Kindervreugd. En -verdriet.

Mag het iets meer zijn?

Door Coltrui op maandag 23 juli 2012 22:47 - Reacties (45)
Categorie: Coltrui's kroost, Views: 7.523

Mijn oudste dochter, Robin, negen wilde winters, werd een tijdje geleden gediagnosticeerd met dyscalculie. Voor uw gemoed volschiet en u moet vechten tegen tranen van medeleven: het betreft een rekenstoornis die gepaard gaat met een zwak ruimtelijk inzicht, dus op zich is dit niet zo'n ramp. Bloemen noch kransen, graag.

Daarom 'geniet' ze type-8-onderwijs, een opleiding waarvan ik na een jaar niet meer zo gecharmeerd ben. Deze wijze van onderricht zal vast haar nut hebben, maar met het risico beschuldigd te worden van het 'mijn-kind-schoon-kind'-syndroom, beweer ik: niet voor mijn dochter. Maar goed, wat die keuze betreft, mag ik misschien hand in eigen boezem steken, maar gedane zaken doen me afdwalen.

Blijkbaar gaat het type-8-onderwijs onvermijdelijk gepaard met het monitoren van de leerlingen door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en een handvol psychologen. Waarschijnlijk stoot ik nu mensen tegen de borst, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit legertje Overkill de drang heeft om hun nut te moeten bewijzen, door elk stoornisetiketje dat in hun archief zit, op elke leerlings voorhoofd te duwen om te kijken of het blijft kleven. Want plots - ik weet zelfs niet meet wat, waar, wanneer en waarom - bleek een van die labeltjes wonderwel een beetje aan mijn dochter te blijven plakken. Sindsdien ligt er dagelijks Ritalin naast haar kommetje ontbijtgranen. ADHD. 'Een beetje,' hadden ze gezegd. 'Een beetje ADHD.'

Toegegeven, ze kan wat uitgelaten doen, maar het is niet zo dat ze baviaangewijs aan de luchter in onze bijkeuken hangt te bengelen. Dat kan nimand beweren. Want wij hebben geen luchter in de bijkeuken, vooral wegens gebrek aan bijkeuken. Hoe het ook zij, als ik me mijn eigen jeugd weer voor de geest haal, moet ik concluderen dat ik als glad woelwater niet voor haar moest onderdoen - integendeel. Toch heb ik nooit medicatie gekregen en is het - u zal het ongetwijfeld met mij eens zijn - redelijk goedgekomen.

Vannacht had ik een droom. Eerlijk is eerlijk, Martin Luther King was me een beetje voor, maar mijn droom was ook speciaal.
Ik was ijverig aan het werk - het was maar een droom, weet u nog? - toen ik werd gebeld door school. Of ik dringend kon komen.
Ik trof Robin aan in een bed, vastgeketend, volledig in het gips en omringd door een tiental wetenschappelijk uitziende mannen n vrouwen - ik droom redelijk gemancipeerd de laatste tijd - in witte schorten, gewapend met pen en notitieblok.

'Wat... Wat is er gebeurd?' vroeg ik met de handen in het haar.
Een man stapte naar voor en schraapte zijn keel terwijl hij door zijn papieren bladerde.
'We hebben haar eens grondig onderzocht,' sprak hij. De andere witte vesten knikten instemmend en bladerden ook door hun notities.
'En?'
'Nou, om te beginnen... We denken dat ze lijdt aan paranoide schizofrenie...'
'Wt?'
'Wees gerust, een beetje maar.'
'Een btje? En... En dat gips?'
De man richtte zich tot een vrouwelijke collega.
'Waarvoor was dat nu weer?'
'Knie-, elleboog-, heup- en wenkbrauwdysplasie. Een beetje. Denken we. We zijn niet zeker, maar we hebben haar preventief al een paardenmiddel toegediend.'
'Maar...'
'En mond- en klauwzeer. Heeft ze ook. Een beetje. Niet honderd procent zeker, maar ze wordt wel behandeld. Men kan niet voorzichtig genoeg zijn. Wat dat betreft raden wij aan dat u haar prostaat ook eens laat onderzoeken...'
Vol ongeloof reikte ik naar Robins vastgeketende rechterhand.
'Niet doen!' schreeuwde de man die vervolgens met het hele team vol afgrijzen achteruitdeinsde.
'Ze is bezeten! Enfin, een bee...'
Hij maakte zijn zin niet af. Robin opende de ogen, waarvan ik enkel het wit ontwaarde, en begon verwoed aan haar kettingen te rammelen. Ze was snel los. Als een spin sprong ze via de muur naar het plafond waar ze bleef kleven. Haar hoofd draaide honderdtachtig graden en ze braakte de hele kamer onder.

