Soms heb ik daar behoefte aan. Ja, sorry.

De laatste noot

Door Coltrui op zaterdag 16 januari 2010 08:26 - Reacties (31)
CategorieŽn: Non humor leesvoer, Recycled, Views: 5.605

Bij het lezen van een comment op mijn vorige post, moest ik meteen denken aan een kortverhaal dat ik nog ergens op de planken heb liggen. De tragiek van het alledaagse leven. Wie humor verwacht, komt deze keer bedrogen uit - het wordt een lap non-humor fictie. Nou ja, niet echt fictie... Prettig weekend!

Lees verder »

Leesvoer: Het spel

Door Coltrui op donderdag 1 oktober 2009 23:59 - Reacties (15)
CategorieŽn: Non humor leesvoer, Recycled, Views: 5.455

Nog eens een verhaaltje uit de doosch der jeugdzonden, goed voor een tweede plaats voor een horrorschrijfwedstrijd. Lap-tekst-alert!

Lees verder »

Een koude kermis

Door Coltrui op vrijdag 13 februari 2009 19:30 - Reacties (29)
CategorieŽn: Non humor leesvoer, Recycled, Views: 9.017

De grauwgrijze hemel wrong de lage wolken leeg boven de Dorpsstraat, zodat druppels uiteenspatten op de vele kleurloze paraplu’s en rimpelende plassen vormden op de kasseien. De lucht ademde een mengeling van duur vrouwenparfum, frieten en oliebollen uit. Het geroezemoes van de massa werd overstemd door orgelmuziek die tevergeefs kinderen naar de lege paardenmolen trachtte te lokken, waar gebarsten paarden met vergane trots hun doelloze rondjes draaiden.

Aangemoedigd door oorverdovende, monotone bassen en het gejoel van ontluikende vrouwen, toonden puisterige jongens hun kunstjes in de botsauto’s. De dikke, besnorde zigeuner in het loket staarde door het beregende raampje, zichtbaar verveeld om het door hormonen geregisseerde toneelstuk dat hem dertig jaar geleden nog arbeidsvreugde kon verschaffen.

De menigte slenterde de kraampjes voorbij. Een tienermoeder duwde een kinderwagen voor zich uit, gegeneerd om haar uitgelopen oogschaduw. Een man met een grimmig gezicht sleurde een huilende kleuter achter zich aan, terwijl hij kibbelde met zijn echtgenote. Een bejaarde man en vrouw kuierden arm in arm onder een grijze paraplu en profiteerden van de laatste wazige indrukken nu hun geheugen zo goed als verzadigd was.

Niemand lette op het kleine ventje dat vrolijk door de plassen drentelde, een zakje snoepgoed in zijn hand. Hij was geschoeid in laarsjes en een slip van zijn hemd kwam onder zijn jas vandaan. Hij genoot met volle teugen van de hoogdag waar hij reeds maanden naartoe had geleefd. Ogen te kort, schonk hij geen aandacht aan de snottebel die op zijn bovenlip plakte.
Af en toe stopte hij met kuieren en boog hij zich in het midden van de straat over zijn snoepjes, terwijl de mensenstroom hem zonder aandacht in de druilende regen passeerde. Hij viste dan, zijn tong uit zijn mond en netjes de snottebel ontwijkend, met veel zorg net dŠt snoepje dat hij het minst graag at. De lekkerste moest hij immers voor het laatst bewaren.

