Mag het iets meer zijn?

Door Coltrui op maandag 23 juli 2012 22:47 - Reacties (45)
Categorie: Coltrui's kroost, Views: 7.544

Mijn oudste dochter, Robin, negen wilde winters, werd een tijdje geleden gediagnosticeerd met dyscalculie. Voor uw gemoed volschiet en u moet vechten tegen tranen van medeleven: het betreft een rekenstoornis die gepaard gaat met een zwak ruimtelijk inzicht, dus op zich is dit niet zo'n ramp. Bloemen noch kransen, graag.

Daarom 'geniet' ze type-8-onderwijs, een opleiding waarvan ik na een jaar niet meer zo gecharmeerd ben. Deze wijze van onderricht zal vast haar nut hebben, maar met het risico beschuldigd te worden van het 'mijn-kind-schoon-kind'-syndroom, beweer ik: niet voor mijn dochter. Maar goed, wat die keuze betreft, mag ik misschien hand in eigen boezem steken, maar gedane zaken doen me afdwalen.

Blijkbaar gaat het type-8-onderwijs onvermijdelijk gepaard met het monitoren van de leerlingen door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en een handvol psychologen. Waarschijnlijk stoot ik nu mensen tegen de borst, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit legertje Overkill de drang heeft om hun nut te moeten bewijzen, door elk stoornisetiketje dat in hun archief zit, op elke leerlings voorhoofd te duwen om te kijken of het blijft kleven. Want plots - ik weet zelfs niet meet wat, waar, wanneer en waarom - bleek een van die labeltjes wonderwel een beetje aan mijn dochter te blijven plakken. Sindsdien ligt er dagelijks Ritalin naast haar kommetje ontbijtgranen. ADHD. 'Een beetje,' hadden ze gezegd. 'Een beetje ADHD.'

Toegegeven, ze kan wat uitgelaten doen, maar het is niet zo dat ze baviaangewijs aan de luchter in onze bijkeuken hangt te bengelen. Dat kan niémand beweren. Want wij hebben geen luchter in de bijkeuken, vooral wegens gebrek aan bijkeuken. Hoe het ook zij, als ik me mijn eigen jeugd weer voor de geest haal, moet ik concluderen dat ik als glad woelwater niet voor haar moest onderdoen - integendeel. Toch heb ik nooit medicatie gekregen en is het - u zal het ongetwijfeld met mij eens zijn - redelijk goedgekomen.

Vannacht had ik een droom. Eerlijk is eerlijk, Martin Luther King was me een beetje voor, maar mijn droom was ook speciaal.
Ik was ijverig aan het werk - het was maar een droom, weet u nog? - toen ik werd gebeld door school. Of ik dringend kon komen.
Ik trof Robin aan in een bed, vastgeketend, volledig in het gips en omringd door een tiental wetenschappelijk uitziende mannen én vrouwen - ik droom redelijk geëmancipeerd de laatste tijd - in witte schorten, gewapend met pen en notitieblok.

'Wat... Wat is er gebeurd?' vroeg ik met de handen in het haar.
Een man stapte naar voor en schraapte zijn keel terwijl hij door zijn papieren bladerde.
'We hebben haar eens grondig onderzocht,' sprak hij. De andere witte vesten knikten instemmend en bladerden ook door hun notities.
'En?'
'Nou, om te beginnen... We denken dat ze lijdt aan paranoide schizofrenie...'
'Wát?'
'Wees gerust, een beetje maar.'
'Een béétje? En... En dat gips?'
De man richtte zich tot een vrouwelijke collega.
'Waarvoor was dat nu weer?'
'Knie-, elleboog-, heup- en wenkbrauwdysplasie. Een beetje. Denken we. We zijn niet zeker, maar we hebben haar preventief al een paardenmiddel toegediend.'
'Maar...'
'En mond- en klauwzeer. Heeft ze ook. Een beetje. Niet honderd procent zeker, maar ze wordt wel behandeld. Men kan niet voorzichtig genoeg zijn. Wat dat betreft raden wij aan dat u haar prostaat ook eens laat onderzoeken...'
Vol ongeloof reikte ik naar Robins vastgeketende rechterhand.
'Niet doen!' schreeuwde de man die vervolgens met het hele team vol afgrijzen achteruitdeinsde.
'Ze is bezeten! Enfin, een bee...'
Hij maakte zijn zin niet af. Robin opende de ogen, waarvan ik enkel het wit ontwaarde, en begon verwoed aan haar kettingen te rammelen. Ze was snel los. Als een spin sprong ze via de muur naar het plafond waar ze bleef kleven. Haar hoofd draaide honderdtachtig graden en ze braakte de hele kamer onder.

Ik schrok wakker, ging rechtop zitten en terwijl ik denkbeeldig braaksel van mijn gezicht probeerde te vegen, vroeg ik me af: 'Heb ik wel de juiste keuzes gemaakt? Leg ik de toekomst van mijn dochter niet te veel in de handen van overijverige organen? En wat gaan we vanavond eten?'

Wel ja, ik maak me zorgen. Een beetje dan toch.