Ik schrok wakker, ging rechtop zitten en terwijl ik denkbeeldig braaksel van mijn gezicht probeerde te vegen, vroeg ik me af: 'Heb ik wel de juiste keuzes gemaakt? Leg ik de toekomst van mijn dochter niet te veel in de handen van overijverige organen? En wat gaan we vanavond eten?'

Wel ja, ik maak me zorgen. Een beetje dan toch.

Voor de kinderen

Door Coltrui op maandag 7 februari 2011 14:20 - Reacties (70)
Categorie: Coltrui's kroost, Views: 6.878

Soms vraag ik me af of iedereen een Frank heeft. Een Frank, Lieve Blogleeskindertjes, is een stemmetje in uw hoofd, wiens enige levensdoel eruit bestaat u 's ochtends jennend te wekken met n enkele vraag: 'U weet toch nog wat u gisteren beloofd heeft, he?'

'U weet toch nog wat u gisteren beloofd heeft, he?' Op dergelijk ongezellige wijze werd ik dus een paar weken geleden uit dromenland gerukt.
Ik sperde de ogen wijd open en probeerde in mijn geheugen te graven, terwijl het angstzweet bij elke hartenklop mijn bilnaad een beetje verder afdaalde. Bijna biddend dat het een belofte aan mezelf betrof, legde ik Frank het zwijgen op, in de hoop dat ht - wat het ook was - nooit meer ter sprake zou komen.

Ik stond op, veel te vroeg, ging naar beneden en trof daar mijn nageslacht, dat voor dat tijdstip al verdacht uitbundig zat te wezen. Wanneer ze me in het vizier kregen, merkte ik die vreemde schittering in hun oogjes. De oudste grijnsde.
'Papaaaaa?'
'Shit. Frank? Fraaaank?'
'Je weet het cht niet meer he? Nou, ik ga slapen - 't is nog veel te vroeg. Doei! O en eh... Veel plezier he! Moehaha!'
En weg was Frank.
'Ehm... Ja, meid?'
'Hoeveel keer slapen nog voor we naar Center Parcs gaan?'

Center watte? Dt was het dus. Ik? Notoire huismus? Naar Center Parcs? Meteen spurtte ik naar de keuken en groef als een bezetene in de vuilnisemmer, op zoek naar dat blikje Jupiler van de avond ervoor, om te checken of de brouwer het alcoholpercentage niet voor de gein had opgeschroefd naar tachtig procent.
Kijk, geef me een naaktzwemvakantie op Antarctica, ik bestrijd met plezier de Salto ngel, stroomopwaarts in een kano zonder peddels, laat me parachuteloos uit een vliegtuig springen met een aan hoogtevrees lijdend nijlpaard in mijn nek, maar mijn God, hoe Jantje Koekoek moet u wezen om vrijwillig naar Center Parcs te gaan?

Langzaam kwam de redenering achter dit debiele idee weer terug. De kroost zou vakantie hebben, het weer beloofde nogal aan de natte kant te gaan worden en dus zouden de spruiten gedoemd zijn zich uit te leven tussen de vier muren die u toch graag nog heel even uw huis blijft noemen. Een gevalletje 'Maar u doet het voor de kinderen' dus. En de eerlijkheid gebiedt me toe te geven: als klein Coltruitje heeft ondergetekende daar een geweldige tijd beleefd die een onuitwisbaar filmpje in mijn geheugen heeft gebrand. Edoch als ouder van jonge kinders is dat soort oorden een waar inferno.

'Coltrui, u overdrijft schromelijk!' denkt nu vast iedereen die af en toe graag het woord 'schromelijk' bezigt. Wel: nee. Ik ben er van overtuigd dat God de aarde schiep in zes dagen. En de zevende dag, terwijl God lag te maffen, schiep Satan stiekem Center Parcs. Overtuig uzelf: neem bij aankomst in uw bungalow de plattegrond van het park ter hand en overloop even aan welke vormen van zelfkastijding u zich zoal mag verwachten.

