Als werknemer van een bedrijf met internationale klanten valt er bij wijlen wel een en ander te beleven.

What's in a nerd

Door Coltrui op donderdag 14 april 2011 18:38 - Reacties (33)
CategorieŽn: Arbeidsgeveins, Varia, Views: 6.427

Tien jaar. Zo lang is het alweer geleden dat ondergetekende de schoolbanken mocht ruilen voor het juk der arbeid. Of moest, in mijn geval.
Niet dat ik heimwee had naar het studentenleven of geen zin had om eindelijk eens een blijer hoofdstuk te breien aan het treurige verhaal dat mijn bankuittrekselboekje vertelde, nee ik had Toegepaste Informatica gestudeerd en diende derhalve de arbeidsmarkt af te schuimen, op zoek naar een job als programmeur. En laat nu net dŠŠr het schoentje wringen.

Ik had namelijk bitter weinig zin om deel uit te maken van de IT-wereld, waarvan familie en vrienden om me heen zowat allemaal hetzelfde beeld hadden.
Zo zou mijn haarbegroeiing een kort leven beschoren zijn. Een bril zou mijn deel worden. En geen normale bril, hoor! Neenee, eentje met een montuur dat qua diameter en dikte ruim genoeg zou zijn om er een stapel DVD's in te kunnen opbergen en met zķlke sterke glazen dat ik op elk moment van de dag Mercurius moeiteloos zou kunnen aanwijzen. En compleet beroofd van zonlicht, zou ik met mijn spierwitte huid als kleurvergelijkend materiaal op moeten draven in reclamespotjes voor tandpasta's en waspoeders. En Coltrui Junior zou wis en zeker tot een garnaal verworden, tenminste indien mijn pens me niet eerst zou beroven van het zicht op dat onvermijdelijke tafereel wegens gebrek aan beweging. Op zich niet erg, zei men, ik zou hem toch nooit meer nodig hebben.

En ik geloofde hen. Want waar menig student heden ten dage vakantiewerk verricht in de sector die aansluit bij zijn of haar studiekeuze, verdiende ik sigaret en weekendpils op fruitboomgaarden en zoals u zich wellicht kan voorstellen, was het meest digitale dat daar ter sprake kwam, het uurwerk van de baas waarop het nooit snel genoeg 17.00u kon worden.
Ja, ik geloofde hen en heel vaak leed ik woelige nachten, dromend van mijn toekomst.

In een wereld bevolkt door een kudde nerds waaruit bij wijlen gniffelende knorretjes ontsnappen, klop ik code, ook al is het middagpauze. Terwijl mijn collegae koortsachtig de cosinus van hun boterham met choco berekenen, prop ik - onder het motto 'een goede programmeur heeft minstens een C-cup' - de achtste hamburger door mijn keel, gevolgd door een flinke slok Red Bull.
Mijn adem, mijn oksels en mijn in witte sokken en sandalen gestoken voeten, zijn onderling verwikkeld in een wedstrijdje om-het-hardst-stinken en ik overleg met mezelf - als welk Star Wars-personage zal ik op het komend personeelsfeest opdagen?


Uiteindelijk aanvaardde ik toch mijn lot en onderging ik mijn allereerste sollicitatie. Ik had me goed voorbereid. Na lang twijfelen, had ik me tůch gewassen en ik zou bij eventuele klachten over die vreemde geur - veroorzaakt door wat men in de conventionele wereld 'zeep' pleegt te noemen, voorwenden dat het jammer genoeg nťt tijd was geweest voor mijn driejaarlijkse kattenwasje. Even had ik zelfs een voorbindbuik overwogen, maar dat idee liet ik varen - ik wilde immers niet meteen als tť pro overkomen.
Ik werd ontvangen door een kerel, getooid in een gescheurde jeans, sportschoenen en T-shirt met daarop een stilleven, waarin het hoofd van Bill Gates en een een pinguÔn met een hakbijl de hoofdrol vertolkten. Ik zweer u - zelden heb ik mijn maatpak zo ernstig naar Mars en omstreken verwenst.

We zijn nu tien jaar verder. Nog steeds op hetzelfde bedrijf. En mijn collega's lijken wel mensen. Valt het allemaal best mee? Of ben ik stiekem meegegroeid met wat de vooroordelen schetsen... Ik ben er nog niet uit. Ik mag dan wel nog steeds niet weten wat de cosinus van een boterham met choco is, maar bewijst dat wat?
Weet u, misschien moest ik vanavond voor alle zekerheid maar eens stiekem aan mijn voeten ruiken.

De Flikker.

Door Coltrui op donderdag 28 januari 2010 20:47 - Reacties (26)
CategorieŽn: Arbeidsgeveins, Recycled, Views: 4.789

Zelf had ik het nooit gedacht, maar blijkbaar oog ik gevaarlijk, boosaardig ende verdacht. Mocht u ooit de kans krijgen, u kan dat verifiŽren in de luchthaven van Auckland.

Een collega en ik waren daar namelijk beland na een late vlucht vanuit Sydney, waar we een werkbezoek aan de visveiling hadden gebracht, en in Auckland was nu een bloemenveiling aan de beurt.
De vlucht zelf was verschrikkelijk, aangezien ik mezelf drie uur uur lang heb moeten inhouden om het jankende kind voor mij met een rechtse hoek de meest efficiŽnte verdoving toe te dienen. Niet dat ik vind dat een corrigerende tik op zijn tijd verboden is hoor - nee, de apathische moederkloek die ernaast zat, zag er met haar vlotte driehonderd kilogram niet uit alsof ze mijn interventie zou tolereren zonder dat mijn fantastische hoofd voor de rest van de vlucht tussen haar enorme dijen zou kamperen. Ieder beestje z’n feestje, maar daar bedank ik voor.