Een berg sinaasappels

Door Coltrui op zondag 15 juli 2012 12:48 - Reacties (21)
Categorie: Varia, Views: 4.424

Ik zit in de wagen en wacht tot het licht groener oorden kiest. De radio haspelt de files af, waarschijnlijk veroorzaakt door de regen. De ruitenwissers maken een haal en ik ben getuige van hoe een krom, oud besje de supermarkt inwaggelt. Ze weet het vast niet, maar ik zie haar hier bijna elke dag. Als het goed is, komt ze zometeen weer buiten met - jup, daar is ze weer. Zoals steeds draagt ze weer datzelfde plastic zakje en ik verwed er mijn hele hebben en houden om, dat daar ook vandaag weer een sinaasappel in schuilt. Eén enkele sinaasappel.
Hoewel het groen wordt voor mij, geef ik haar het teken dat ze nog kan oversteken. Tijd zat. Ze glimlacht. Het zakje gaat langzaam omhoog en de sinaasappel bedankt me. Mijn gedachten dwalen af.

Ze zit bij het raam en volgt de regendruppels die naar beneden meanderen. Het is eens wat anders. De kruiswoordpuzzel lukt niet echt en voor het Tel Sell-geweld heeft ze nooit een zwak gehad. En het dagboek dat ze ooit bijhield, eindigde in de prullenbak, toen ze merkte dat elk schrijfsel wel een kopie leek van de dag ervoor.
Nog een uurtje of drie en ze kan naar beneden schuifelen voor het middagmaal. Niet dat die mondvol smakeloos kapotgekookte groentenpap drie sterren verdient, of haar medebewoonsters een interessant gezelschap vormen - vrienden maken doe je hier beter niet - maar haar trouwe zetel verdient meer dan doorzitwonden.
Alles gaat voorbij, weet ze. Haar benen hebben bijna de laatste kilometers afgelegd en ze hoopt deze afstand te vergroten met een wandelstok. Haar ogen zijn mee met haar op pensioen gegaan en de bruine vlekjes op haar handen vormen stilaan een waardig boeket kerkhofbloempjes. Ze geeft niet om deze kwaaltjes. Er zijn slechts twee zaken die haar bedroeven. Haar ouderdom, die blijkt niet te genezen. En haar dagelijkse zorgen. Want die mist ze.

Bitter is ze niet. Niet meer, tenminste. Want toegegeven, aanvankelijk was ze koppig. Furieus op de kinderen, zoals alle nieuwkomers die ze de afgelopen jaren in de kantine hoorde foeteren. Ze had haar zoon er flink van langs gegeven.
Is dit mijn dank? Tachtig worden, en bij wijze van feest drie hoog in een Wachtkamertje gepropt worden en voortaan moeten leven tussen wezens die hier écht thuishoren? Ik wéét wat er gaat gebeuren! Jullie komen aanvankelijk vast massaal op bezoek, maar als iedereen denkt zijn plicht vervuld te hebben, als we met eigen ogen gezien hebben dat het oude mens hier wel een fijne oude dag krijgt, heb ik het laatste van jullie gezien!
Ze heeft gelijk gehad, zo bleek. Het blijft bij een telefoontje met haar verjaardag. Een uitnodiging met Kerst. Als het niet te glad is. Maar ze begrijpt het. Druk. Werken. Zo gaat dat nu eenmaal. Vroeger was dat allemaal anders, maar vroeger heeft zijn beste tijd gehad.

De wind wakkert aan en de regen lijkt speciaal haar raam te viseren.
'Rotweer,' zucht ze. 'Geen sinaasappel dan maar vandaag...'
Al maandenlang gaat ze dagelijks naar het supermarktje, recht tegenover de residentie, waar ze een sinaasappel koopt. Ze houdt helemaal niet van sinaasappels, maar het uitje geeft haar voldoening. Het lijkt wel eeuwen geleden dat ze zich verloren danste, de wereld proefde, en God weet dat ze wild heeft liefgehad, maar een glimlach van de kassierster, het praatje met de man aan de bushalte, het aardige gebaar van de man in de auto bij het stoplicht - het komt in de winter van haar leven qua genoegdoening aardig in de buurt. Maar geen kat die dat begrijpt.

Ze richt haar blik op het raam en pikt er twee druppels uit. Als de linker eerst beneden is, blijf ik thuis. Nou ja... Thuis... Wint de rechter, ga ik een sinaasappel kopen. Regen of geen regen.
Gestaag glijden beide druppels naar beneden en ze moet de geranium opzijschuiven om te zien hoe het pleit beslecht wordt. De linkerdruppel verdwijnt het eerst.
Ze schrikt als haar raam plots blauwwit kleurt. Een ambulance rijdt voor. Enkel blauwe lichten, geen sirene. Ze weet wat dat betekent. Weer eentje permanent ontslagen uit de Wachtkamer.
Voorzichtig krabbelt ze recht en zoekt ze haar jas. Ze vindt hem, trekt hem aan en voelt even met de rechterhand in haar jaszak of het plastic tasje daar nog zit.

'Ach wat,' grinnikt ze. 'Wat kan het mij schelen. Mijn verhaal kennen ze. Ik laat niks bijzonders na. Afgezien van die onverklaarbare berg sinaasappels dan...'