De binnenspeeltuin. Wanneer u zinnens is uw kroost daarin los te laten, houdt u hen best eerst even aan de leiband. U komt namelijk een wereld in waar honderden krijsende kleuters met snottebellen tot op hun knien over elkaar klauteren, wat blijkbaar een zeer aanstekelijke werking blijkt te hebben op uw gelegenheidspuppy's. Die gaan dan gillend en kwijlend aan de leiband trekken, nog voor ze hebben voldaan aan de verplichting om hun schoenen uit te trekken. U helpt hen daarbij, knipt de leiband los en als een speer vliegen ze de krioelende decibelmassa in.
Om de pijn te verzachten, bestelt u een alcoholische versnapering aan de toog, waar Satan u in hoogst eigen persoon een bedrag afrekent waarvoor u een hypotheek dient aan te gaan. Lang kan u echter niet genieten van uw wijntje, want al dat kinderplezier blijkt van korte duur. Wat hongertjes, dorstjes, een paar gebroken ledematen en dertig toiletbezoeken later concludeert het nageslacht dat ze eigenlijk toch liever waren gaan zwemmen. Maar onthoud: u doet het voor de kinderen.

Het zwembad dus. Mijn God, het zwembad. Lucifers meesterwerk.
'Gaan we zwemmen?'
'Jaaaa, zwemmen!'
'Ja, papaaa! Zwemmen!'
'Jaaaa!'
Gepopel en gezenuw.
Een vage, onverklaarbare chloorlucht sluipt plots door uw sinusholten en in gedachten krimpen uw vingers en tenen reeds tot zielige rozijntjes. U huivert bij de horrorbeelden van uzelve samen met twee ik-heb-kouhouhou'ertjes in een veel te klein hokje, het kleingeld voor de lockers dat u vast vergeet... Maar ach, u doet het voor de kinderen.

En blij dat de kinders zijn! Een halve teen in het water blijkt een uitstekende katalysator voor een kleuterblaas.
'Moet jij ook Robin?'
Die schudt gedecideerd het hoofd.
Ze zegt het niet, maar ze denkt het wel: 'Natuurlijk niet, papa. Ik wacht wel tot jij terug bent. Dan kan je ng eens dat hele roteind lopen om vervolgens alwr te gaan aanschuiven in een ellenlange rij wriemeldende kleuters in hoge nood.'
Bovendien lijkt deze poel van verderf wel vijfentwintig uur per dag toegankelijk. En uw kroost wt dat om een of andere duistere reden.
'Papaaaa?'
'Wuh? Ja?'
'Gaan we zwemmen?'
'Ga terug slapen! 't is verdikke half drie!'

Kennels hebben ze ook daar in Center Parcs. Kennels. Ik weet wat u denkt. Ik heb op dag twee zelf ook even getwijfeld. Maar nee, enkel honden.

Vijf dagen lang heen en weer gekatapulteerd worden tussen zwembad en binnenspeeltuin. ''k Heb dorst! Ik moet plassen! Wanneer gaan we eten? Gaan we nog eens zwemmen want we zijn vandaag nog maar acht keer geweest!' On-ver-moei-baar. En ze mogen langer opblijven. Dan slapen ze vast wat langer. Naief degene die dat denkt. Zoals het biologisch klokje in Center Parcs tikt, tikt het nergens. Niet kapot te krijgen.

En zo zit u na een onvergetelijke week weer in de wagen, rode ogen geteisterd door slaaptekort, hevig ademhalend met het schuim aan de lippen, op weg naar het einde van de vakantie. U raadpleegt de achteruitkijkspiegel, negeert de zenuwtrek in uw rechteroog en dwingt uzelf tot een blik op de achterbank. 'Roosjes verliezen hun doornen wanneer ze slapen,' denkt u, als er net eentje haar ogen opent.

'Papaaaa?' geeuwt ze.
'Ja, meid?'
'Ik vond het hl leuk.'
De steen in uw borstkas wordt weer heel even een hart.
'Dat doet papa plezier hoor.'
'Gaan we dat nog eens doen, papa?'
Ik zoek vergeefs naar woorden op het dashboard.
'Ja hoor, meid. Vast wel.'
Ze glimlacht en sluit weer haar ogen.
'Hahaha, sukkel!'
'Ga weg, Frank! Ik doe het voor de kinderen.'

Wraak zoet als vanille

Door Coltrui op donderdag 3 juni 2010 11:00 - Reacties (47)
Categorien: Coltrui's kroost, Frustraties, Recycled, Views: 5.607

Ik trap woest op het gaspedaal en nader de ijscokar wiens eigenaar ervan gaat lusten. O nee, ik schat zijn toekomst niet bijster frambooskleurig in.

