Om het kind een naam te geven.

Koken

Door Coltrui op donderdag 4 september 2014 19:59 - Reacties (20)
Categorieën: Frustraties, Varia, Views: 5.120

U raadt nóóit wat er helemaal bovenaan mijn lijstje van Meest Tijdverspillende Bezigheden Aller Tijden prijkt. Nooit, zeg ik u!
Toch wel, Coltrui, toch wel! Koken! Het staat namelijk in de titel, domme flapdrol!
Nou nee. En een beetje beleefd blijven, graag. Nee, het meest nutteloze tijdsverdrijf dat ik kan bedenken, zijn sollicitatiegesprekken.

Iedereen die zich ooit aan de onderhandelingstafel tegenover een kandidaat-broodheer de bilnaad in het zweet heeft zitten zenuwen, weet immers perfect welke vragen hij of zij kan verwachten, wat perspectieven opent voor de Perfecte Voorbereiding. Nou ja, perfecte voorbereiding - het komt er op neer om de Meest Gestelde Vragen bijeen te oogsten via vriend Google, indrukwekkende antwoorden daarop te verzinnen en u aldus op die manier het perfecte imago aan te meten van een persoon die u eigenlijk helemaal níet bent. Nou, nuttig voor zo'n eerste indruk.

Verwacht u in het grijze Sollicitatieland dus niet aan wilde avonturen. Het onderhoud verloopt immer via een vast stramien, of u nu solliciteert naar die job als leerkracht, begrafenisondernemer of boterham met choco.
Dé opener van het routineuze gesprek, is ongetwijfeld 'Vertel eens iets over uzelf.' Deze perfecte ijsbreker verschaft de afnemer uwer kruisverhoor niet alleen een eerste indruk over uw communicatieve vaardigheden maar vooral de kans om te verdoezelen dat hij uw CV niet eens gelezen heeft. U wordt geacht uw levensverhaal in vlotte koetjes en kalfjesvermomming uit de doeken te doen, met als rode draad uw CV. Sla daarbij stiekem de jaartallen over die teloorgingen door mislukte opleidingen of wereldreizen, tenzij u over het talent beschikt deze te zó verklaren als waren het levenservaringen die bijdroegen tot de vervolmaking uwer identiteit. Vergeet ook vooral niet te vermelden dat u een creatieve duizendpoot bent, een teamplayer die ook in staat is om zelfstandig te werken. O, en in het geval u meerdere werkgevers (Edited. Thanks, Ronald8) heeft versleten, vermijdt u lastige vragen mits u snel even laat vallen dat u op zoek bent naar een 'nieuwe uitdaging'.

Dan volgt het moment waarop er naar uw interesse in het bedrijf wordt gepeild. Letterlijk: 'Wat u weet over het bedrijf?' Uiteraard heeft u de website van uw nieuwe werkgever in spe uitvoerig geraadpleegd, dus bent u in staat om alle opgeblazen commercieel getinte leugens die daar te vinden zijn, na te papegaaien. U brengt het uiteraard op zo'n manier, dat het lijkt alsof u reeds in uw moeders baarmoeder de hartenwens koesterde om daar ooit te mogen werken.

Tijd voor een uitermate verrassend confronterende en to-táál onverwachte vraag. 'Noem twee positieve en negatieve eigenschappen van uzelf.' U dient dan uw gezicht in de totáál-onverwacht-verrassende-confrontatie-modus te plooien die u urenlang in de spiegel heeft staan oefenen, terwijl u uw brein raadpleegt op zoek naar wat u alweer ter antwoord had ingestudeerd. Maakt eigenlijk niet uit wat u antwoordt, zolang uw pluspunten daadwerkelijk pluspunten zijn en uw negatieve eigenschappen... Nou ook. Beweer bijvoorbeeld dat u beseft dat u soms véél te hardnekkig bent en wel in die mate dat u niet kan gaan slapen voor een bepaald probleem is opgelost. Of poneer dat u betreurt dat u uw werk belangrijker vindt dan uw vrouw en kinderen. Die doet het ook goed.

