.
‘Wat scheelt er?’
‘Mijn potlodeuheuheu!’

Vijf paar kinderschoenen op een rij, het zou een ideaal openingsshot kunnen zijn voor een horrorfilm. Ik zette de mijne ernaast en trok de keuken in om me een beetje af te drogen. De twee oudsten maakten hun huiswerk, terwijl de andere drie de voor hen speciaal opgezette TV vakkundig negeerden. Het gebeurde in vrede, dus het zag er naar uit dat ik in alle rust wat te smikkelen zou kunnen bereiden voor dat legertje kwekkende pinguïns.
Hamburgers, gebakken aardappelen en in mayo verborgen tomaatjes. Veilig kleutervoedsel, you can’t go wrong there. Dacht ik.
Tussen het ogenblik dat ik een pan vasthad en en het moment dat de boter daarin daadwerkelijk tot gesmolten toestand verworden was, had ik drie dorstigen gelaafd, twee paar billen schoongeveegd, zes keer het TV-kanaal verzet en tot twee maal toe de kat gered van een afgrijselijk pijnlijke dood.

‘Wat gaan we eten?’
Robin. Ze keek me uitdagend aan. Nagel nummer twee, ik voelde het aan mijn water.
‘Hamburgers met gebakken petatjes en tomaatjes.’
Het was mijn gasten niet ontgaan.
‘Ik lust geen tomaatjes!’
‘Ik lust geen hamburgers!’
‘Jawel, gij lust wél hamburgers!’
‘Niewaar!’
‘Jawel! Gij hebt dat al gegeten!’
‘Niewaaaahaaar! Boehoehoe…’
‘Ik moet pipi doen!’
‘Papa, is’t eten bijna klaar?’
‘Wanneer komt mama?’
‘Ik wil cola!’
‘Waar zijn mijn potlodeuheuheu?’
Ik zette de dampkap op maximum zuigkracht, zodat het ene lawaai het andere overstemde en in mijn ooghoek zag ik Robin zitten. Huiswerk maken met een aureooltje. Scheve grijns op haar gezicht.

‘Aan taaafel!’
De koters kwamen aangespurt en verzamelden rond de tafel.
‘Jaaaaa! Ik zit hier!’
‘Nee, da’s mijn plaats!’
‘Dan zit ik hier!’
‘Nee, ik zit daar!’
‘Mogen wij voor TV eten, papa?’
Robin uiteraard.
‘Jaaa, voor TV!’
‘Ik ook voor TV!’
‘Rustig! Rustig! Er is net gepoetst, dus we eten aan tafel, ok? Jij zit daar, jij mag daar zitten, jij daar en jij en jij hier en daar.’
Ik plantte de borden voor hun neusjes en het gejengel begon.
‘Zij heeft meer petatjes dan ik!’
‘Ja, maar ik ben ook groter!’
‘Maar ik heb veel honger!’
‘Gij hebt meer tomaatjes!’
‘Ja, maar ik lust geen tomaatjes!’
Ik besloot de aardappelen van alle bordjes op een groter exemplaar te schrapen en herverdeelde ze, ditmaal op een mathematisch verantwoorde wijze.
‘Zo! Allemaal even veel.’
‘En wasda?’
‘Dat zijn tomaatjes met mayonaise.’
‘Ik lust geen mayonaise…’
Met trillende vingers en een tic in mijn linkeroog, sneed ik een nieuw stukje tomaat in partjes.
‘Zo, zonder mayonaise.’
‘Maar eigenlijk lust ik ook geen tomaten.’
Ik gaf het op.
‘Dan laat je ze maar liggen. Ik heb ketchup en mayonaise voor de petatjes. Wil je een beetje ketchup?’
‘Ja! O, nee. Nee, mayonaise.’
‘Maar je lust toch geen mayonaise?’
‘Wel met petatjes!’
Hold until relieved, Coltrui. Hold until relieved.

Ding dong.
‘Ha Coltrui! Hoe was’t? Zijn ze braaf geweest?’
‘Ja hoor. Voorbeeldig.’
‘Gelukkig maar! In ieder geval heel erg bedankt. Wat zeggen jullie, kindjes? Dag Coltrui!’
‘Dag Coltrui!’
‘Dahaaag!’
Met het dichtvallen van de deur, gleed de rust als een warme gloed van mijn hoofd tot in mijn tenen.
Ding dong.
Ik trok de deur weer open, met bang hart.
‘Iets vergeten?’
‘Ja, kan dat zijn dat hier nog potloden van ons liggen?’

Leesvoer: Het spel

Door Coltrui op donderdag 1 oktober 2009 23:59 - Reacties (15)
Categorieën: Non humor leesvoer, Recycled, Views: 5.455

Nog eens een verhaaltje uit de doosch der jeugdzonden, goed voor een tweede plaats voor een horrorschrijfwedstrijd. Lap-tekst-alert!

Lees verder »