De agent zou zijn armen kruisen op zijn borst en zijn gewicht op de achterpoten van de stoel laten balanceren.
‘Meneer vindt dat blijkbaar doodnormaal, zo iemand even vrolijk bijeenmeppen? Een gebroken neus en maar liefst twaalf hechtingen!’
Ik zou de lippen stijf op elkaar houden, want hoe leg je zoiets uit aan de rationele arm der wet? Enkel een moeder of vader kent de knagende woede die opflakkert wanneer je nazaat - nog te jong om zich er zelf tegen te bewapenen - onrecht wordt aangedaan. Enkel een moeder of vader...
‘Twaalf hechtingen!’ zou hij herhalen, waarbij hij me als een volslagen idioot slechts tien vingers zou voorhouden. meteen gevolgd door een verwarde blik wegens het gebrek aan een elfde en twaalfde.
‘Nou, gefeliciteerd, je mag er echt trots op zijn!’
Trots zou ik niet zijn. Jeukende spijt zou me tergen, want een koppel dichtgemepte ogen zou een bevredigend extraatje geweest kunnen zijn.


Het gewraakte voertuig rijdt nu vlak voor me. IJscoman heeft zijn laatste bolletje ijs geschept, wat mij betreft.

Ik zie mijn dochtertje van vier weer op de stoep staan. Blote voetjes die trappelen van ongeduld om het felbegeerde ijsje te bemachtigen. Ze laat haar tong zenuwachtig van links naar rechts dansen op haar bovenlip, waar een snottebel hangt en laat het kleingeld in haar tot een kommetje gevouwen handjes rinkelen.
En dan komt de tingelingende klootzak met zijn kar vol lekkers; het meisje met de blote voetjes straalt.
‘Daar issie papa! Daar issie! Moet jij ook een ijsje?’
Ik schud glimlachend mijn hoofd en kan niet verklaren hoe haar groot, maar o zo eenvoudig verlangen me iets doet wegslikken dat er niet is.
Plots gejoel. Een uitbundige bende kleutertjes komt een van de huizen helemaal aan het einde van de straat uitgestormd. Ze zijn met z’n tienen, schat ik van ver en hebben allemaal verjaardagshoedjes op.
IJscoman ruikt de jackpot. Hij geeft gas bij en negeert het kleingeld dat mijn dochter voor hem is.
Haar gezicht schrijft aarzelend een alinea die ik lees als verbazing. Heeft ie me niet gezien dan? Ja, dat kan toch niet anders?
‘Meneer! Meneeeeeer!’
Ze springt en zwaait met haar handje vol kleingeld, maar meneeeeeers hart blijkt zo koud als zijn koopwaar.
‘Die stopt nie!’ pruilt ze.
M’n kleine meisje kijkt me aan met mondhoeken die ik nog nooit zo laag heb zien hangen en hoewel ze haar schouders quasi-onverschillig ophaalt, gommen tranen van onmacht de twijfel van haar gezichtje en herschrijven ze haar verhaaltje met de pen van ontgoocheling.
Ik geef haar een troostende zoen, duw haar zachtjes weer naar binnen en zeg dat ik zo terug ben. Dan spring ik in mijn wagen en net als ik start, zie ik tien gelukkige feesthoedjes terwijl ijscoman de straat uitrijdt.


Ik bal mijn vuisten en warm ze alvast even op door een paar maal op de claxon te meppen. De mistlichten krijgen het ook hard te verduren. Het rechterpedaal gaat diep en met gierende banden passeer ik de ijsventer, waarna ik door een ruk aan het stuur en een krachtige stoot op de rem de kar klemrijd. Ik gooi het portier open en been naar de zijkant van de ijscokar, terwijl ik mijn knokkels een voor een laat kraken. Eindelijk..
Een gedaante kruipt moeizaam vanachter het stuur, neemt een ijslepel en kijkt me glimlachend aan.
‘Goedemiddag, meneer. Zegt u het maar…’
Jezus!
Ik voel de verbazing z over mijn gezicht glijden, van boven naar beneden, en ze neemt mijn onderkaak mee. De ijsventer wiens faade ik me reeds lelijk toegetakeld voorstelde tijdens mijn dolle achtervolging, zag er in mijn gedachten uit als een puisterige achttienjarige met zo’n ontluikend schaamhaarsnorretje. Deze ijscoman zag er verdraaid anders uit.
‘Gaat het?’ vroegen twee bezorgde ogen van de zichtbaar zwangere vrouw.
Enkel een moeder of vader kent de knagende woede die opflakkert wanneer je nazaat - nog te jong om zich er zelf tegen te bewapenen - onrecht wordt aangedaan. Enkel een moeder of vader...