Ook volgende toppertjes zullen de revue passeren:

'Bent u stressbestendig?' Nou, gewoon ja zeggen. Negeer daarbij uw okselvijvers en natte bilnaad.
'Wat is uw gewenste loon?' Deze instinker pareert u - zoals drie miljard Google Results ondertussen bewijzen - best met de tegenvraag wat de gehanteerde barema's zijn op betreffend bedrijf. Vermijd op die manier het risico dat de baas u kan verdenken van over- dan wel onderschatting en laat hem of haar maar een bod doen waar u rustig over kan nadenken.
'Waarom zouden we u kiezen in plaats van een andere kandidaat?' U heeft uiteraard geen flauw idee, want u zou bij God niet weten wie de andere kandidaten zijn. Anders was u in staat te wijzen op het feit dat kandidaat X syfilis heeft en kandidaat Y nog occasioneel in zijn bed plast, maar helaas - het gaat duidelijk over u, dus u zal uw sterke (ingestudeerde) kwaliteiten nógmaals in de verf moeten zetten. Liefst op een bescheiden manier, wat na de zesde keer toch wel moeilijk wordt.
'Waar zie je jezelf in vijf jaar?' Neem uw ondervrager niet kwalijk dat hij niet beseft dat u nog niets weet van het huidige bedrijfsorganogram, laat staan dat u nu exact kan voorspellen welke positie u binnen vijf jaar zou willen bekleden. Mompel iets met 'doorgroeimogelijkheden' en 'ambitie om het bedrijf nóg prominenter op de kaart te zetten' en u paait zichzelf ongetwijfeld de goede richting uit.

Dat kan anders, beste werkgever. Verzin eens wat nieuws. Daag uw sollicitanten uit, doorgrond hen met behulp van iets minder conventionele vragen.
Leg hen bijvoorbeeld een absurd raadsel voor waar geen antwoord voor bestaat en kijk hoe uw kandidaat omgaat met falen. Pols niet met woorden hoe uw nieuwe programmeur omgaat met ongewone situaties, maar laat hem of haar een omelet bereiden. Vraag niet aan uw sollicitant of die stressbestendig is, maar overhandig hem voor mijn part een rol vershoudfolie en verzoek er een mooi recht stuk af te scheuren, zonder een zenuwinzinking te krijgen.

Besef dat Google iedereen goed voorbereidt op uw oubollige cliché-vragen. Doe er iets aan, wil u de juiste kandidaat in dienst nemen. Want kiezen tussen twaalf kandidaten en evenveel ingestudeerde versies van hetzelfde gedichtje, lijkt me het equivalent van iets bestellen van een menukaart in het Chinees.

Eten, juist. Als u me nu wil excuseren, ik ga koken.

Dat is buren voor.

Door Coltrui op woensdag 16 juli 2014 15:25 - Reacties (61)
Categorie: Varia, Views: 10.795

Het was laat. Eigenlijk veel te laat om cheese cake te staan bakken, maar ondergetekende negeerde de klok die al na tienen 's avonds aangaf en ging dapper aan de slag. Koekjes werden met wat amandelschijfjes gemalen voor de bodem, even met gesmolten boter aangebakken in de oven en ik haalde de roomkaas en zure room uit de ijskast, speurend naar het benodigde ei. Geen ei. Mijn ijskast bleek eiloos. Zo eiloos als de gemiddelde dakpan.

'Zou ik durven aanbellen bij de buren?' raadpleegde ik mijn eega.
'Het is wel al laat, niet?' gooide ze - etiquettair onderlegd als ze is - in de weegschaal.
'Mja, maar alles is zo goed als klaar, het zou zonde zijn om weg te gooien, niet?'
'Het ruikt wel al lekker...'

En dan wint de geur van comfort food het van de etiquette. Vol schroom ging ik door de voordeur, om regel één van elk Nederlands recept in de praktijk te brengen. 'Leen een ei.'

De TV van de linkerburen stond luid genoeg om Romazigeuners mee te verjagen. Mijn vinger ging aarzelend naar de deurbel, maar ik bedacht me toen een mannenstem binnen plots begon te schreeuwen.
'Godverdomme, stomme kut!'
Buurman leek op dat moment een heel klein beetje in onvrede te leven met buurvrouw. Wellicht vandaar het idioot aantal TV-decibels. Ik bedacht me dat deze agressieve meneer, in volle echtelijke ruzie met zijn stomme kut, na tienen om een ei verzoeken vast niet gedekt wordt door mijn verzekering, dus leek het mij een strak plan om elders mijn geluk te gaan beproeven.
Ook bij buur twee brandde nog licht en werd luchtig gediscussieerd over wat de beeldbuis te gapen aanbood. Ik bande de bedelstaf uit mijn gedachten en belde aan. De stemmen verstomden. De TV ging uit.