Mijn collega liet het gemekker echter niet aan z’n hart komen en kon de slaap gemakkelijk vatten, wat mij de gelegenheid bood om me ledig te houden met het invullen van onze ‘customs cards’.
Paspoortnummer, vluchtnummer, land van herkomst, adres op bestemming. Iets aan te geven? In OceaniŽ is men nogal streng wat het importeren van voedsel betreft, dus na het voornemen gemaakt te hebben om zometeen de drie zakken lolly’s met colasmaak in mijn handbagage nog in mijn viool te kletsen, vulde ik naar toekomstige waarheid in dat we niets eetbaars hadden aan te geven. Geen teveel aan sigaretten bij. Alcohol ook niet. Voilŗ. Slechts datum en handtekening scheidden me van voltooiing.
Hmmm… Handtekening. Collega slaapt. Probleem. Zou ik hem wakker maken? Nah, ik heb een beter idee.

Dus stapte mijn collega wat later van het vliegtuig met een customs card gesigneerd door ene ‘Flikker’. Ja, soms ben ik tť grappig, zwijg mij ervan.
Enfin, de bagage werd vlotjes van de band geplukt en al snel vonden we de file waar we moesten aansluiten om voorbij de douane te geraken. Lang hoefden we daar niet te wachten, want we werden eruitgepikt voor nadere controle.
Toegegeven, mijn ietwat langere haar, mijn paar dagen oude baard en de kunstige ventilatiegaten in mijn spijkerbroek zouden met veel kwade wil onder de noemer ‘onconventioneel voor een zakenman’ kunnen geschaard worden, maar het was nu ook niet zo dat ik daar uitdagend rondhuppelde met een gordel van lege rolletjes WC-papier om mijn middel, onderwijl roestig Arabisch brabbelend.

We werden meegenomen naar een aparte zaal waar een ontvangstcomitť van drie gewapende agenten ons opwachtte en ons gebood te gaan zitten. Nu moet u weten dat mijn collega de eigenschap bezit om iedereen in alle omstandigheden zijn visie op de gebeurtenissen toe te bijten zonder enige vorm van gepast protocol, en laat mij u verzekeren: dat is een knoert van een eufemisme. Ik ben zo niet. Ik ben meer het brave type, het mietje dat in deze situatie preventief en zonder verzoek daartoe de broek afstroopt en zich voorover buigt, volledig klaar om de onaangename latex handschoen in ontvangst te nemen voor een diepgaand onderzoek. Maar mijn collega? Nee, da’s geen bukker.

‘It’s always the same! This is the second time!’ reclameerde hij luid en spuwend. ‘We travel all around the world, we never have any problems, except here in New-Zealand!’
En toen sprak hij de gevleugelde woorden: ‘I’m getting pissed of this country!’
Nee, dŠt was een strak plan.
Eťn van de agenten kreeg prompt last van een zenuwtic in z’n rechteroog en ik zou gezworen hebben dat een tweede diender naar zijn blaffer wilde grijpen. De derde gebood ons op een redelijk onschattige manier om onze smoel te houden en schoof ons een document toe, waarop we ten tweede male moesten uiteenzetten wat we kwamen doen en wat er zich allemaal in onze bagage bevond.

Ik weet niet of u ooit in een visveiling vertoefd heeft, maar de geur die daar hangt en uw kleren brandmerkt, doet u kokhalzen - vraag maar aan de vrouwelijke agente die onze bagage doorzocht. Het staafde in ieder geval gelukkig ons eerdere verblijf in AustraliŽ.
Wat dan weer wťl voor gefronste wenkbrauwen zorgde waren de twee stukken hardware die mijn collega in z’n bagage had gestoken. Een standaard groene printplaat met drukknopjes - broodnodig om in een veilzaal te kunnen bieden, maar o zo niet grappig op een luchthaven. In ķw bagage. Tussen de naar vis ruftende onderbroeken. Lachen man.

Twee uur hebben we daar gezeten. Twee ondertussen nachtelijke uren. Toen mochten we gaan.
‘These are your signatures?’ vroeg de agente, zwaaiend met onze customs cards.
We knikten aarzelend.
‘Ok, please sign the form you just filled out…’

En terwijl ik mijn collega niet durfde aan te kijken, boog ik me grinnikend over mijn formulier om mijn krabbel te zetten, want ik was in de wetenschap dat hij - pissed of this country - gedwongen was zijn papier te ondertekenen met de handtekening die ik voor hem gekozen had. De Flikker.

Lollige Chinees

Door Coltrui op donderdag 19 maart 2009 23:16 - Reacties (22)
CategorieŽn: Arbeidsgeveins, Recycled, WTF, Views: 5.235

Ik hoop dat onderstaande correspondent in het Engels aan mijn been aan het trekken was... Het is een Chinees en eerlijk gezegd heb ik - als programmeur van hun software - hem nooit eerder op humor kunnen betrappen, dus ik vrees het ergste... Ik kreeg namelijk onderstaand alarm-mailtje - echt meegemaakt, ik zweer het en wil me een dehydratatie spuwen op mijn erewoord:

http://users.skynet.be/fa018426/Mail1.jpg

Dit zei mij evenveel als dat het u waarschijnlijk zegt, dus even om nadere uitleg vragen:

http://users.skynet.be/fa018426/Mail2.jpg

Aanschouw het antwoord:

http://users.skynet.be/fa018426/Mail3.jpg

Uhuh, much better, thank you very much...