‘Ehm ja, doe maar een hoorntje met twee bolletjes chocola,’ aarzel ik.

Terwijl ik terug in mijn wagen stapte, ebde mijn woede bijna helemaal weg.
Bijna, want die twaalf hechtingen wenste ik haar stiekem toch nog toe.
Misschien na haar bevalling, zo ter hoogte van waar de onderbuik verandert van naam.

Verhaaltje voor het slapengaan

Door Coltrui op donderdag 20 mei 2010 06:29 - Reacties (28)
Categorien: Coltrui's kroost, Recycled, Views: 5.211

‘Slaapwel, meid!’
Mijn wijsvinger rust op de schakelaar die de slaapkamer mijner dochters dra in duisternis zal hullen.
‘Papaaaa?’
‘Ja, Robin?’
‘Wilt gij nog een verhaaltje vertellen?’
Mijn blik glijdt naar het kleinste bedje, waarin Febe alweer een dag vol kattekwaad in haar dromen herbeleeft.
‘Goed. Een kort dan. En we moeten stil zijn, want Febe slaapt al…’
‘Ok,’ fluistert ze.
‘Goed. Ehm.. Er was eens een ehm…’
‘Een prinses!’
‘Juist, een prinses. En op een dag wilde die prinses ehm… Wafels bakken. Ze had bloem, suiker, boter en melk, maar de eieren waren op.’
‘Had ze geen kippen?’
‘Nee, de prinses woonde in een appartement. In Knokke-Heist.’
‘Wat is dat?’
‘Dat is een stad waar mensen met veel centjes wonen.’
‘Dan kan de prinses toch eitjes gaan kopen?’
‘De prinses had geen centjes meer. Ze had al haar centjes in aandelen van Fortis gestoken.’
‘Wablieft?’
‘Haar centjes waren op.’
‘Hoe kan die dan eieren kopen?’
‘Misschien had de buurvrouw wel eieren? Dus ze klopte op de deur van de buurvrouw die Vincent heette.’
‘Hoe kan dat nu? Vincent is toch een naam voor een jongen?’
‘Normaal wel ja, maar deze buurvrouw heette Vincent. Ik kan er ook niet aan doen…’
‘Maar…’
De rest van haar zin wordt afgemaakt door een stel fronsende wenkbrauwen.
‘Shhhht! Zie, nu ben ik vergeten waar we waren…’
‘De prinses ging eitjes vragen aan de buurvrouw.’
‘Juist, voor pannenkoeken.’
‘Nee, wafels!’
‘Pannenkoeken!’
‘Wafels!’
‘Ok, ok. Wafels. Dus ze klopte aan bij de buurvrouw, maar die was niet thuis.’
‘Oei.’
‘Maar dat vond de prinses niet zo erg. Ze lustte tch geen wafels. Dus ging ze maar weer naar huis, at een lekkere boterham met choco en leefde nog lang en gelukkig.’
‘Maar…’
‘Tijd om te gaan slapen, meid!’
‘Maar…’
‘Sssst!’
Ik knip het licht uit en zie hoe ze zich op haar zij rolt en me in het donker aankijkt.
‘Maar papaaaa?’ fluistert ze.
‘Ja, Robin?’ fezel ik terug.
‘Dat was een stom verhaaltje.’
‘Ik weet het. Slaapwel, meid.’
‘Slaapwel, papa.’

Een duivelinnetje in een wijwatervat

Door Coltrui op woensdag 10 februari 2010 22:25 - Reacties (31)
Categorie: Coltrui's kroost, Views: 5.474

'En ik kan het niet genoeg herhalen: God is Liefde...'
Gezeten op n van de stoeltjes die een halve cirkel rond de doopvont vormden, diende ik mijn concentratie meer te richten op mijn wild op en neer wippende dochter, Febe, dan op de zweverige altstem van de diaken.
Waarschijnlijk maakt de serene sfeer die doorgaans in een kerk heerst, niet de minste indruk op een vierjarige, maar wellicht zaten die zes cola's vr het formele doopgebeuren er wel voor meer tussen.
Febe zat een paar stoelen van mij verwijderd, volgens mijn berekening nt ver genoeg om de tent helemaal af te kunnen breken alvorens ik haar, gewapend met muilkorf en dwangbuis, kon bereiken. En - God in de Hoge Hemel - wat was mijn berekening juist...