Ik heb twee minuten gewacht. Een tweede keer bellen had duidelijk geen zin - daar zou ik ook geen ei buitmaken. Buur drie bleek niet thuis, of sliep al. Dus zat er niks anders op om als een mislukte Colombus eiloos weer huiswaarts te keren.
'En?'
'Niks,' negeerde ik het leedvermaak van de vrouw.
'Al bij de overburen geprobeerd?'
'Nee? Wie woont daar misschien?'
'Joviale mensen. Zwaaien toch enthousiast wanneer ik buiten kom.'

Een laatste poging kon geen kwaad. Ik belde aan en meteen deed een Turk open, gekleed in een mouwloos onderhemd. Aan zijn been, hing wat verlegen nageslacht.
'Sorry meneer, dat ik nog zo laat kom aanbellen, maar ik woon daar aan de overkant. Ik ben taart aan het maken en heb geen eieren meer. Ziet u, alle ingrediënten zijn klaar, ik hoef enkel nog een ei, vandaar dat ik mijn stoute schoenen heb aangetrokken om u op dit uur nog om een ei te verzoeken.'
De man kijkt wat onzeker.
'Wablieft?'
Wellicht was mijn zenuwachtige uitleg iets te ingewikkeld voor de man die pas een paar maanden in België vertoeft. Korte versie dan maar.
'Kan ik een ei lenen, alsjeblieft?'
'Oh, ei? Tuurlijk!'
Hij glimlacht, keert me even de rug toe en roept wat in het Turks naar binnen. Luttele seconden later staat zijn vrouw op de drempel, die me drie eieren toestopt.
'Dank u wel, mevrouw. Maar eentje is genoeg!'
'Neem mee, neem mee!' zegt ze.
'Ik breng jullie morgen nieuwe. Beloofd.'
'Neenee, mag niet! Niet terugbrengen. Dat is buren voor.'
'Dank u wel. Nogmaals, sorry voor het zo laat nog aanbellen.'
'Geen probleem!'
Ik geef het kind een aai over zijn bol en steek de straat weer over. Mét eieren!

Als zij ooit iets nodig hebben, ben ik de eerste die klaarstaat. Want dat is buren voor. Toch?

Een berg sinaasappels

Door Coltrui op zondag 15 juli 2012 12:48 - Reacties (21)
Categorie: Varia, Views: 4.399

Ik zit in de wagen en wacht tot het licht groener oorden kiest. De radio haspelt de files af, waarschijnlijk veroorzaakt door de regen. De ruitenwissers maken een haal en ik ben getuige van hoe een krom, oud besje de supermarkt inwaggelt. Ze weet het vast niet, maar ik zie haar hier bijna elke dag. Als het goed is, komt ze zometeen weer buiten met - jup, daar is ze weer. Zoals steeds draagt ze weer datzelfde plastic zakje en ik verwed er mijn hele hebben en houden om, dat daar ook vandaag weer een sinaasappel in schuilt. Eén enkele sinaasappel.
Hoewel het groen wordt voor mij, geef ik haar het teken dat ze nog kan oversteken. Tijd zat. Ze glimlacht. Het zakje gaat langzaam omhoog en de sinaasappel bedankt me. Mijn gedachten dwalen af.

Ze zit bij het raam en volgt de regendruppels die naar beneden meanderen. Het is eens wat anders. De kruiswoordpuzzel lukt niet echt en voor het Tel Sell-geweld heeft ze nooit een zwak gehad. En het dagboek dat ze ooit bijhield, eindigde in de prullenbak, toen ze merkte dat elk schrijfsel wel een kopie leek van de dag ervoor.
Nog een uurtje of drie en ze kan naar beneden schuifelen voor het middagmaal. Niet dat die mondvol smakeloos kapotgekookte groentenpap drie sterren verdient, of haar medebewoonsters een interessant gezelschap vormen - vrienden maken doe je hier beter niet - maar haar trouwe zetel verdient meer dan doorzitwonden.
Alles gaat voorbij, weet ze. Haar benen hebben bijna de laatste kilometers afgelegd en ze hoopt deze afstand te vergroten met een wandelstok. Haar ogen zijn mee met haar op pensioen gegaan en de bruine vlekjes op haar handen vormen stilaan een waardig boeket kerkhofbloempjes. Ze geeft niet om deze kwaaltjes. Er zijn slechts twee zaken die haar bedroeven. Haar ouderdom, die blijkt niet te genezen. En haar dagelijkse zorgen. Want die mist ze.