Bij het kraam waar geringde plastieken eendjes lagen te wachten om opgevist te worden, keek hij hunkerend naar de pijl en boog die tussen de prijzen hingen. Dertig punten moest hij verzamelen, net als het jaar ervoor. Toen was het hem niet gelukt. Behoedzaam griste hij zijn beurs uit de zak van zijn jas en net toen hij hem openknipte, tikte iemand op zijn schouder. Het jongetje schrok, keerde zich om en moest omhoogkijken om te zien wie hem wat wilde vragen. Een spontane glimlach verscheen op zijn gezicht toen hij zijn oudere neef herkende.
‘Dag Tim,’ zei hij opgewekt.
‘Hey,’ mompelde Tim.
Het jongetje richtte zijn aandacht weer op zijn beurs en plukte er wat kleingeld uit.
‘Ga je eendjes vissen?’
De smalende ondertoon was het oor van het onschuldige enthousiasme ontgaan.
‘Ja. Ik wil dertig punten, zodat ik die pijl en boog win!’
‘Is eendjes vangen niet iets voor kleine kinderen?’
Tim grinnikte en dat had het jongetje wel opgemerkt. Hij keek weer op naar zijn neef en dacht even na, terwijl hij met de mouw van zijn jas zijn neus schoonveegde. Tenslotte haalde hij alleen maar zijn schouders op.
‘Ik weet iets veel beters,’ zei Tim.
‘Wat dan?’
‘Wat zou je ervan denken als ik je eens leerde hoe je met de botsauto’s moet rijden?’
‘O nee! Daar ben ik nog veel te klein voor! Doe jij maar.’
‘Maar mijn geld is op,’ sakkerde Tim. ‘Ik heb zelfs geen snoep meer!’
De theatrale pruillip weekte medelijden los bij het ventje. Fier opende hij zijn zakje snoepgoed en ging op de tippen staan om zijn neef wat lekkers aan te bieden. Tim aarzelde niet en grabbelde gretig twee snoepjes. Net de twee lekkerste.
‘Weet je wat?’ brabbelde Tim met zijn mond vol. ‘Ik zal het geld van je lenen.’
‘Lenen?’
‘Ja, kom maar mee.’
Tim greep het jongetje bij de arm en zeulde hem met zich mee.

De dikke zigeuner haalde zijn goedkope sigaar uit zijn mond en schoof zijn stoel wat achteruit om een lade te openen.
‘Hoeveel?’ bromde hij nors.
‘Hoeveel geld heb je bij?’ vroeg Tim aan het jongetje.
‘Ik… Ik zal eens tellen’
Hij had het gevoel alsof hij zich op verboden terrein begaf. Al die oudere jongens leken hem aan te staren, alsof hij er helemaal niets te zoeken had. Nerveus en onhandig knipte hij zijn beurs open en schudde het kleingeld in zijn handpalm.
‘Kom op, straks is het Pasen,’ gromde de zigeuner weer.
Tim griste de beurs en het geld uit zijn neefs handen en gooide alles op de toog. Het uiteinde van de sigaar verdween tussen een scheve grijns en met lede ogen zag de jongen hoe de dikke man al zijn geld in de lade stak en er twaalf muntjes voor in de plaats legde.

Een half uur lang manoeuvreerde Tim het autootje om de leeftijdsgenoten met de grootste mond te ontwijken en de minst gewaardeerde de volle laag te geven. Een half uur lang stond zijn neefje doodsangsten uit. Hij kon niet wennen aan de dreigende muziek en elke keer hun karretje ergens tegenaan dreigde te botsen, kneep hij zijn ogen stijf dicht. Protesteren durfde hij niet. En thuis zouden ze boos zijn, omdat hij al zijn geld er op ťťn dag had doorgejaagd.

De donkere wolken braken met luid gedonder en gooiden hun last woest van zich af zodat de botsautootjes er in een mum van tijd verlaten bijstonden. Tim had met zijn prestatie een vriendinnetje veroverd en zonder nog acht te slaan op zijn neefje, liep hij met haar naar een veiliger plekje, waar de kermisromantiek haar geheimen kon prijsgeven.

En zo kwam het dat zo'n zevenentwintig jaar geleden, een jongetje de kap van zijn jas opzette en huiswaarts slenterde door de plassen, vurig hopend dat zijn tranen niet zouden opvallen tussen de vele regendruppels.