Nog vr de eerste lezing goed en wel achter de rug was, was de juffrouw recht gaan staan en stond ze te springen met de overtuiging van vier door schaamluizen geplaagde Jochem Meyjers. De diaken raakte de draad een aantal keer kwijt door het onophoudelijke gebonk, maar toen ik rechtstond en aanstalten maakte om in te grijpen, verhinderde de gewijde man de elasticiteitstest waaraan ik Febes oor zou onderwerpen.
'O, ik vind dat niet erg hoor,' suste hij gemoedelijk. 'Ik ben diaken, en diakens mogen huwen, zoals je misschien wel weet. Ik heb zelf ook vijf kinderen, dus ik weet maar al te goed hoe het eraan toegaat...'

Schaapachtig glimlachend ging ik weer zitten en ik kon van de gelegenheid gebruik maken om Febes vragende blik even te beantwoorden met priemende ogen vol waarschuwing, het equivalent van het zwaaiende vingertje. Ze ging weer zitten, waaruit de doorsnee mens zou kunnen afleiden dat ze het begrepen had. Wel, newsflash, de doorsnee mens gaat niet door voor de koelkast.

'En zijn jullie bereid, mama, papa, meter en peter, om Joke bij te staan en op te voeden naar het voorbeeld van Jezus, zodat...'
'Waar is Jezus?' kwekte Febe, terwijl ze wild links en rechts om zich heen keek, alsof plots het kwartje viel dat ze de hoofdrolspeler nog niet gespot had en dat in zijn eigen huis!
Hier en daar ontsnapte een grinnik en sommige hoofden keerden al in mijn richting. De diaken gaf echter niet op.
'...zodat ze puur en eerlijk door het leven kan gaan, mensen kan verblijden, net zoals Jezus ons...'
Febe zuchtte theatraal.
'Waar is jzus...'
Ze eiste antwoord, met een zeurderige stem. Alles in mij vocht om niet 'Dr! Dr hangt hij!' uit te schreeuwen, wijzend naar het grote kruis waaraan de Zoon Gods genageld hing. Het was echter alweer de diaken die redding bracht. Ik meende wel een kleine rilling door zijn rechterooglid te zien trekken.
'Wat zeg je, meisje?'
Ik huiverde. God nee, geef haar alsjeblieft geen aandacht...
'Waar is Jezus?' herhaalde Febe.
'Jezus? Jezus is overal!'
Let it go, alsjeblieft... Je weet niet waar je aan begint...
'En die is geboren he?'
'Hoe zeg je?'
'Jezus is geboren! Jezuske is geboren haleluja, hallo, Jezusken is geboren in een bakske vol met stro!'(*)
Onder luid geproest van de andere gegadigden, begroef ik mijn gezicht in mijn handpalmen, terwijl de man vooraan zijn bevende duim en wijsvinger met de tong bevochtigde en nerveus door zijn boekje bladerde, op zoek naar zijn eigenwaarde. Zijn oog had het nog steeds heel erg druk en beloofde zelfs overuren te draaien. Vijf kinderen, m'n bibs.

Ik zat gespannen klaar, als een sprinter in de startblokken, om Febes volgende poging tot interruptie vroegtijdig te pareren met een vliegende tackle, toen het tijd werd om het ritueel van de doopkaars van stal te halen.
De vader van het doopkindje, mocht de doopkaars ontsteken met behulp van de Paaskaars. Voor de katholieke medemens, is dit een mooi moment. Een symbolisch moment, een ritueel dat reeds honderden jaren gangbaar is en bij aanschouwing dus noopt tot ingetogen stilte. Voor een kind van vier is het blijkbaar de aanleiding om in de handjes te klappen en uit volle borst te gaan zingen:
'Heppie beu teei toeoeoe joeoeoeoe, heppy beu teei toeoeoe joeoeoeoe!'

Voor sommige aanwezigen vergde het intomen van de neiging om niet op de grond te gaan liggen schaterlachen een dusdanige inspanning, dat ze blauw aanliepen.
Ik liet daarentegen voor de tweede maal die middag, mijn blik naar de Zoon van God aan het kruis glijden en bad. 'Heer Jezus, U weet dat ik U niet veel vraag, maar kunnen we zo niet voor n keer van plaats wisselen?'

(*) Voor de cultuurbarbaren: een populair kerstliedje van Urbanus