Bitter is ze niet. Niet meer, tenminste. Want toegegeven, aanvankelijk was ze koppig. Furieus op de kinderen, zoals alle nieuwkomers die ze de afgelopen jaren in de kantine hoorde foeteren. Ze had haar zoon er flink van langs gegeven.
Is dit mijn dank? Tachtig worden, en bij wijze van feest drie hoog in een Wachtkamertje gepropt worden en voortaan moeten leven tussen wezens die hier écht thuishoren? Ik wéét wat er gaat gebeuren! Jullie komen aanvankelijk vast massaal op bezoek, maar als iedereen denkt zijn plicht vervuld te hebben, als we met eigen ogen gezien hebben dat het oude mens hier wel een fijne oude dag krijgt, heb ik het laatste van jullie gezien!
Ze heeft gelijk gehad, zo bleek. Het blijft bij een telefoontje met haar verjaardag. Een uitnodiging met Kerst. Als het niet te glad is. Maar ze begrijpt het. Druk. Werken. Zo gaat dat nu eenmaal. Vroeger was dat allemaal anders, maar vroeger heeft zijn beste tijd gehad.

De wind wakkert aan en de regen lijkt speciaal haar raam te viseren.
'Rotweer,' zucht ze. 'Geen sinaasappel dan maar vandaag...'
Al maandenlang gaat ze dagelijks naar het supermarktje, recht tegenover de residentie, waar ze een sinaasappel koopt. Ze houdt helemaal niet van sinaasappels, maar het uitje geeft haar voldoening. Het lijkt wel eeuwen geleden dat ze zich verloren danste, de wereld proefde, en God weet dat ze wild heeft liefgehad, maar een glimlach van de kassierster, het praatje met de man aan de bushalte, het aardige gebaar van de man in de auto bij het stoplicht - het komt in de winter van haar leven qua genoegdoening aardig in de buurt. Maar geen kat die dat begrijpt.

Ze richt haar blik op het raam en pikt er twee druppels uit. Als de linker eerst beneden is, blijf ik thuis. Nou ja... Thuis... Wint de rechter, ga ik een sinaasappel kopen. Regen of geen regen.
Gestaag glijden beide druppels naar beneden en ze moet de geranium opzijschuiven om te zien hoe het pleit beslecht wordt. De linkerdruppel verdwijnt het eerst.
Ze schrikt als haar raam plots blauwwit kleurt. Een ambulance rijdt voor. Enkel blauwe lichten, geen sirene. Ze weet wat dat betekent. Weer eentje permanent ontslagen uit de Wachtkamer.
Voorzichtig krabbelt ze recht en zoekt ze haar jas. Ze vindt hem, trekt hem aan en voelt even met de rechterhand in haar jaszak of het plastic tasje daar nog zit.

'Ach wat,' grinnikt ze. 'Wat kan het mij schelen. Mijn verhaal kennen ze. Ik laat niks bijzonders na. Afgezien van die onverklaarbare berg sinaasappels dan...'

What's in a nerd

Door Coltrui op donderdag 14 april 2011 18:38 - Reacties (33)
Categorieën: Arbeidsgeveins, Varia, Views: 6.405

Tien jaar. Zo lang is het alweer geleden dat ondergetekende de schoolbanken mocht ruilen voor het juk der arbeid. Of moest, in mijn geval.
Niet dat ik heimwee had naar het studentenleven of geen zin had om eindelijk eens een blijer hoofdstuk te breien aan het treurige verhaal dat mijn bankuittrekselboekje vertelde, nee ik had Toegepaste Informatica gestudeerd en diende derhalve de arbeidsmarkt af te schuimen, op zoek naar een job als programmeur. En laat nu net dáár het schoentje wringen.

Ik had namelijk bitter weinig zin om deel uit te maken van de IT-wereld, waarvan familie en vrienden om me heen zowat allemaal hetzelfde beeld hadden.
Zo zou mijn haarbegroeiing een kort leven beschoren zijn. Een bril zou mijn deel worden. En geen normale bril, hoor! Neenee, eentje met een montuur dat qua diameter en dikte ruim genoeg zou zijn om er een stapel DVD's in te kunnen opbergen en met zúlke sterke glazen dat ik op elk moment van de dag Mercurius moeiteloos zou kunnen aanwijzen. En compleet beroofd van zonlicht, zou ik met mijn spierwitte huid als kleurvergelijkend materiaal op moeten draven in reclamespotjes voor tandpasta's en waspoeders. En Coltrui Junior zou wis en zeker tot een garnaal verworden, tenminste indien mijn pens me niet eerst zou beroven van het zicht op dat onvermijdelijke tafereel wegens gebrek aan beweging. Op zich niet erg, zei men, ik zou hem toch nooit meer nodig hebben.

En ik geloofde hen. Want waar menig student heden ten dage vakantiewerk verricht in de sector die aansluit bij zijn of haar studiekeuze, verdiende ik sigaret en weekendpils op fruitboomgaarden en zoals u zich wellicht kan voorstellen, was het meest digitale dat daar ter sprake kwam, het uurwerk van de baas waarop het nooit snel genoeg 17.00u kon worden.
Ja, ik geloofde hen en heel vaak leed ik woelige nachten, dromend van mijn toekomst.

In een wereld bevolkt door een kudde nerds waaruit bij wijlen gniffelende knorretjes ontsnappen, klop ik code, ook al is het middagpauze. Terwijl mijn collegae koortsachtig de cosinus van hun boterham met choco berekenen, prop ik - onder het motto 'een goede programmeur heeft minstens een C-cup' - de achtste hamburger door mijn keel, gevolgd door een flinke slok Red Bull.
Mijn adem, mijn oksels en mijn in witte sokken en sandalen gestoken voeten, zijn onderling verwikkeld in een wedstrijdje om-het-hardst-stinken en ik overleg met mezelf - als welk Star Wars-personage zal ik op het komend personeelsfeest opdagen?


Uiteindelijk aanvaardde ik toch mijn lot en onderging ik mijn allereerste sollicitatie. Ik had me goed voorbereid. Na lang twijfelen, had ik me tóch gewassen en ik zou bij eventuele klachten over die vreemde geur - veroorzaakt door wat men in de conventionele wereld 'zeep' pleegt te noemen, voorwenden dat het jammer genoeg nét tijd was geweest voor mijn driejaarlijkse kattenwasje. Even had ik zelfs een voorbindbuik overwogen, maar dat idee liet ik varen - ik wilde immers niet meteen als té pro overkomen.
Ik werd ontvangen door een kerel, getooid in een gescheurde jeans, sportschoenen en T-shirt met daarop een stilleven, waarin het hoofd van Bill Gates en een een pinguïn met een hakbijl de hoofdrol vertolkten. Ik zweer u - zelden heb ik mijn maatpak zo ernstig naar Mars en omstreken verwenst.

We zijn nu tien jaar verder. Nog steeds op hetzelfde bedrijf. En mijn collega's lijken wel mensen. Valt het allemaal best mee? Of ben ik stiekem meegegroeid met wat de vooroordelen schetsen... Ik ben er nog niet uit. Ik mag dan wel nog steeds niet weten wat de cosinus van een boterham met choco is, maar bewijst dat wat?
Weet u, misschien moest ik vanavond voor alle zekerheid maar eens stiekem aan mijn voeten ruiken.

Belgenfail

Door Coltrui op woensdag 9 juni 2010 20:15 - Reacties (60)
Categorieën: Frustraties, Varia, Views: 11.127

Aangezien ik naast mijn vaste job voor een baas ook een zelfstandige activiteit uitoefen als programmeur, wordt me wel eens gevraagd om ook hardware te leveren, vrijwel altijd in functie van de software die de klant wenst.

Zo bestelde iemand een klein programmaatje waarin men via internet recepten kan opslaan en weer raadplegen, en dit op een industrieel, ingebouwd touchscreen-driven systeempje in de keuken.

Prima, systeempje geregeld, database in elkaar gebokst en clientapplicatie in elkaar gespaghettied, de dag van installatie kwam in zicht.
De klant belt twee dagen voor afspraak met de vraag of hij ook toetsenbord en muis kan bestellen, aangezien het opslaan van recepten geschiedt door te surfen, tekst te selecteren en via contextmenu naar de database te sluizen. Het moest echter een goedkoop ding zijn, want moeder de vrouw vond het bestede budget al de spuigaten uitlopen. Prima, geen probleem, klant is koning.

Ondergetekende gaat - voor zijn Belgische klant - op menig webshop op zoek naar een goedkoop toetsenbord met azerty-lay-out en vindt dat ook al gauw. Vandaag werd het geleverd. Vreugde in mijn hartje...

Aanschouw mijn azerty toetsenbord:

http://www.zinloos.be/Fail.png

Volgende keer beter op de naam van de webshop letten. Iemand een qwerty-toetsenbordje hebben?